Een riante aftocht van Assad kan de patstelling in Syrië doorbreken

Heel voorzichtig komen er signalen dat de strijdende partijen in Syrië willen praten. De Syrische minister van buitenlandse zaken Walid al-Moualem stelde dat het regime van president Assad bereid is met de oppositie te onderhandelen, ook met degenen met bloed aan hun handen. Een vertegenwoordiger van de oppositie had al eerder gezegd dat onderhandelingen mogelijk zijn, mits er een wapenstilstand komt en mits president Assad geen rol speelt in een overgangsregering. In dat laatste zit het probleem.

Rusland steunt bondgenoot Assad en vindt een verandering van het regime een schrikbeeld, omdat daardoor islamistische hardliners aan de macht kunnen komen. De Russen zitten in hun maag met opstandelingen in de Kaukasus die nieuwe motivatie uit een overwinning van hun Syrische broeders kunnen putten. Ook wijzen de Russen buitenlandse bemoeienis met interne aangelegenheden principieel af. De vrees is dat als het Westen wordt toegestaan te bepalen wie wel en niet aan de macht mag blijven, dit zich uiteindelijk tegen Rusland kan keren.

Vorig jaar september eiste de Europese 'minister van buitenlandse zaken' Catherine Ashton dat Assad moet vertrekken. Ook president Obama had zich in die zin uitgelaten. Het Westen heeft met deze eis het hele vredesproces vermoedelijk nodeloos vertraagd. Het perspectief van troonsafstand is voor dictators uitermate onaanlokkelijk. Dat geldt helemaal als wordt gesuggereerd dat Assad naar het Internationale Strafhof in Den Haag moet worden overgebracht, zoals de voormalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright vorig jaar deed.

In het Westen wordt door een moreel vizier naar een foute leider gekeken, zonder dat de vraag wordt gesteld of een gedwongen vertrek strategisch verstandig is. Zeker toen in juni vorig jaar het Internationale Strafhof een arrestatiebevel uitvaardigde, was er voor de Libische leider Kadafi geen enkele reden meer zijn positie op te geven.

In het Westen wordt over het hoofd gezien dat in een dergelijk geval doorvechten voor een bedreigde leider een rationele keuze is. Alleen in dat geval heeft hij enige kans aan de macht te blijven en uit handen van het Internationale Strafhof te blijven. Leiders die zelf hun bevolking onderdrukken, weten bovendien dat er met hen geen clementie is. Dat maakt van je doodvechten en je land in je val meetrekken een rationele keuze die bovendien met hun eergevoel strookt.

Wat dat betreft werd slimmer omgegaan met president Ali Abdullah Saleh van Jemen die ondanks barbarij niet werd aangeklaagd en een riante vrijgeleide kreeg. Voor een dergelijke oplossing is het voor Syrië nog niet te laat.

Historisch gezien komen strijdende partijen pas tot een vredesakkoord als een van beide op het punt staat te winnen en de onderliggende partij erger wil voorkomen, of wanneer geen van beide kan winnen en een patstelling dreigt. Dat laatste lijkt nu het geval.

De positie van Assad is de sleutel tot een oplossing. Assad is niet aangeklaagd door het Internationale Strafhof en kan nog steeds een riante aftocht worden geboden.

Natuurlijk zien het Westen en de rebellen Assad liever bloeden. Maar soms moet pragmatisme overheersen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden