Een roep uit het stille land

Op de terugweg uit Groningen waren we door een wit bestoven landschap gereden. De sneeuwval was de avond daarvoor aarzelend begonnen. Hele lichte vlokken waren op de Groningse binnenstad neergedwarreld, in een koude, straffe wind uit het oosten. De winter keerde terug en hier kwam hij het land binnen.


Langzaam was desondanks de Vismarkt volgestroomd, niet helemaal, maar toch aanzienlijk. Uit heel Groningen waren ze gekomen, van het Hogeland, uit de Veenkoloniën, het Westerkwartier, het Oldambt.


Om een overzicht te krijgen was ik even bij Humphrey's naar binnen gegaan, een deftig aandoend etablissement met kristallen luchters voor de ramen en zware rode velours gordijnen. Ik had de beklede trap naar boven genomen, naar de salon op de eerste verdieping waar niemand zat en schaars licht brandde. Van daaraf keek ik uit over de Vismarkt, die nu voor tweederde vol stond, meer dan ooit bij soortgelijke demonstraties die tegen de gaswinning waren gehouden.


De gezichten waren allemaal in de richting van het podium gewend, dat voor de neoklassieke Korenbeurs was opgebouwd die nu heel prozaïsch een supermarkt huisvestte. Hermes keek vanaf het timpaan op de menigte neer.


Een spreker zei vanaf het podium dat het programma wat later zou starten en er steeg gemor op vanaf de markt, want de wind was snijdend en het was koud. Ik keek naar de Groningse vlaggen, wapperend boven de hoofden, naar spandoeken en protestborden - '860 dagen onrust', '78.000 huizen kapot, regering schaam je rot' , 'woest, woester, verwoest', en zag de stille gezichten eronder. Dit was geen luid volk, geen volk van geoefende actievoerders, dit waren mensen die zich bijna geneerden hier te moeten staan. Maar er was niets anders meer. Er was een cabaretier uit het westen voor nodig om de verlangde landelijke aandacht te krijgen, en nu was er momentum, en terwijl ik dit schrijf betuigen diverse lijsttrekkers, op bezoek in Groningen, hun steun aan de bevolking: de gaskraan moet dicht, de Nam moet buitenspel, de schade vergoed en gerepareerd.


Schöne, heile Welt.


Je kon er niet op vertrouwen.


Terwijl de sneeuw neer dwarrelde, werden fakkels uitgereikt, door de Groninger Bodem Beweging, (behalve aan de man die naar drank stonk) met de waarschuwing voorzichtig te zijn, want zoveel fakkels - drieduizend - hadden ze nog nooit besteld.


En zo trok een lange, lange vuurstoet door de koude binnenstad, voorafgegaan door twee agenten te paard, er waren er nauwelijks meer nodig. 'Kamp is een ramp.' 'Wij willen leven zonder angst en beven.' Zo scandeerden sommigen tegen de gevels op, terwijl anderen zwijgend voortstapten.


Achter de politiepaarden bestuurders van stad, gemeenten en provincie, en natuurlijk de cabaretier, Freek de Jonge, die het diepe Gronings verdriet binnen enkele dagen in beweging kreeg. Verdriet ja.


Er zijn in dit stille, gesloten land vele tranen gevloeid, de bevingen zijn doorgetrild niet alleen in de muren van huizen, boerderijen en kerken, maar tot in het hart van de bewoners. De lijsttrekkers glommen van compassie. De premier zei op tv dat het netjes wordt afgehandeld. Ze zien niet hoe diep de scheuren lopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden