Een relatie op het werk geeft altijd gedoe

De helft van de werkende Nederlanders wordt verliefd op een collega. Toch is het nog vaak een taboe.

„Ik was echt verrast, opeens kuste hij me”, vertelt de Japanse Kumi Hiroi (30). „Meteen daarna dacht ik: ’Oh nee, dit is een werksituatie, wat nu?” Ook Tijl Akkermans (29) – haar collega en vriend – maakte zich zorgen: „Je weet niet meteen hoe serieus het wordt, daarbij voelde ik me ook wel ergens verantwoordelijk, ik ben tenslotte senior en zij junior. Maar de situatie is natuurlijk ook spannend.”

Hiroi en Akkermans zijn allebei grafisch ontwerper, ze werken bij Thonik, een ontwerpbureau in Amsterdam: de SP, de VPRO en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten behoren onder meer tot de opdrachtgevers.

Het verliefde stel besloot de relatie geheim te houden voor hun collega’s. „We gingen iedere dag samen naar de studio, maar we kwamen nooit samen binnen. Ik wachtte even een paar minuten op de hoek, of Kumi haalde een croissant”, vertelt Akkermans lachend. Het paar is nu ruim een half jaar samen, sinds vier maanden wonen ze ook samen.

Niemand weet precies hoe vaak liefde op de werkvloer voorkomt, maar uit verschillende enquêtes op websites als intermediair.nl komt naar voren dat ongeveer de helft van de werknemers in Nederland wel eens verliefd is geweest op een collega. Een onderzoek van uitzendbureau Unique laat zien dat zestig procent van de werknemers flirten op het werk geen probleem vindt.

Dit beaamt Tessa (52), zij is een ware expert als het gaat om kantoorliefde: „Alle relaties die ik heb gehad waren op het werk. In de reclamewereld kan het flink tekeer gaan, is mijn ervaring.” Vierentwintig jaar werkte ze als directiesecretaresse bij een reclamebureau, drie keer vond ze daar de liefde van haar leven, maar iedere keer was hij al getrouwd.

Eer ze daar achter kwam was het te laat: „Dan was ik al waanzinnig verliefd”. Haar collega’s waren altijd op de hoogte van de relatie: „Ik houd er niet van dingen geheim te houden, en waarom zou ik ook? Ik bedroog niemand. Natuurlijk zeiden collega’s er wat van, er werd een hoop geroddeld, zeker in het begin.”

Leed haar werk niet onder al die liefdesperikelen? „Nee, in tegendeel: ik was zo blij dat ik hem op werk kon zien, dat ik iedere dag naar mijn werk sjeesde. Ik was er als eerste, en ging als laatste weg. Het was zo erg dat ik zelfs met 39 graden koorts nog naar m’n werk ging.”

Maar, geeft ze toe: „Als het uitgaat is het opeens een heel ander verhaal, dan is het moeilijk om goed te blijven functioneren. Je probeert elkaar te mijden, maar het is een raar idee dat het object van je verdriet drie deuren verder zit. Ik ben dan ook regelmatig snikkend naar de toiletten gerend.”

Vernederd voelde ze zich toen ze toevallig een gesprek hoorde tussen haar ex-geliefde en een andere collega: „Hij beklaagde zich over mij: ’Ik word er niet goed van. Waarom is ze toch zo verdrietig? Ik kan er toch ook niks aan doen?’ Het was heel naar, zoiets steekt echt, helemaal omdat hij dat tegen een andere collega zei. Dat soort dingen wil je niet.”

Nooit heeft Tessa eraan gedacht om ontslag te nemen als het niet werkte met haar relatie: „Ik vond eigenlijk dat zij dan maar moesten opstappen”. Ze lacht hard, en vervolgt dat op serieuze toon: „Je moet wel van tevoren afspraken maken: over is over, geen gezeur op de werkvloer, dat moet je niet hebben”.

Hoe makkelijk er op Tessa’s werk werd gedacht over relaties op de werkvloer, zo strikt was het bij het bedrijf waar Judith werkte: „We hebben het nooit openbaar durven maken. Er waren geen gedragsregels voor zover ik weet, maar de sfeer was er gewoon niet naar om zoiets bekend te maken.”

Ze leerde haar vriend kennen op het hoofdkantoor van een winkelketen, zij had toen een leidinggevende functie, en hij ook. Dat was twee jaar geleden, inmiddels werkt hij daar nog steeds, maar zij niet meer: „Ik wilde eigenlijk al weg, maar mijn vertrek heeft onze relatie zeker makkelijker gemaakt.”

Ze is voorzichtig, ze weegt haar woorden want het is nog steeds niet bekend, geeft ze bijna schuldbewust toe: „Bij mijn vertrek is het nogal hoog opgelopen. Hij werkt nog steeds met dezelfde mensen, en we denken dat ze er niet op een leuke manier mee om zullen gaan als ze van onze relatie weten. We kiezen daarom maar steeds voor om het geheim te houden, maar het is niet ideaal.”

Hiroi en Akkermans wilden hun relatie in eerste instantie ook niet bekendmaken, maar het liep toch anders: „Na een etentje met mensen van werk, kwamen collega’s er de volgende dag achter dat Tijl niet naar huis was gegaan, maar ergens was blijven slapen. Hij was vanaf dat moment ’ verdacht’. Toen hij vervolgens in de studio riep: ’Oh my god’- mijn stopwoordje- en dat ook nog eens op mijn toon, was het voor een collega duidelijk: ’Heb je soms iets met Kumi?’, vroeg hij gelijk.”

„Ja, en toen was het bekend”, zegt Akkermans nuchter. Hiroi: „In het begin hebben onze collega’s ons een tijdje flink gepest, maar nu vindt iedereen het heel normaal.” Akkermans heeft het wel besproken met zijn bazen, die toevallig ook een stel zijn: „Ze vonden het leuk, maar ze waren ook wel een beetje bezorgd vanwege mogelijke relatieproblemen”.

„Soms is het ook best lastig”, zegt Hiroi: „Thuis zijn we zo gelijk, maar op het werk moet ik regelmatig gewoon zijn aanwijzingen opvolgen, dat is wel eens raar.”

Om privacyredenen zijn de namen van Tessa en Judith gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden