Review

'Een realistisch verhaal vergt van een schrijver enorm veel fantasie'

Bij uitgeverij Querido verschijnt morgen het Els Pelgrom Magazine, met een uitvoerig interview door Aukje Holtrop, en informatie over de boeken van Els Pelgrom, 32 blz., f 2,50.

Els Pelgrom schreef tot nu toe zo'n twintig boeken, waarvan er verschillende tot het allermooiste behoren van wat de jaren tachtig aan jeugdliteratuur hebben voortgebracht, zoals 'Kleine Sofie en Lange Wapper'(Gouden Griffel), 'Het onbegonnen feest' (1987, Zilveren Griffel) en 'De eikelvreters' (1989, Gouden Griffel). Sinds acht jaar woont Els Pelgrom in Spanje, in een dorp in Andalusië. Aanvankelijk met haar tweede man Salvador, op basis van wiens jeugdherinneringen ze 'De eikelvreters' schreef, en na diens overlijden, vorig jaar, alleen. Verschillende van haar meer recente boeken spelen in die omgeving. “Wat me er zo dierbaar is, is dat de mensen ondanks een moeilijk leven zo vrolijk zijn. Ze klagen niet.” Bij uitgeverij Querido verschijnt morgen een magazine over leven en schrijven van Els Pelgrom waarin opgenomen een uitgebreid interview dat Aukje Holtrop in Spanje met haar had. Een mooi portret, geschreven in de stijl van Els Pelgrom zelf: rustig en helder, zonder opsmuk of gewichtigdoenerij. Pelgrom komt naar voren als een vrouw met een veelbewogen leven, die tweeëntwintig keer verhuisde (veel van die plaatsen komen in haar boeken terug), vaak de eindjes aan elkaar moest knopen met allerlei baantjes en gewend is de handen uit de mouwen te steken. Zo bouwde ze in Spanje samen met haar man een huis. En ze komt naar voren als de bevlogen schrijfster die het schrijven op z'n tijd ook kan relativeren.

Drie met elkaar vervlochten lijnen lopen als een rood koord door het schrijverschap van Els Pelgrom heen. Allereerst haar fotografisch geheugen, dat tegelijkertijd een vermogen tot fotografisch gedetailleerde verbeelding is. Kenmerkend is verder de vermenging van realiteit en fantasie tot een geloofwaardig geheel waarin het moeilijk is het één van het ander te onderscheiden, hetgeen soms tot teksten leidt die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. En tenslotte haar intense belangstelling en respect voor gewone mensen zonder macht, poeha en carrière-drang.

Els Pelgrom kííkt niet, ze bestudeert. “Ik val mensen er vaak mee lastig, ik zit zo vreselijk te kijken,” vertelde ze enige tijd geleden. “De mensen in een tram of bus worden er soms ongemakkelijk van, maar zo'n gezicht blijft me eeuwig bij. Dat is gewoon werken, dat sla ik op in mijn pakhuis.” In het magazine vertelt ze dat ze vroeger goed kon tekenen: “Laatst heb ik oude tekeningen van mezelf teruggevonden en toen dacht ik: ik had ermee door moeten gaan. Ik had beter kunnen schilderen dan schrijven.” Voor Els Pelgrom heeft de pen het werk van het penseel overgenomen, maar het visuele is even belangrijk gebleven. Bij 'De eikelvreters', over een straatarme Andalusische jongen vlak na de Spaanse burgeroorlog, vond ze het ondanks de talloze verhalen over vroeger die ze van haar man en anderen hoorde, moeilijk om vanuit een andere cultuur te schrijven. Daarom keek ze veel naar films over de Franco-tijd. “Daar zag ik bijvoorbeeld wat guarda's in die tijd droegen: ribfluwelen pakken met een leren riem schuin over de borst, met een grote koperen gesp eraan. Die details vind ik belangrijk; daarom is iets daarvan in het boek gekomen” ('...en zonder om te kijken bleef ik hem toch voor me zien, die guarda, zoals ik hem daarnet gezien had: met zijn pak van bruin ribfluweel en de brede riem schuin over zijn borst, met daarop het ovale koperen plaatje.'

Toen het boek af was, las ze Salvador het eerste hoofdstuk voor. 'Wat is dat mooi, zo was het precies', was zijn reactie. Hier had niet alleen haar fotografisch geheugen gewerkt, maar ook haar fotografische verbeeldingskracht.

Pelgrom schreef zowel pure fantasieboeken - zoals 'De olifantsberg' en 'Het onbegonnen feest', met dieren als personages - als jeugdromans die dicht op de huid van de hedendaagse of historische werkelijkheid zitten - zoals 'De kinderen van het Achtste Woud' (1977, Gouden Griffel), over haar oorlogservaringen, en 'De eikelvreters'. Er zijn echter weinig auteurs voor wie realiteit en verbeelding zo dicht bij elkaar liggen, elkaar ook overlappen en doordringen. Haar fantasieboeken bevatten veel herkenbare werkelijkheid en haar realistische romans veel fantasie. Aan de hand van de gefantaseerde dierensamenleving uit 'De olifantsberg' en 'Het onbegonnen feest' laat Els Pelgrom de kleinheid en grootheid van het menselijk bedrijf zien, als een tableau vivant, in een lijstje gezet door het mensenkind Mario, die vanaf de helling aan de overkant naar hen zit te turen en over hen fantaseert. Zeugster, de Eekhoorn zonder Staart, Marter, Pad, de Reumatische Kat en Witte Kip, allemaal zijn ze complete, herkenbare menselijke karakters, min of meer afsplitsingen van haarzelf, heeft ze eens gezegd. Als lezer ga je vanzelf van ze houden, en als ze dom, lui, ijdel, egocentrisch, kleingeestig of verwaand zijn kun je niet anders dan vertederd glimlachen.

'Als Hannibal komt, dacht Zeugster, zou ik wel wat slanker willen zijn. En ze nam maar één schep suiker in haar thee. Als Hannibal komt, dacht de Witte Kip, moet ik kunnen vliegen. En ze rende vijf keer met opgestoken vleugels het erf rond (...). Als Hannibal er is, dacht Marter die morgen, wil ik kunnen luisteren, met net zoveel geduld als hij. Ook als ze over onbenullige dingen praten, en ook als ze voor de zoveelste keer hetzelfde vertellen. Ik begin er vandaag mee. (...)'

“Een realistisch verhaal vergt van een schrijver enorm veel fantasie,” zei Pelgrom enkele jaren geleden naar aanleiding van 'De eikelvreters', tot nu toe haar lievelingsboek. “Dat een olifant uit een zweeftrein duikelt (ze doelde hierbij op een trucfoto die ooit in de Volkskrant stond en die de aanleiding vormde tot de Hannibal-figuur uit 'De olifantsberg' en 'Het onbegonnen feest'-lvd) is niet zo moeilijk om je voor te stellen. Dat is een mooi plaatje. Maar om je de werkelijkheid van een achtjarig jongetje voor te stellen dat een halve eeuw geleden in Zuid-Spanje op een berghelling de geiten hoedt, dat is veel moeilijker.” Moeilijker omdat het haar dwingt zich meer aan de realiteit te houden. De fantasiestroom gaat vanzelf: “Soms word ik moe van mijn eigen bedenksels, net als Andreas in 'De straat waar niets gebeurt' (1986). Toen ik een kind was helemaal, toen werd ik er gek van. Nu kan ik het beter stoppen. Ooit ben ik gevraagd een biografie te schrijven over Aletta Jacobs. Daar ben ik niet uitgekomen omdat mijn fantasie voortdurend op hol sloeg. Ik liet van alles gebeuren wat niet historisch verantwoord was.”

Toch zegt ze in het Querido-magazine evengoed: “Ik verzin bijna niks. Het is gewoon prettig om een houvast te hebben als je een boek schrijft, een huis waar je zelf gewoond hebt, straten, en ook mensen.” Een voorbeeld van die rechtstreekse band tussen stoffelijk houvast en wegvliegen op verbeeldingskracht staat in 'Lady Africa en nog een paar' (1980) als Rogier op het Waterlooplein in Amsterdam staat: 'Over de auto's heen zag Rogier de witte Mozes-en A

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden