Een reisverhaal. Een autobiografie. Een roman. Een liefdesbrief. Een grafrede. Een bestseller voor tieners. De moord. Een seksscène.

Hoe schrijf ik een boek? Die vraag kwelt veel Nederlanders met schrijfambities. Trouw helpt schrijvers in spe op weg met een gevarieerde cursus. Aflevering 4: hoe schrijf ik een reisverhaal?

Ze is een 'luie toerist', zegt reisschrijfster Lisa St. Aubin de Terán (50) in haar werkkamer aan het Amsterdamse Vondelpark. Want als zij in een vreemde stad is, dan gaat ze expres niet naar de toren van Pisa of de Taj Mahal. Veel liever zit ze uren naar mensen te kijken en te luisteren op een terras aan een druk plein: ,,Voor een reisschrijver is het essentieel om lui te zijn. Als je van bezienswaardigheid naar attractie rent, vind je nooit een nieuwe invalshoek.''

St. Aubin de Terán werd geboren in Londen, woonde eerder in Venezuela, Schotland en Italië en nu dus in Amsterdam. Tussendoor reisde ze de halve wereld rond en schreef ze bestsellers als 'De haciënda' en 'De stoptrein naar Milaan'. Met ontdekkingsreizigers -rauwdouwers die bewust het gevaar en ongemak zoeken- voelt de elegante schrijfster zich niet verwant. Ze typeert zichzelf als een 'dwaalster', een 'toevallige reizigster' die een goed hotel prefereert boven een tent. Maar soms bevindt zij zich -op naaldhakken en onvoorbereid- ineens in de woestijn van Mali, in een peeskamertje in Thailand of in een lekkende strandtent in het Caribisch gebied. En daar redt zij zich dan óók: ,,Ik ben heel flexibel''.

Tip 1: Zoek een schoenmaker

Een originele invalshoek en een frisse blik zijn noodzakelijk voor een goed reisverhaal. ,,Het is de plicht van de reisschrijver om iets nieuws te vinden'', zegt St. Aubin de Terán. En dus schrijft zij in een reisverhaal over Mali niet over Timboektoe, maar over een mozaïek van gebruikte plastic tassen middenin de woestijn: ,,Uit dat beeld kon ik veel afleiden over die maatschappij: dat plastic tassen er nieuw zijn, dat mensen ze daarom bewaren...''. Veel informatie dringt zich visueel op, maar soms zoekt ze ook naar andere bronnen: ,,Ik probeer altijd mensen te vinden met contemplatieve banen. Een herder of een schoenmaker. Die hebben veel tijd om na te denken.''

Tip 2: Stel geen vragen

Ze is erg verlegen en ontdekte zo vanzelf een interessante communicatiestrategie: ,,Ik stel geen vragen. En ik heb gemerkt dat mensen me met antwoorden bombarderen. Mijn advies is: praat niet, maar luister.'' Wie zijn gesprekspartners indringend ondervraagt, verstoort namelijk het normale sociale verkeer. Dat een bescheiden houding effectief kan zijn, ontdekte ook de Vlaamse reisschrijver Rudi Rotthier. Voor zijn boek 'De koranroute' reisde hij door 14 moslimlanden en overal begonnen mensen spontaan tegen hem aan te praten.

Tip 3: Kraak je eigen land niet af

'Wat ben ik blij dat ik hier ben en niet thuis in mijn regenachtige rotland!' Met zo'n opmerking maak je geen vrienden, zegt St. Aubin de Terán: ,,Plaatselijke bewoners denken dan: wat is dat voor 'n excentriekeling, die zijn eigen stam en familie afwijst? Je maakt een trouweloze indruk.'' Als reisschrijver kun je beter niet in negatieve zin opvallen: hemel het gastland dus niet op door je eigen roots af te kraken.

Tip 4: Ga van macro naar micro

Mali is een arm land, Berlijn een hippe stad, het Ho Chi Minh-museum het hoogtepunt van Hanoi. Aan dit soort algemene (en dus nietszeggende) uitspraken heeft een lezer niets. Zoek daarom naar sprekende details, zegt St. Aubin de Terán, hak grote indrukken in minuscule stukjes: ,,Gebruik daarbij al je zintuigen, beschrijf ook wat je hoort, ruikt, voelt en proeft. En dus niet alleen -die fout maken veel mensen- wat je ziet.'' Het is handig om die details onderweg op te schrijven, tenzij je net zo'n goed geheugen hebt als St. Aubin de Terán. Zij komt na drie weken thuis met één velletje notities.

Tip 5: Maak je reis uniek

St. Aubin de Terán is ervan overtuigd dat het toeval haar naar een land moet brengen: ,,Dat is mijn bijgeloof.'' Haar roem als schrijfster stimuleert dat toeval wel: ze krijgt regelmatig uitnodigingen om lezingen te geven in Nieuw-Zeeland of Brazilië.

Reisschrijvers in spe hebben misschien meer aan een advies van Carolijn Visser: bedenk een doel of rode draad voor je reis, volg je eigen passie, je hoogstpersoonlijke fascinatie. Zo krijgt je verhaal een extra dimensie.

Tip 6: Begin niet in de taxi

In een interview in het blad Schrijven (jaargang 7, nummer 6) geeft Visser nog meer bruikbare adviezen. Bijvoorbeeld: begin je verhaal niet met de aankomst op de luchthaven of een taxirit. Open je verhaal liever midden in een intrigerende scène.

Tip 7: Neem een rare reisgenoot mee

Zeer inspirerend voor beginnende reisschrijvers zijn de observaties van de Poolse wereldreiziger Ryszard Kapuscinski. Hij schreef prachtige reisreportages en reflecteert ook op het schrijven zelf. Kapuscinski onderscheidt drie typen reportages: in het eerste is de gebeurtenis de held (de aardbeving, de moord); in het tweede het probleem (malaria, kinderarbeid), in het derde de auteur. Die reist en doet indrukken op, hij gedraagt zich stoer en heldhaftig (Wilfred Thesiger), probeert dat, maar mislukt daarin (Redmond O'Hanlon) of is overtuigd antiheld (Bob den Uyl). In zijn hilarische reisboek 'Tussen Orinoco en Amazone' voert O'Hanlon nog een andere (anti)held op: de decadente playboy Simon, gespecialiseerd in gokken, vrouwen en drank. Hij is een onorthodoxe reisgenoot, die tijdens een junglezoektocht naar moordlustige indianen niet veel waard is. Kostelijke lectuur, dat wel: O'Hanlon wist vast precies waarom hij uitgerekend met deze dwaas op stap wou.

Reisschrijven

Voor nummers van het blad Schrijven en andere info: Stichting Schrijven, 020 625 41 41, www.schrijven.org.

Leestips: Ryszard Kapuscinski, 'Lapidarium. Observaties van een wereldreiziger 1980-2000'. Privédomein, €22,95. Lisa St. Aubin de Terán, 'Mijn favoriete reizen' (Meulenhoff, €12,50) en 'Otto' (roman, €20,00).

Zelf publiceren op internet kan via www.reisverhalen.net. Zie ook reisverhalen.pagina.nl

Praktisch boek over reisschrijven: 'De verborgen werkelijkheid. Reizen tussen feiten en fictie'. (KIT Publishers, €12,50).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden