Een reële kans op marteling

Het dossier-Salah Sheekh leek begin 2004, enkele uren voor zijn uitzetting, gesloten. Maar het Europese Hof floot het ministerie van justitie op de valreep terug. Drie jaar later komt het Hof tot een pijnlijk vonnis: Nederland schond het verbod op folteren door de asielzoeker uit te willen zetten. De Somaliër zelf is vooral opgelucht: „Onze mensen worden aangevallen, vernederd, mishandeld, doodgeschoten.”

door Bart Zuidervaart

De Somaliër Abdirizaq Salah Sheekh en advocaat Flip Schüller ontmoeten elkaar voor het eerst in het grenshospitium in Amsterdam. Het is januari 2004 en de twintigjarige asielzoeker zit dan zes maanden opgesloten, in afwachting van zijn uitzetting. Schüller verneemt dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de jongen via Dubai naar Noord-Somalië wil brengen.

De advocaat heeft daar grote problemen mee en protesteert tegen de uitzetting bij de Amsterdamse voorzieningsrechter. Volgens Schüller houdt de IND er ’schimmige dumppraktijken’ op na, door transitlanden als Dubai te gebruiken ’waarvan ik sterk betwijfel of dit zorgvuldig gebeurt’. Daarnaast wordt Noord-Somalië naar zijn overtuiging door Nederland ten onrechte als ’veilig gebied’ bestempeld.

De Somalische jongen is op dat moment volledig uitgeprocedeerd. Zijn vorige advocaat liet een gang naar de Raad van State, Nederlands hoogste bestuursrechter, achterwege om de overtuiging die hij deelt met vele vreemdelingen- en asieladvocaten: de Raad volgt in veruit de meeste zaken de lijn van de minister, wat een hoger beroep voor de asielzoeker nagenoeg kansloos maakt.

Op 15 februari, een dag voor de geplande uitzetting, maakt Schüller de zaak aanhangig bij het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. De rechter in Amsterdam heeft de uitzetting dan zojuist goedgekeurd. De advocaat en het Hof mailen nog wat dossierstukken heen en weer en die nacht, enkele uren voor de vlucht, verbiedt het Europese Hof Nederland de jongen uit te zetten. Straatsburg ziet genoeg aanwijzingen om te twijfelen aan de beslissing van zowel (toenmalig) minister Verdonk van vreemdelingenzaken als de Nederlandse rechter.

Schüller ziet het belang van de zaak. De volgende maanden stort hij zich, met hulp van onder meer hoogleraar asielrecht Thomas Spijkerboer en voorzitter van de Vereniging Nederlandse Asieljuristen Loes Vellenga, op het dossier van Abdirizaq en de veiligheidssituatie in Somalië. Ze roepen de hulp in van collega-advocaten, gebruiken rapporten van de UNHCR en Artsen zonder Grenzen. Vluchtelingenwerk Nederland ontleedt het ambtsbericht van Buitenlandse Zaken, voetnoot per voetnoot.

„Er wordt gesmokkeld met die ambtsberichten”, zegt Schüller in zijn kantoor aan de Amsterdamse Keizersgracht. „Dat hebben we kunnen aantonen. Buitenlandse Zaken presenteert de ambtsberichten als objectief. Met enig onderzoekswerk kan men bij een aantal ambtsberichten grote vraagtekens zetten. Kennelijk spelen andere belangen een rol, zoals internationale betrekkingen en handelsmotieven.”

Schüller overlegt de onderzoeken aan het Hof in Straatsburg, wetende dat hij een sterke zaak heeft. Ruim twee jaar later doet het Europese Hof een voor de Nederlandse autoriteiten vernietigende uitspraak: door Abdirizaq Salah Sheekh uit te willen zetten, schond Nederland artikel 3 van het Europese mensenrechtenverdrag: ’Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen’. Een keihard vonnis wat niet slechts op de Somaliër in kwestie betrekking heeft, maar volgens juristen gevolgen moet hebben voor het algehele Nederlandse asielbeleid.

Abdirizaq zelf had in de maanden voorafgaand aan de uitspraak alle hoop op een goede afloop verloren. „Je ontvlucht je land en komt in het veilige Nederland. Althans, dat denk je. Maar ze plaatsen je gerust een half jaar in een gevangenis. Dan voel je je vanzelf kansloos.” Nu, anderhalve week na het vonnis, is hij vooral zijn advocaat en het Europese Hof dankbaar. „Het is de juiste beslissing geweest. Ik heb in Somalië veel meegemaakt, dat is moeilijk uit te leggen. Teruggaan kan echt niet.”

Abdirizaq praat met moeite en geëmotioneerd over zijn leven in Somalië. Als lid van de Ashraf-minderheid was zijn familie een makkelijke prooi voor machtige clans. Familieleden werden geregeld overvallen en mishandeld. In 1995 vermoordde de Abgal-militie zijn vader, zeven jaar later ook zijn broer. Diezelfde clanleden verkrachtten zijn zus veelvuldig. „Wat ben je waard als je als broer je eigen zus niet kan beschermen?”, zegt Abdirizaq.

Uiteindelijk kreeg de moeder voldoende geld bijeen, na de verkoop van al haar bezittingen, om Abdirizaq via Kenia en Turkije naar Nederland te laten smokkelen. Op 12 mei 2003 begon de kansloze asielprocedure bij het Aanmeldcentrum op de luchthaven Schiphol, uitmondend in de detentie in het grenshospitium.

Voor justitie was de beslissing om hem af te wijzen als vluchteling een makkelijke. Behalve dat hij geen identiteitspapieren kon overhandigen en de IND twijfelde aan zijn vluchtverhaal, speelden er meer factoren mee. Justitie vond het feit dat Abdirizaq tot de Ashraf-minderheid behoort niet bedreigend genoeg. Hij zou hoogstens gevaar lopen door de ’algemene instabiliteit’ in het land. Dat Abdirizaq persoonlijk gevaar liep, kon hij niet bewijzen.

Justitie vond ook, afgaande op de ambtsberichten van Buitenlandse Zaken, dat de noordelijke delen van Somalië (Puntland, Somaliland) veilige gebieden zijn voor afgewezen asielzoekers. De rechtbank in Den Haag schaarde zich tijdens de beroepsprocedure achter de conclusie van de IND.

„Leden van de Ashraf-stam lopen overal in Somalië gevaar”, vertelt Abdirizaq Salah Sheekh. „Ook in het noorden. Er is niemand die je kan beschermen, overal kan het misgaan. We kunnen niet eens veilig boodschappen doen. Onze mensen worden aangevallen, vernederd, mishandeld, doodgeschoten. Als je in Somalië in problemen komt, val je terug op je clan. Bij onze groep is dat zinloos.”

Zijn verhaal wordt bevestigd door rapporten van Amnesty International, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en Artsen zonder Grenzen. De Nederlandse autoriteiten laten deze bronnen tot op heden achterwege bij hun besluitvorming en baseren zich volledig op informatie van Buitenlandse Zaken. Op dat punt is Nederland nu op de vingers getikt.

Het Europese Hof vindt dat ambtsberichten op één lijn moeten worden gesteld met rapporten van vluchtelingen- en mensenrechtenorganisaties aangaande de veiligheidssituatie in een land. Daarbij doet het Hof een tweede verregaande uitspraak: als je in het verleden vervolgd bent omdat je tot een kwetsbare groepering behoort en alle leden van die groepering of minderheid worden vervolgd, dan hoef je niet ook nog eens aan te tonen dat jij binnen die groep extra gevaar loopt. Lidmaatschap van een onderdrukte minderheid is voldoende. Hiermee veroordeelt Straatsburg de lijn die de minister van vreemdelingenzaken, de Raad van State en de vreemdelingenkamers van de rechtbanken al jaren volgen.

„Het Europese Hof houdt Nederland een spiegel voor hoe men hier met mensenrechten omgaat”, vindt Schüller. Toch is de uitspraak minder uitzonderlijk dat nu wordt voorgedaan, vindt hij. „Het past in de lijn der vaste rechtspraak van het Hof. Het is daarentegen wel een opvallende uitspraak omdat het duidelijk maakt hoezeer Nederland is afgegleden. Straatsburg is bovenop de Nederlandse Staat gaan zitten, heeft alle relevante jurisprudentie onderzocht en die uiteindelijk scherp bekritiseerd. Het was de koers-Verdonk, die overigens met de volle goedkeuring van de Tweede Kamer werd gevolgd. De eis aan de asielzoeker was: als je hoort bij een kwetsbare groep, bewijs dan maar dat jij extra gevaar loopt. Het Hof is het daar niet mee eens. De bewijslast is bij de asielzoeker weggehaald. Logisch ook. Tot voor kort was de situatie buitengewoon oneerlijk.”

Wat drie jaar geleden begon als een poging om een Somaliër te behoeden voor uitzetting, heeft geleid tot een terechtwijzing van het Nederlandse uitzetbeleid met nog onbekende gevolgen. Ook Abdirizaq Salah Sheekh kent de consequenties nog niet. Hij woont op een tijdelijke verblijfsvergunning in Veldhoven, met vijf andere vluchtelingen. Schüller zal trachten dit om te zetten in een permanente status, maar de Staat kan nog appèl aantekenen. Justitie heeft drie maanden de tijd en laat de beslissing vermoedelijk over aan de nieuwe minister.

Vreemdelingenadvocaten zoals Schüller ruiken hun kansen. Hij heeft al zaken waarop de uitspraak van het Hof van invloed is. „Want ambtsberichten zijn niet meer heilig en de koers van de Nederlandse regering staat onder druk. En dat allemaal vanwege een bijzondere uitspraak over een jongen die in feite helemaal niet bijzonder is.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden