Een reus met zeven armen

Rond 1730 is de boom gaan groeien. Zijn bijnaam, de zevenprovinciënboom, verwijst naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1795), die de boom heeft meegemaakt. Boerderij Stofbergen ernaast is van 1636, maar is meerdere malen op dezelfde plek herbouwd.Beeld Werry Crone

In iedere provincie staan markante bomen, die iedereen kent. Achter deze oude kolossen zit vaak een bijzonder verhaal. Trouw spreekt met de verzorgers van twaalf oude bomen in twaalf provincies. Vandaag de zevenprovinciënboom van ’s-Graveland.

Een prachtig uitzicht heeft de boom. Vanaf een heuveltje kijkt de bijna driehonderd jaar oude zevenarmige linde over een weiland naar landhuis Jagtlust in ’s-Graveland, een van de Gooise buitenplaatsen. Midden in het weiland staat vriend eik, een net zo oude zomereik met een enorme kroon. Jongere companen - beuken, tamme kastanjes, een plataan - beschermen de bijzondere linde op gepaste afstand tegen stormen. Naast de boom staat met roodzwarte luikjes boerderij Stofbergen, een Rijksmonument.

Levert dit doorkijkje al een idyllisch plaatje op, de boom zelf mag er ook wezen. Wie onder het bladerdak naar boven kijkt, ziet zeven stammen recht omhoog rijzen, tot zo’n dertig meter de lucht in. Aan die aparte groei dankt de boom zijn bijnaam: de zevenprovinciënboom, verwijzend naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die de boom heeft meegemaakt.

De stammenverzameling is bij toeval ontsproten, denkt boswachter Johan van Galen Last van Natuurmonumenten. “Waarschijnlijk is deze boom ontstaan vanuit een linde die is omgewaaid of doodgegaan. Maar het zijn sterke overlevers. Vanuit de wortels, die nog goed waren, zijn dicht bij elkaar zeven stammen uitgegroeid. Een stoof noem je dat, een verzameling nieuwe scheuten.”

Nog tientallen jaren

Naar boven turend constateert Van Galen Last dat de oudste linde van Noord-Holland nog tientallen jaren mee kan. “Een enkele dode tak, meer niet. Kijk eens naar de kruinen van de beuken ernaast. Daar kijk je zo doorheen bij sommige, die worden minder oud.” De zevenarmige heeft dan ook weinig bedreigingen gekend. “De boom staat op een fantastische plek. Vrij en wat hoger. Het wortelstelsel heeft zich helemaal aangepast aan de standplaats. De boom ligt op een heuveltje en is daarom minder gevoelig voor de stand van het grondwater. Dat is een voordeel nu klimaatverandering meer wisselende waterstanden veroorzaakt. Af en toe krijgt de boom wat extra voeding of mest dat op het omliggende grasveld wordt gegooid. Een linde kan heel oud worden. Dit beeld, deze boom naast de boerderij en dit doorkijkje, is al meer dan 250 jaar hetzelfde.”

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

De zevenarmige Linde bij boerderij Stofbergen.Beeld Werry Crone

Rond 1730 is de boom gaan groeien naast boerderij Stofbergen. Die dateert oorspronkelijk van 1636, maar is meerdere malen op dezelfde plek herbouwd, de laatste keer in 1840. Stofbergen ligt op buitenplaats Hilverbeek, een van de ’s-Gravelandse buitenplaatsen die zo’n vierhonderd jaar geleden zijn ontstaan. Welvarende Amsterdammers kochten lapjes grond, zetten er aanvankelijk boerderijen op en later ook grote buitenhuizen. Ze ontdekten dat het prettig toeven was, dichtbij Amsterdam op de grens van zandgronden en veen. Weilanden bij de huizen werden bovendien ontzand voor de bouw van de Amsterdamse grachtengordel. Terug kwam Amsterdams huisvuil, mest en bagger uit de grachten die de bodem moesten verrijken. De eigenaren bekommerden zich later ook om het landschap. Begin 18de eeuw leggen ze vooral strakke tuinen aan op de landerijen, met lange bomenlanen. Later dient tuinarchitect Zocher als inspiratiebron voor een meer landschappelijke stijl met heuveltjes, waterpartijen en mooie doorkijkjes.

Redding

De Gooise buitenplaatsen, waartoe onder andere ook Schaep en Burgh, Boekestyn en Gooilust behoren, zijn niet altijd even goed onderhouden. Maar de komst van projectontwikkelaars met bulldozers is de landgoederen bespaard gebleven. Begin 20ste eeuw redt een huwelijkse ruzie het gebied, dat dan wel echt in verval dreigt te raken, definitief. Jonkvrouwe Louise Six wil niet dat haar Gooilust toevalt aan haar man Frans Blaauw als zij overlijdt. Daarom schenkt zij het buiten aan de nog jonge vereniging Natuurmonumenten. Daarna komen meer ’s-Gravelandse buitenplaatsen in handen van de vereniging.

“Het landschap is altijd redelijk beschermd geweest”, constateert Van Galen Last. “Het is eerst beheerd als natuurgebied. De laatste tijd doen we dat meer cultuur-historisch. We willen de sfeer vasthouden die ooit gecreëerd is.” Dat betekent bijvoorbeeld het behoud van de bomenlanen zoals die ooit op de buitenplaatsen aangelegd zijn en van specifieke boomsoorten. Van Galen Last is in die cultuur-historische aspecten van de natuur gespecialiseerd en heeft bij het onderhoud van de buitenplaatsen veel gehad aan de tekeningen en schilderijen van Jan van Ravenswaay, die er veelvuldig aan het werk was. Ook de zevenarmige linde legde de kunstenaar vast, in 1835.

Een hofdicht over de natuur van de buitenplaatsen rept al in 1738 van de zeven stammen, bewijs dat de boom al vroeg als een opmerkelijk exemplaar werd gezien. In dit fragment van de lofzang van Willem Haverkorn Willemsz. komt de linde voorbij, als hij het heeft over boerderij Stofbergen.

Het geen des wandlaars oog en aandacht op kan wekken

Is dees provintieboom, die ’s landmans wooning dekt

Daar zeven stammen zich tot aan de wolken strekken

En ieder stam zyn kruin tot den hemel strekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden