Een redacteur moet domme vragen durven stellen

MIJN REDACTEUR EN IK | De meest mysterieuze verhouding in de literatuur is die tussen de schrijver en de redacteur. In deze serie spreken ze vrijuit. Vandaag: Christiaan Weijts en zijn redacteur Peter Nijssen.

Schrijvers en redacteuren treden zelden samen naar buiten. Waarom is dat?

Peter Nijssen: "Ik denk dat men geplaagd wordt door de angst zichzelf te belangrijk te maken. Terwijl een redacteur toch een zekere waarde toevoegt aan iets wat al goed is."

Christiaan Weijts: "We leven ook niet meer in een tijd dat je kunt stellen: 'We vinden vanzelf wel lezers'. De schrijver is meer een 'ik' geworden, een soort merk, dat zichtbaar moet zijn. Die ook columns schrijft. Toch snap ik wel dat er schrijvers zijn die dat moeilijk vinden. Er wordt van je verwacht dat je je goed kunt uitdrukken, ook verbaal. Dat is niet iedere auteur gegeven. Soms zie je het omgekeerde gebeuren van wat de bedoeling is; dat het randgebeuren belangrijker wordt dan het boek."

Nijssen: "Joost Zwagerman had soms echt last van dat randgebeuren. Die was weliswaar uiterst productief, maar hij kwam op zeker moment aan het schrijven van een roman niet meer toe."

Weijts:"Om te kunnen schrijven heb je eigenlijk een lege agenda nodig."

Wat voor soort werkverhouding hebben jullie? Ik bedoel: Hoe gaat dat dan?

Weijts: "Sommige schrijvers leveren hun boek bij wijze van spreken per hoofdstuk bij hun redacteur in, terwijl de ander aan het eind van de rit zegt: Hier heb je het. Ik zit daar ergens tussenin."

Nijssen: "Nou, wel dichter bij het laatste... Voor het boek waar je nu mee bezig bent, hebben we volgens mij nog maar één sessie gehad."

Weijts: "Die sessies zijn dan soms op de uitgeverij en soms buiten de deur. Bij hotel Karel V in Utrecht, bijvoorbeeld. Lekker in de buitenlucht. Het hoeft ook weer niet doodstil te zijn, alsof we in een klooster zitten."

Maar hoe gaat dat dan, hoe is de rolverdeling?

Nijssen: "Ik noteer wel spelfouten of komma's, maar bij Christiaan is mijn taak toch vooral om hem te ondersteunen of hem voor te houden: Wat wil je nu eigenlijk met dit boek en maak je dat waar?"

Weijts: "Ik heb ook niks aan mensen die het allemaal prachtig vinden wat ik doe. Enthousiasme is belangrijk. Zo van: je bent op de goede weg. Maar voor mij is het vooral heel nuttig als mijn denkproces op gang wordt geholpen. Dan zet hij een cirkeltje om een uitroep als 'kom mee!' met de opmerking: 'Wie zegt dat eigenlijk?'"

Nijssen: "En een redacteur moet domme vragen durven stellen. Streng durven zijn, een slechtnieuwsgesprek kunnen voeren."

Hebben jullie ook buiten het werk een band?

Nijssen: "Wij belanden weleens in het nachtleven. Toch moet je ook een soort professionele afstand houden."

Weijts: "Vertrouw nooit op het oordeel van vrienden, heb ik ooit geleerd. Het nachtleven is ook een soort verlengde werkvloer van de literatuur. Schrijven zit per definitie op een persoonlijker niveau. Je deelt iets diepers met elkaar, dat maakt onze werkrelatie als vanzelf intenser. Jouw rol is soms ook: het relativeren van een slechte recensie. Of: het samen vieren van een goede recensie."

Nijssen: "En ik ben ook niet vrij van emoties; voor mij is dat ook belangrijk."

Weijts: "Het is meer dan alleen een tekst bekijken. Hij bezoekt ook weleens een lezing van mij of een bijeenkomst."

Nijssen: "Je moet laten merken dat je om je mensen geeft."

Een goede schrijver kan best zonder redacteur.

Nijssen: "Ilja Leonard Pfeijffer schrijft in zijn boek 'Hoe word ik een beroemd schrijver' dat hij geen redacteur nodig heeft. Al erkent hij in datzelfde boek juist het belang van een redacteur als sparringpartner."

Weijts: "Je wil toch dat er door een professionele lezer naar gekeken wordt."

Nijssen: "Veel mensen komen er weer van terug om zonder redacteur te kunnen."

Weijts: "Het gaat ook om schrappen. Jij moet er vaak een paar details uitlichten die van belang zijn."

Nijssen: "Eigenlijk zeg je nu: Sinds mijn eerste boek ben ik beter geworden."

Weijts: "Nou ja, je bent toch een beetje nerveus in het begin. Alsof je huiswerk wordt nagekeken. Een redacteur heeft ook iets schoolmeesterigs in zich, en hij weet het vaak ook heus wel. Ach, iets van die nervositeit hoort er bij. Het is goed als hij een zwakke plek signaleert. Vaak is dat bij passages waar ik zelf al geen goed gevoel bij had. Dus als jij zo'n slechtnieuwsgesprek moet voeren, dan weet een auteur heus wel...."

Nijssen: "Nou, ik geef het je te doen. Sommige auteurs..."

Weijts: "Ik ben nu wel benieuwd wie dat zijn."

Nijssen: "Dat ga ik dus niet zeggen. Maar eerlijk is eerlijk: ik kan mij zo'n gesprek tussen ons niet voorstellen."

Is redigeren niet ook een kwestie van smaak?

Nijssen: "Je moet als redacteur oppassen voor een te uitgesproken smaak."

Weijts: "Een acteur moet soms ook het werk van toneelschrijvers vertolken die niet altijd zijn favorieten zijn. Het lijkt me wel dat het helpt als je enige sympathie hebt voor de literaire opvatting van je auteur."

Nijssen: "Een voordeel is dat ik het hele oeuvre van Christiaan al vanaf het begin volg en ken. Aan de andere kant moet iedere redacteur zich bij zo'n lange samenwerking soms afvragen: Moet niet eens een ander het doen?"

Weijts: "Zoals bij sportcoaches."

Nijssen (lachend): "Dit is overigens geen schot voor de boeg, hè."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden