Review

Een roklengte, een recept, een gebaar

Ter gelegenheid van haar vijfenzeventigste verjaardag is 'Portret' van Ethel Portnoy verschenen, een boek met ruim twintig autobiografische verhalen. Ze beogen tezamen een portret van haar te geven. Het merendeel was al eerder verschenen in de bundels 'Steen en been', 'Het ontwaken van de zee', 'De eerste zoen' en 'Vliegende vellen'. Daarnaast zijn zes tot dusver ongebundelde verhalen opgenomen. Een echte autobiografie is er op deze manier natuurlijk niet ontstaan; wel geeft 'Portret' een goede indruk van hoe Portnoy naar de wereld en de mensen, en dus ook naar zichzelf, kijkt.

Haar verhalen gaan niet over privé-gebeurtenissen of over haar diepste gevoelens. Ze zijn geschreven vanuit een essayistische instelling en met een antropologische nieuwsgierigheid naar de betekenis van wat zich voordoet. Vandaar dat ze in de verste verte niet lijken op de huidige autobioliteratuur. In een interview met Elisabeth Lockhorn -te vinden in de bundel 'Geletterde vrouwen'- laat Portnoy weten dat zij eind jaren zestig een seminar volgde van Roland Barthes, in Parijs, en toen haar eigen manier van schrijven ontdekte. Barthes zei op een dag: ,,Er zit altijd iets onechts in de tekst van een schrijver als hij 'hij zegt' schrijft, terwijl hij 'ik' bedoelt.'' Vanaf dat ogenblik is Portnoy in de ikvorm gaan schrijven en, in haar woorden, 'had ik mijn authenticiteit bereikt'.

Portnoy is in 1927 geboren uit Pools-Russische ouders, in Philadelphia. Haar jeugd bracht zij door in de joodse New yorkse wijk Bronx Park East. Na studies in de Verenigde Staten, ging zij in 1950 in Parijs culturele antropologie studeren. Zij huwde er Rudy Kousbroek, die deel uitmaakte van de kolonie Cobra-kunstenaars en Vijftigers in Parijs. In de jaren vijftig werkte zij voor Unesco. In 1970 vond de verhuizing naar Nederland plaats, waar zij nog steeds woont. Haar debuut, de verhalenbundel 'Steen en been', verscheen in 1971 en werd enthousiast ontvangen. De bloemlezing 'Portret' bevat vier van de mooiste verhalen uit haar debuut: 'Rosebud', 'Een krans voor Sylvia', 'Mijn bijdrage aan de Amerikaanse oorlogsinspanning' en het onvergetelijke 'Melk'. Ze geven met de andere verhalen een beeld van het leven van Ethel Portnoy en van haar familieleden, haar vader, moeder, oom, tante, broer. Het levert indrukwekkende portretten op.

Haar wetenschappelijke scholing in het waarnemen van menselijk gedrag, verraadt zich in alles wat Portnoy schrijft. Na de dood van Barthes, schreef zij een In memoriam, waarin een karakteristiek voorkomt die ook voor haarzelf geldt: ,,Onze hele cultuur, in al haar uitingen, was zijn speelterrein. Zijn houding ten opzichte van een onderwerp was er altijd een van liefde. Als criticus was hij niet reactionair, in die zin dat hij het onderwerp dat werd behandeld nooit veroordeelde, of trachtte te kleineren, hoe triviaal of kinderachtig het ook mocht zijn. Een dichtregel, een roklengte, een recept, een gebaar, een naam: hij beschreef, analyseerde, vergeleek, ontdekte onderliggende betekenissen, of geheimzinnige boodschappen.''

Ook Portnoy is geïnteresseerd in allerhande facetten van de cultuur, de hoge zowel als de lage. In haar vorige boek, 'Zielespijs en wat verder ter tafel komt', wijdt zij dertig korte essays aan voedsel, eten en eetgewoonten van verschillende tijden en culturen. Literatuur als culinaire antropologie. Het begint met een humoristische typologie van de Nederlandse snack, die wordt onderverdeeld in wandelende snacks, zittende snacks en snacks die men onder alle omstandigheden kan eten. Hierna volgt een smakelijk essay over het tafeltje-dekje-motief, dat culmineert in een analyse van het lied 'De allegorie van de Vette Jus', door Wim T.Schippers geschreven voor de Barend Servet-show. Servet zingt het terwijl zijn tafel volgestapeld wordt met borden eten. Portnoy: ,,De hele scène heeft alle karakteristieken van grote poëzie: beeldend, op verschillende manieren te interpreteren, extravagant en mateloos.''

Ook de essays, net als de verhalen, hebben dikwijls een autobiografische kant, maar ook hier neemt Portnoy afstand tot het persoonlijke en overweegt haar culturele en antropologische benadering. De gretigheid waarmee zij de wereld beschouwt, levert stof te over op voor verhalen en essays. Behalve over voedsel, schreef zij over kleding en mode, stripverhalen, soaps, moderne mythen, Wagner, films, het bad, de wc, de glimlach, foto's, kinderboeken, Stonehenge, Jugendstil, vampiers, griezelfilms, en nog tientallen andere onderwerpen. Haar boekje met moderne mythen 'Broodje Aap', een door haarzelf aangelegde verzameling, is heel bekend geworden en vermoedelijk haar meest herdrukte boek. Er staan mythen in als deze: ,,Neem een koperen cent en doe die in een glas Coca-Cola. Afdekken en op een donkere plaats wegzetten. De volgende morgen is de cent verdwenen: geheel door de Coca-Cola verteerd.''

In 'Portret' staan de verhalen min of meer chronologisch geordend. Het begint met haar jeugd in Bronx Park, waar ze al direct met twee culturen in aanraking kwam, want de joodse wijk grensde aan een totaal ervan verschillende Italiaanse. Dat zij al vroeg de macht van het geschreven woord ontdekte, blijkt uit het verhaal 'De eerste zoen', waarin beschreven wordt dat zij een opstel voorleest, voor de klas, over haar meest interessante ervaring: de eerste zoen. Haar klasgenoten hingen an haar lippen, ze ,,gaven zich aan mij over, ze waren van mij!'' De verleiding van de tekst.

'Portret' bevat vooral veel verhalen over de familie, de omgeving waarin Portnoy opgroeide en die haar vormde. Typerend is haar latere speurtocht in de Library of Congress naar een jeugdboekje waaruit haar vader haar altijd voorlas. Als ze het eindelijk gevonden heeft, blijkt er achteraf een enorme vormende werking van die verhalen te zijn uitgegaan.

Portnoy is met haar levendige intelligentie, haar monter relativisme en haar analytisch observatievermogen een van onze interessantste schrijvers. Om dat te weten is het lezen van 'Portret' voldoende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden