Een ramp tegemoet

Sommige basisscholen vinden de uitstervende Siberische tijger, de sponsorloop, het pestprotocol en het vervaardigen van Sinterklaasmutsen minstens zo belangrijk als rekenen en taal. En ook op de pabo's hebben de kernvakken het moeilijk. Reken- en wiskunde specialist Fred Goffree voorspelt rampzalige gevolgen.

Het is met de aandacht voor vakkennis op de lerarenopleidingen basisonderwijs nog veel erger dan wordt gedacht, zegt Goffree, voormalig medewerker bij de Specialisten voor Leerplanontwikkeling (SLO) en emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Wat er rest aan uren is veel te weinig om er een consistent geheel van te maken.''

Het vak rekenen-wiskunde & didactiek verdween in de 'vakoverstijgende, thematische aanpak', die de overheid nog steeds voorstaat: er moest meer 'samenhang' in het pabocurriculum komen. Goffree: ,,De essentie van het leraarschap zit niet in het onderwijzen van schoolvakken, maar in allerlei andere zaken. Dat is het idee. Rekenen is verworden tot een van de invalshoeken waarmee je een thema als 'het slecht-nieuwsgesprek met de ouders van de zwakke leerling' belicht. Allerlei algemene onderwijskundige noties passeren daarbij de revue, zoals signaleren en diagnosticeren, maar rekenen dient hierbij hooguit als voorbeeld. Bovendien mogen studenten vaak ook voor iets anders dan rekenen kiezen, zodat de rekenhaters het kunnen ontlopen.''

Goffree, 68 maar nog altijd actief, ziet niet in alle verandering een verslechtering. Zelf was hij in de jaren zeventig een van de grondleggers van de invloedrijke methode realistisch rekenen. Vroeger leerde je op een recht-toe-recht-aan manier hoe je de staartdeling '587 gedeeld door 23' moest maken. Goffree: ,,Maar kinderen herkennen die som vaak niet in een concrete situatie. Stel dat er in een magazijn 587 pallets weggereden moeten worden door 23 vrachtwagens. Hoeveel pallets gaan er dan in elke vrachtwagen? Ook veel goede leerlingen zagen hier geen staartdeling in. Inzicht bijbrengen is buitengewoon belangrijk.''

Onderwijskundigen en andere 'pedagoochelaars' ging het volgens Goffree niet om deze inhoudelijke vernieuwing, maar om het leraar-zijn. Hun ideale lerarenopleider lijkt op een voetbalcoach die zijn spelers eerst heel veel rondjes laat lopen. Daarna neemt hij uitgebreid de speelwijze van de tegenstander door en laat zijn groep wat stoeien met gewichten in het krachthonk: aan het eind van de training is er nog een kwartiertje over voor het partijtje. Goffree: ,,Terwijl in zo'n potje natuurlijk tegelijk techniek, conditie en inzicht aan bod komen. Een leerkracht krijgt in de huidige opzet geen tijd om bijvoorbeeld goed te leren hoofdrekenen, een vaardigheid die bij de meeste mensen is weggezakt als ze van school komen.''

Goffree werkte zo'n tien jaar geleden voor een commissie die 'startbekwaamheden' voor beginnende leraren moest formuleren. ,,Met moeite mocht ik opschrijven dat je algemene bekwaamheden verwerft door juist te werken aan de inhoud. Een vaardigheid als 'rekening houden met verschillen tussen leerlingen' kan nu eenmaal nooit op zichzelf staan.''

Dat sommige onderwijstheoretici de leerkracht inmiddels hebben uitgeroepen tot 'meerwetende partner' is ook weer een teken aan de wand, vindt Goffree. ,,Dan suggereer je dat je maar een klein beetje meer hoeft te weten dan de kinderen waar je mee werkt. En zo is het natuurlijk niet, een leerkracht hoort er vér boven te staan.''

Hoe kon het eigenlijk zover komen? De 'revolutie van de pedagoochelaars' vond volgens Goffree plaats in 1983. ,,De weerstand was gering, omdat de pabo er toen om een andere reden slecht voor stond. De toenmalige onderwijsminister, de VVD'er Pais, verscheen zelfs op televisie om te vertellen dat schoolverlaters vooral niet naar de lerarenopleiding moesten gaan: er was geen werk. In zo'n klimaat was het makkelijker de opleiding te veranderen.''

Hieraan dankt de pabo een rammelend lesrooster en nu tast ook de nadruk op zelfstandig leren de kwaliteit aan, meent Goffree. ,,In de praktijk betekent dat minder contacturen, waardoor het docenten nog minder zal opvallen wie er moeite heeft met rekenen.'' Voeg daarbij het dalende niveau (steeds meer mbo'ers gaan naar de pabo) van de studenten en er ontvouwt zich een doemscenario.

,,We gaan een ramp tegemoet'', concludeert Goffree. Die ramp zal de visitatiecommissie die de pabo's nu bezoekt niet aan het licht brengen. ,,Die commissie kijkt vooral of iedereen wel is doorgegaan op de ingeslagen weg. En de pabo's zelf gaan niet met elkaar over dit soort wezenlijke vragen in discussie, dus is het wachten op een flinke daling van de Cito-scores. Dat moment komt onherroepelijk wanneer leerkrachten hun vak niet meer verstaan. Dan verdwijnen we ook uit de top van internationale ranglijsten waar onze onderwijsbewindslieden altijd zo trots op zijn.''

De pabo's introduceerden de laatste jaren reken- en taaltoetsen die in de propedeuse het kaf van het koren moeten scheiden. Wie na een jaar niet op groep 8-niveau zit, moet weg. Goffree is niet onder de indruk. ,,Veel pabo's kunnen niet al te streng zijn, gezien de belangstelling voor hun opleiding. Sommige opleidingen zullen een toets maken waarop 80 procent slaagt, andere leggen de lat nog wat lager zodat 90 procent het redt. Op die manier komen er dus ook uitgesproken zwakke rekenaars voor de klas.''

John Beeckman, docent Nederlands op de Theo Thijssen-pabo in Utrecht, geeft toe dat de 'druk om te marchanderen met de normen' groot is. En 'niemand wil horen' dat die druk met het lerarentekort alleen maar toeneemt. ,,Nu krijgen we al steeds meer mbo'ers die met een pretpakket de mavo afsloten. En als minister Van der Hoeven iedereen met 'belangstelling om met kinderen te werken' oproept het onderwijs in te gaan, dan vraag ik me af waar dit eindigt. Je kan iemand met min 18 op zijn neus toch ook geen Boeing laten vliegen?''

Het is misschien schrikken voor sommige ouders, maar de leerkracht die hooguit de Spits leest en formuleringen gebruikt als 'hun hebben' en 'hij heb', staat al jaren voor de klas. ,,Als ik op het bord het is gebeurd en het gebeurt schrijf, dan zien mijn eerstejaars het verschil niet. Ja, op de havo hebben we dat niet gehad, zeggen ze dan. En op de havo wijzen ze naar de basisschool.''

Basisscholen raken steeds verder af van hun kerntaak, vindt Beeckman. Ze zijn druk met de sponsorloop, de uitstervende Siberische tijger, Sinterklaasmutsen plakken, voorlichting over aids en het pestprotocol.

,,Dat vinden ze allemaal minstens zo belangrijk als spellen en rekenen. Maar ze klagen wel over de kwaliteit die wij afleveren. Zo is de cirkel rond.''

Taalverslonzing ziet Beeckman overigens overal. ,,Je hoort het op televisie en je leest het in de krant. Als iedereen vindt dat hun hebben ook goed is, omdat het er uiteindelijk om gaat dat we elkaar begrijpen, dan is er tenminste duidelijkheid. Nu doen we net alsof we geen concessies doen aan de kwaliteit, ondanks het niveau van veel studenten en het lerarentekort.''

De thematisering heeft op de Utrechtse pabo nog niet toegeslagen. Maar het 'probleemgestuurd onderwijs' komt er aan, weet Beeckman. ,,Wij hebben nu nog vakgebieden: Nederlands-rekenen, wereldoriëntatie, natuuronderwijs, creatieve vakken en bewegingsonderwijs. Straks werken we groepsgewijs aan thema's, het regenwoud of wat dan ook. Nederlands is dan een soort smeermiddel voor de andere betrokken disciplines.''

Het is volgens de vakdocent een knieval voor studenten die niet zitten te wachten op het leveren van intellectuele prestaties: ,,Ze vinden het leuker om met elkaar te overleggen en te e-mailen en een museum te bezoeken, dan dat ze in hun eentje een lastige tekst moeten samenvatten.''

Vooralsnog is Beeckmans grote probleem dat hij zijn studenten onder meer moet bijbrengen hoe je kinderen leert lezen, terwijl hij eigenlijk de leesvaardigheid van de student - 'een artikel doorwerken van tien pagina's is voor de meesten te veel gevraagd' - onder handen moet nemen. ,,Maar volgens de wet kan dat eigenlijk niet. Taalbeheersing is - op papier tenminste - al aan de orde geweest op de havo of het mbo.'' Soms drijft Beeckman dat tot wanhoop. ,,Ik heb momenten dat ik denk: ik trek de stekker eruit, zoals ze tegenwoordig zeggen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden