Een relikwie waarvoor het kaarsje is opgebrand

Terry Riley inspireerde onder anderen Louis Andriessen en The Beatles. (Trouw)

Een van de iconen van de minimal music, de Amerikaan Terry Riley (75), bracht in Eindhoven een ode aan zijn leermeester Pran Nath.

Terry Riley, Talvin Singh en George Brooks – The West Coast Legacy of Pran Nath: gehoord vrijdag 22 oktober, Muziekgebouw Frits Philips (Eindhoven)

Ter gelegenheid van zijn 75ste verjaardag maakt de grootvader van de minimal music Terry Riley een wereldtoernee, vrijdag gaf hij in Eindhoven zijn enige concert in Nederland, opgedragen aan zijn Indiase leermeester Pran Nath.

Met die pluizige baard en oosterse uitdossing oogde Riley eerder als een minzame patriarch dan als de zelfbewuste pionier die de loop van de 20ste-eeuwse muziek verlegde. Schoorvoetend en uiteindelijk vol overtuiging figureerde Riley te midden van zijn secondanten Talvin Singh op percussie en saxofonist George Brooks.

Ook al is hij minder beroemd dan Philip Glass of Steve Reich, met het revolutionaire ’In C’ legde de Amerikaanse componist Terry Riley in 1964 het fundament voor de minimal music.

Met dit baanbrekende stuk en later werk als ’Rainbow in curved air’, vol miniem herhaalde tape-loops, beïnvloedde hij generaties musici in klassiek, pop en jazz.

Naast Glass en Reich lieten John Adams, het Kronos Quartet, Simeon Ten Holt en Louis Andriessen zich hierdoor inspireren. In de pop liggen de voorbeelden voor het oprapen. John Cale, die met Riley het album ’Church of Anthrax’ maakte, paste diens minimal-invloeden toe op The Velvet Underground.

The Who eerde hem in ’Baba O’Riley’; invloedrijke groepen als The Soft Machine en Tangerine Dream zijn schatplichtig aan hem.

Ook The Beatles, die op hun albums ’Revolver’ en ’Sgt. Pepper’ss Lonely Hearts Club Band’ driftig experimenteerden met de elektronische vergezichten die Riley bood, werden door hem aangeraakt.

Maar de tijd heeft de grootmeester ingehaald. In Eindhoven overheerste de sfeer van een optimistisch ingezette try-out, zo van ’kijken waar we uitkomen’.

Riley zong de Indiase raga’s van zijn leermeester Pran Nath op ingehouden en vlak aangehouden toon.

Zijn vingers bewogen als snelle zeekrabbetjes over de toetsen en Brooks vulde aan met kleine exercities op sax. Talvin Singh verzorgde op tabla en drumstel de versieringen.

Ondanks zijn inspanningen, sublieme roffels en fraaie improvisaties strandden Singh’s pogingen op de gelatenheid van de oorzaak van dit alles. Riley weigerde het woord tot de zaal te richten, hooguit een klungelig uitgesproken ’Wilt u al thee drinken of zullen we doorspelen?’ was voldoende om daarna maar voort te gaan.

Riley serveerde vervolgens, achter de vleugel gezeten, een mix van Amerikaanse jazz-standards, hier en daar gelardeerd met op de blues geënte passages. Ze brachten met minimalistische herhaling even de brille terug die Riley ooit beroemd maakte.

Wat restte was de aanwezigheid van een lieve, levende legende. Ooit bruggenbouwer tussen Oost en West, ook tussen klassiek, jazz en pop en nu een relikwie waarvoor het kaarsje is opgebrand. Een avond vol gemiste kansen.

Had Terry Riley de inzet van Talvin Singh gehad dan was er een concert uitgerold dat zo op het Amsterdam Dance Event had kunnen staan.

Met een icoon dat de loungemuziek min of meer heeft uitgevonden, maar nu is blijven steken in een cliché, in C, een minimalistische herhaling van zichzelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden