Een requiem voor mijnheer pastoor

In Grubbenvorst zal voor het eerst het requiem van Lachman klinken. Een eerbetoon aan pastoor Vullinghs, die er vele Joodse levens redde, waaronder dat van de componist.

Als kleine jongen hoorde Piet Seegers (65) al praten over pastoor Vullinghs. "Het was een mythische figuur. Hij had gezag. Je moet goed begrijpen: dit was een boerendorp. Mensen waren gezagsgetrouw. De pastoor, het hoofd van de school: dat waren de notabelen. Als Vullinghs met een Joods jongentje bij je kwam met de vraag of die onderdak kon krijgen, dan deed je dat gewoon."

Henri Vullinghs (1883-1945) was tijdens de oorlog pastoor in Grubbenvorst, boven Venlo. Nergens overleefden zoveel Joden de oorlog als hier. Met zijn uitgestrekte dorpen en afgelegen boerderijen was de streek ideaal om mensen te laten verdwijnen. De Duitsers besteedden ook niet veel aandacht aan onderduikers op het Limburgse platteland. "Hier waren relatief weinig razzia's", vertelt Seegers, geboren en getogen in Grubbenvorst. "Als er wat gebeurde, was er bovendien een hecht netwerk waardoor mensen snel op de hoogte waren van het dreigende onheil."

De spil

In dit netwerk was pastoor Vullinghs de spil. Door zijn werk redde hij het leven van honderden Joden. Een van hen was de Berlijnse componist Hans Lachman. Lachman was in de jaren dertig naar Amsterdam gevlucht. En toen het ook daar voor Joden niet meer veilig was, dook hij met vrouw en kind onder in Noord-Limburg, met hulp van de pastoor.

Vullinghs werd uiteindelijk verraden en opgepakt. Via de kampen Vught en Sachsenhausen, kwam hij terecht in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij werd gemarteld, maar heeft nooit wat losgelaten. Een paar weken voor de bevrijding bezweek hij.

Lachman en zijn familie overleefden de oorlog wel. Als eerbetoon aan de pastoor die zijn leven had gered, schreef hij, onder de naam Van Limburg - een verwijzing naar zijn onderduikverleden - een katholiek requiem. Eén keer werd het uitgevoerd: tijdens de dodenherdenking van 1960 was het te horen op de gecombineerde zenders Hilversum 1 en 2.

Daarna raakte het stuk in de vergetelheid, totdat producer Agnes van Haaften het requiem weer op het spoor kwam. "Ik werd gebeld door iemand van radio4 die bij toeval op het requiem was gestoten. In de vochtige schuur van Lachmans zoon werden allerlei papieren gevonden, waaronder het eerbetoon aan de pastoor."

Overmorgen, op de zeventigste sterfdag van Vullinghs, beleeft het requiem van Lachman dan eindelijk zijn echte première in de kerk van Grubbenvorst. Met uitzondering van de uitvoerenden, heeft niemand die daar zal zijn het stuk ooit gehoord.

"Kijk, daar zaten ook onderduikers." Piet Seegers, voorzitter van het comité dat de uitvoering van het requiem organiseert, rijdt in zijn auto door het dorp. Ondertussen vertelt hij over de geschiedenis van Grubbenvorst dat zijn faam, behalve aan pastoor Vullinghs, vooral te danken heeft aan zijn asperges. In praktisch alle oude huizen die het dorp nog rijk is, hebben tijdens de oorlog onderduikers verborgen gezeten.

"Vullinghs had contact met journalist en verzetsstrijder Mathieu Smedts. Via zijn netwerk werden Joden vanuit Amsterdam naar Limburg gesmokkeld. Met de trein of met de auto." Enkele huizen waar Lachman en zijn gezin hebben gezeten - onderduikers werden regelmatig verplaatst - staan er nog. In een ervan is nu een parenclub gevestigd. Er staat een hoge muur omheen en er branden frivole lantaarns.

In Grubbenvorst is een plein naar pastoor Vullinghs genoemd. Er staat een sober oorlogsmonument. De naam van de pastoor staat onopvallend tussen die van de andere gevallenen: 'H.J. Vullings 09-04-1945'.

Gregoriaans

"Vergeet niet dat hij om nog iets heel anders beroemd is geworden, namelijk zijn inzet voor het muziekonderwijs op school", zegt Piet Seegers. "Toen ik op de lagere school zat, hingen voor in het lokaal grote plakkaten vol met muzieknoten." Die waren afkomstig van het Ward-Instituut, door Vullinghs opgericht om het gregoriaans te propageren. "Hij heeft mij leren zingen."

Volgens Agnes van Haaften is het bijzonder dat een Joodse componist een requiem schrijft. "Het duurt ongeveer twintig minuten. We hebben het hier over een klassiek requiem, van voor het Tweede Vaticaans Concilie, dus met een Dies Irae. Lachman en Vullinghs hebben samen veel over het gregoriaans gesproken, dat zie je terug in de opbouw. Hij is echt in de huid van de pastoor gekropen. Tegelijk bevat het Sanctus juist weer Joodse toonladders."

Om een hele avond te kunnen samenstellen, worden de delen van het requiem afgewisseld met muziek uit de katholieke traditie en stukken van andere Joodse componisten, zoals Ernest Bloch. Een kleinzoon van Hans Lachman zal een toespraak houden, videobeelden ondersteunen de muziek.

Natuurlijk staat de uitvoering in het teken van pastoor Vullinghs, maar Van Haaften hoopt dat het er ook toe zal leiden dat Lachman als componist wordt herontdekt. "Er is nu het requiem. Maar Lachman heeft ook heel mooie kamermuziek geschreven. Bij het grote publiek is hij onbekend. Hopelijk komt daar nu verandering in. "

Een held

Tenslotte rijdt Piet Seegers naar de kerk. Hier ergens in de buurt moet Henri Vullinghs op 1 mei 1944 zijn opgepakt. De precieze plek is niet meer te achterhalen. Oude inwoners van Grubbenvorst weten nog dat Vullinghs vanaf de kansel duidelijk stelling nam tegen de Duitse bezetter en de vervolging van de joden. "Het was een held hoor", zegt Seegers. "Als iemand het verdient om heilig te worden is hij het wel."

Niet ver van de kerk woont de huidige pastoor van Grubbenvorst, Jan Peeters. Hij zit bij de uitvoering vooraan. "Ik kan niet zeggen dat hij voor mij hét grote voorbeeld is, maar hij was natuurlijk wel heel erg moedig. Wat hij gedaan heeft en wat hij allemaal in het openbaar durfde te zeggen, dat is enorm. Als je ziet wat Edith Stein (de heiligverklaarde Joods-Duitse religieuze) heeft gedaan, dan zou Vullinghs dezelfde eer verdienen. Maar ja, dan moet er eerst nog wel wat gebeuren."

Ze zullen het niet hardop zeggen, maar in Grubbenvorst zijn veel mensen te vinden die hopen dat de uitvoering van het requiem het begin is van nog veel meer moois.

Het Van Limburg requiem wordt op 9 en 10 april uitgevoerd in de parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw ter Hemelopneming in Grubbenvorst, aanvang 20.15 uur. Meer informatie op www.vanlimburgrequiem.nl

David Henri Lachman (55), kleinzoon van componist Hans Lachman

"Mijn tweede naam is niet voor niets Henri. Dat is natuurlijk een eerbetoon aan pastoor Vullinghs.

Er werd veel over hem gesproken bij ons in de familie. Ik ben als kind vaak op vakantie geweest in Limburg, het heeft voor mij altijd iets sprookjesachtig gehouden. Het was een heel andere wereld voor ons.

Als ik eerlijk ben, moest ik erg wennen aan de muziek van mijn grootvader, met al die rare toonladders. Ik hield meer van Mozart, Beethoven en Schubert.

Ik heb me in hem verdiept en toen heb ik ontdekt dat hij ook veel amusementsmuziek heeft gecomponeerd. Zo heeft hij voor de oorlog nog in Tuschinski opgetreden. Er is veel over hem geschreven, maar in welke mate hij nou erkenning heeft gekregen, weet ik niet.

Ook ik heb het requiem nog nooit gehoord. Ik kom graag uit Israël over voor de première, want ik ben echt heel benieuwd. Ik ga ook spreken. Helaas kan mijn vader die in Nederland woont er, vanwege zijn zwakke gezondheid, niet bij zijn.

Hopelijk worden er opnamen gemaakt, dan kan ik die aan mijn kinderen in Israël laten horen."

Jaap van Velzen (84) kreeg een onderduikplek via pastoor Vullinghs

"Op mijn twaalfde ben ik uit de Hollandse Schouwburg ontsnapt. Daarna zwierf ik op straat en pikte ik wel eens wat, om in mijn bestaan te voorzien. Met mijn laatste dubbeltje heb ik een perronkaartje gekocht en ben in de eerste beste trein gestapt. De hele weg heb ik op het toilet gezeten om de conducteur te ontwijken. Ik ben tot Blerick, bij Venlo, gekomen.

Uiteindelijk kwam ik bij een herenboer in Grubbenvorst terecht. 'Ik zoek werk', zei ik. 'Ga maar naar mijnheer pastoor', antwoordde hij.

Rabbijnen kende ik natuurlijk wel en ook van een dominee had ik wel eens gehoord, maar wat een pastoor was, wist ik niet. Ik dacht alleen maar: dat is iemand die mij werk kan bezorgen.

Vullinghs woonde toen in het klooster dat in het dorp lag. Ik moest een paar minuten wachten in een kamer. Toen kwam hij binnen: een lange rijzige man. Ik was gelijk onder de indruk. 'Geef dat manneke wat te eten', zei hij tegen een zuster. Later die dag heeft hij me weggebracht naar mijn eerste onderduikadres.

Zijn bidprentje draag ik altijd bij me. Ik kan bijna niet over hem praten zonder emotioneel te worden. Hij heeft mijn leven gered. Van mijn hele familie hebben alleen mijn zus en ik de oorlog overleefd. Mijn gezondheid is niet zo best, maar ik zal er bij zijn, bij de première. Koste wat kost. "

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden