Een roestende schommel

Eens in het jaar worden we op afspraak even ernstig en stil. Dat kan overal zijn, je hebt er niet veel voor nodig. Er zijn plaatsen waar je ook buiten de vastgestelde minuten even stil valt. Dat gebeurt vanzelf. Zoals midden in Nijmegen. Daar is langs de Marikestraat, de koopgoot van de stad, ineens een pleintje – je ziet het alleen als je bovenlangs loopt. Twee flinke kastanjebomen staan er en nog een kleintje. Daartussen in: een schommel. De schommel is van ijzer, ook het zitje, en hij roest. Hij staat in een ovaal veldje met dun schraal gras, dat je niet kunt betreden omdat er een ijzeren hekje omheen is geplaatst. Dat hekje roest ook. Het ovale veldje met de schommel rust weer op een bed van steengruis – het lijkt een beetje op gemalen puin.

Meer is er niet. Gewoon een schommel. Zij het een onbruikbare. Dan spreken we dus van een beeld. En daar hoort een verklarende tekst bij.

22 februari 1944. Het vergissingsbombardement op Nijmegen. Ze hadden Kleef willen treffen, de Amerikanen, maar de oostenwind was hard en had hen afgedreven. Onder de kastanjebomen speelden kinderen van de Montessori-kleuterschool, die was ondergebracht in het klooster van de Zusters van Jezus, Maria en Jozef. Het luchtalarm ging af, voor de zoveelste keer die dag, en de zusters haalden de kinderen binnen. Het was tien voor half twee, de kleintjes deden net hun jasjes uit in de hal, toen de eerste bom viel. Gevolgd door een tweede. Op dat tijdstip hield het leven op voor 24 kinderen en acht zusters. Er is zo goed als niets van hen teruggevonden. Een schoentje, een rozenkransje. Twee grote kisten en een paar kleintjes, dat was alles wat dagen later vooraan in de kerk stond tijdens de uitvaart.

De schommel, een beeld van Henk Visch, werd in 2000 neergezet, onder de kastanjebomen die het overleefden. Dit jaar verscheen een herinneringsboekje, samengesteld door Laetitia Aarnink, een zuster van de congregatie van J.M.J. Allemaal laat – het bombardement dat bijna achthonderd mensenlevens eiste, is in Nijmegen lang een diep weggestopte pijn geweest. Nog steeds moet de receptioniste van het gemeente-archief even navragen of ze iets over het bombardement in huis hebben.

Zuster Laetitia verzamelde enkele ooggetuigenverslagen. De weggevaagde speelplaats, het brandende klooster. En hoop op een teken van boven: ’Ook in de kapel woedde onmiddellijk na de inslag een felle brand. Het tabernakel is daags daarna door een paar mannen uit het puin gehaald, nog gloeiend heet. Het deurtje kon niet meer open. Na er de koperen plaat te hebben afgeschroefd en na de kast om en om te hebben gekanteld en beklopt, om te proberen het sleutelgat vrij te krijgen, slaagden zij er tenslotte in het deurtje te openen. In de gedeukte zwart geblakerde ciborie bleek van de hosties niets meer over te zijn dan een verkoolde massa.’

God bleef stom die dag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden