Een rare rol

Vandaag moest ik opeens aan Lies Frijlink denken. Zomaar. Het moet een jaar of twintig geleden zijn dat ik bij haar over de vloer kwam want mijn oudste twee dochters zaten nog in in de tweeling-buggy. Ik kende haar omdat ze me een keer op de krant belde, ze had een stukje van mij over het zevendedags-adventisme gelezen en wilde iets tegen me zeggen. Ze was, zo meldde ze, een protestantse rooms-katteljood, maar vroeger was ze even zevendedags-adventist geweest. Een zoekende ziel zo te horen. Nieuwsgierig besloot ik er eens langs te gaan. Het was een huis als een uitdragerij, overal boeken die zo te zien van veilingen afkomstig waren, altaartjes, drie harmoniums, foto’s van de paus en achter een gordijn ging een ruimte schuil die mij werd voorgesteld als de kattenhemel. Ik was, zo kreeg ik te horen, een zondaar maar ik was ook een raaf van Elia omdat ik haar bezocht. Lette ik wel op dat niemand mij binnen zag gaan want de Palestijnen en Noren zaten overal. Die zagen waar je je auto parkeerde en dan volgden ze je. Wat me dan te wachten stond kreeg ik niet te horen. Niet veel goeds. Van het Palestijnse komplot was ze niet af te brengen. Ik zou haar een groot plezier doen door haar joodse afkomst te ontdekken. En anders moest ik maar wat lampe-olie meebrengen want ze kwam de deur niet meer uit, in verband met die Palestijnen. Overal in en om haar huis had ze doeken en borden opgehangen met Davidssterren en teksten als ’Palestijnen moordenaars!’ Ze wilden haar eruit hebben, ja, ook die van beneden zaten in het komplot. Maar het zou ze niet lukken, als ze kwamen zou ze de boel in de hens steken. Soms belde ze op om te zeggen dat het weer zover was. Dan ging er ik weer eens naar haar toe, met de kinderen die lief voor zich uit zaten te kijken in die kerststal van haar en geen stom woord zeiden. Ik kreeg een kopje koffie en ze vertelde dat de Palestijnen met oudjaar vuurwerk door de brievenbus hadden gegooid om haar uit te roken. Soms verwaarloosde ik haar een tijdje, was het me allemaal te druk en te verward. Op een gegeven moment ging ik helemaal niet meer, bezig met mijn eigen jonge vaderleven. Toen ik in de krant las dat in haar straat een vrouw bij een brand was omgekomen wist ik direct dat zij het was. Ze had een uitzettingsbevel gekregen en de hele boel aangestoken. Dat fikte wel, die boeken en die harmoniums. Ik voelde me schuldig dat ik niet vaker was gekomen, geen signalen had opgevangen. Op de begrafenis, waar we met een man of tien waren, sprak iemand van het Riagg (tegenwoordig het Mentrum) mij aan en vertelde dat de gemeente haar afspraak had verbroken om eerst contact op te nemen alvorens die vrouw het huis uit te zetten. Ze had de boel gebarricadeerd en aangestoken. Geen redden meer aan. Een oud vrouwtje mompelde aan haar graf ’eindelijk rust’. En zo was het. Eindelijk had Lies Frijlink rust. Daar moest ik ineens aan denken, aan die vrouw die zo volstrekt voorbij en vergeten was maar die ooit een raar rolletje in het leven speelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden