Een PvdA-leider moet oppassen

De onplezierige omgangsvormen zijn een van drie grote kwalen van de PvdA. De andere twee: ideologische onzekerheid en een grote neiging tot zelfkastijding

Elke politieke partij telt onder haar kaderleden leuke mensen, maar ook heel vervelende. Die laatste categorie lijkt bij de PvdA behoorlijk oververtegenwoordigd.

Sociaal-democraten willen elkaar nogal eens onderuit halen of een fluistercampagne beginnen tegen een partijgenoot die de eigen carrière in de weg zit. Dat is opmerkelijk, gezien het hoge doel waartoe PvdA'ers hier op aarde zijn: het opkomen voor de minderbedeelden en kansarmen. Ze houden van de mensheid, maar niet van mensen, zo luidt het gezegde op het Haagse Binnenhof.

In de intermenselijke omgang verschilt de PvdA in negatieve zin van andere politieke partijen, schrijft NRC Handelsblad-journalist Thijs Niemantsverdriet in zijn boeiende boek 'De vechtpartij'. Ze trekt ongeduldige, verbeten mensen aan die uitgesproken ideeën hebben en die de lat hoog leggen. "Politiek bedrijven doe je niet voor de gezelligheid", schrijft Niemantsverdriet over de stemming onder sociaal-democraten. De onplezierige omgangsvormen zijn volgens hem een van de drie grote kwalen van de PvdA. De twee andere: ideologische onzekerheid en een grote neiging tot zelfkastijding. Soms komen de kwalen bij elkaar, en dat leidt dan tot 'een fatale cocktail' waardoor de partij grote schade oploopt.

Dat was ruim twintig jaar geleden het geval bij de beruchte WAO-crisis die Wim Kok, de opvolger van Joop den Uyl, bijna de kop kostte. Het gebeurde bij de Fortuyn-revolutie in 2002, door toenmalig partijleider Ad Melkert volledig onderschat. Je zag het vier jaar later toen Wouter Bos zich in de verkiezingscampagne in de luren liet leggen door het CDA van Jan Peter Balkenende. En het gebeurde tijdens het kortstondige bewind van Job Cohen die als burgemeester weliswaar had laten zien een bekwaam bestuurder te zijn, maar die als oppositieleider op alle fronten tekortschoot.

Maar net als de PvdA kopje-onder leek te gaan, richtte de partij zich steeds weer op. Wim Kok moest in 1994 als lijsttrekker weliswaar een verlies van twaalf zetels incasseren, maar hij werd toch premier (en een heel succesvolle) omdat concurrent Elco Brinkman van het CDA twintig zetels moest inleveren. Een paar jaar voordat hij zelf de mist in ging, wist Wouter Bos binnen de kortste keren het echec van Melkert uit te wissen. En Diederik Samsom deed anderhalf jaar geleden het onmogelijke door zijn partij, die in de peilingen verkruimeld was, bijna tot op gelijke hoogte van de VVD te brengen.

De auteur ziet een paar overeenkomsten bij de wederopstandingen. Steeds speelde op de achtergrond de partijvoorzitter een uiterst belangrijke rol: Rottenberg, Koole, Spekman. Verder waren de lijsttrekkers die het wonder verrichten zelf geen partijtijgers; ze stonden enigszins onthecht tegenover hun eigen PvdA. En ten derde lieten ze de kiezers duidelijk blijken dat ze hoe dan ook wilden regeren - ze hadden een uitgesproken afkeer van oppositie voeren.

Niemantsverdriet, een van de betere politieke redacteuren op het Binnenhof, vertelt de recente geschiedenis van de PvdA vanaf 1986 - het moment dat Wim Kok als partijleider aantrad. Hij doet dat op vlotte toon, met kennis van zaken, met oog voor de grote lijnen, maar ook voor leuke details. Zo onthult hij dat de term 'het afschudden van de ideologische veren' waartoe Kok zijn partij in een beroemd geworden rede opriep, afkomstig is van een VVD'er: Neelie Kroes, de toenmalige partner van partijideoloog Bram Peper. Op het laatste moment haalde Peper de rammelende tekst, die door een medewerker van de premier was geschreven, door de machine.

De PvdA zit momenteel weer in een flinke dip. De gemeenteraadsverkiezingen van vorige maand zijn op een regelrechte ramp uitgelopen. De partij verloor zelfs haar machtspositie in het rode bolwerk Amsterdam waar ze 65 jaar onafgebroken de dienst heeft uitgemaakt. En de prognoses voor de komende Europese verkiezingen zijn ook buitengewoon somber.

Maar het is veel te vroeg om de PvdA dood te verklaren, schrijft Niemantsverdriet in zijn epiloog. De partij blijkt altijd weer over voldoende leiderschap en energie te beschikken om de dreigende ondergang af te wenden. Bovendien zal er voorlopig wel ruimte blijven voor een grote volkspartij links van het midden.

Er ligt één groot gevaar op de loer: dat de SP bij verkiezingen een keer groter wordt. Want dan verliest de PvdA een ijzersterk argument waarmee ze altijd weer op het laatste moment twijfelende linkse kiezers naar zich toe weet te trekken: stem op ons, want alleen een sterke PvdA kan rechts de baas.

In het boek 'Koning kun je niet spelen' van oud-D66-Kamerlid Boris van der Ham komen ook een paar PvdA-leiders voor, vlak voor hun val, Prachtig is de beschrijving van Job Cohen die in het restaurant van de Tweede Kamer stoïcijns een boterham met hagelslag zit te eten, terwijl op de tv achter hem politieke analisten de hopeloze situatie van de PvdA aan het bespreken zijn. Dat beeld, de koning zonder hofhouding, even genietend van zoetigheid, had een enorme theatrale kracht, aldus Van der Ham. "Het toonde de eenzaamheid van de verlaten leider."

Een andere passage gaat over het beruchte televisiedebat na de raadsverkiezingen van maart 2002, met een vrolijke Pim Fortuyn, de winnaar, en een chagrijnige Ad Melkert, de verliezer. Fortuyn wist de PvdA-leider te ontmaskeren als een technocraat, aldus de auteur, en dat beeld bleef bij de kiezers hangen.

Van der Ham was niet alleen tien jaar Kamerlid, hij heeft daarvoor ook een toneelopleiding gevolgd en is acteur geweest. Hij is daarin niet uniek - de politiek telt meer voormalige acteurs, denk aan de Amerikaanse president Ronald Reagan.

In het begin van zijn politieke carrière verzette Van der Ham zich tegen de vergelijking tussen zijn twee vakgebieden - politiek en theater, want die pakte altijd in het nadeel van de politiek uit. Politici zijn toch vooral (slechte) acteurs die de kiezers naar de mond praten en die na afloop van een fel debat waarin ze mekaar voor rotte vis hebben uitgemaakt merkwaardig genoeg gewoon een biertje met elkaar gaan drinken.

Van der Ham is er inmiddels van overtuigd dat er meer overeenkomsten zijn dan hij aanvankelijk dacht. In zijn boek - een uitwerking van een lezing die hij vorig jaar in het Haagse perscentrum Nieuwspoort hield - gaat hij onder andere na welke toneel- en acteerwetten relevant zijn voor politici.

Dat levert soms grappige, interessante en onverwachte waarnemingen op, en talloze, vaak smakelijke anekdotes. De conclusie is dat een politicus het per saldo toch net iets moeilijker heeft dan een acteur.

Thijs Niemantsverdriet: De vechtpartij. De PvdA van Kok tot Samsom. Atlas Contact, Amsterdam; 288 blz. euro 19,99

Boris van der Ham: De koning kun je niet spelen. Prometheus/Bert Bakker, Amsterdam.128 blz. euro 14,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden