Een proefschrift over het woord 'gloria'

We waren in pyjama, ik en enkele klasgenoten, en we zaten op dat nachtelijk uur bijeen op de kamer van Querelle.

Querelle was onze leraar natuurkunde; hij bewoonde, zoals andere priesterleraren op het Klein Seminarie, een hoge kamer in het voorhuis van het internaat. Hoe ik bij dit selecte groepje belandde, weet ik niet meer; mijn liefde voor de natuurkunde was het niet.

Het betreden van de woonvertrekken van de leraren was een bijzonderheid, zo althans heb ik het destijds als leerling ervaren, nog zonder weet van de modderlucht die decennia later uit door priesters gerunde internaten zou opstijgen. Voor mij waren ze geloof ik vooral domeinen van geleerdheid, in een voornaam deel van het gebouw dat voor ons leerlingen taboe was, tenzij je er een afspraak had - bij de rector bijvoorbeeld.

Het was de nacht van de 21ste juli 1969. Ik was vijftien jaar. In de hoek stond een grote televisiekast, eruit kwam de stem van Henk Terlingen. De beelden waren zwart-wit, en behoorlijk wazig en de stem van Neil Armstrong kraakte toen hij die historische woorden sprak.

In mijn herinnering was het tamelijk donker in het vertrek, er hing schaars schemerlicht, en Querelle (ik heb me nooit afgevraagd of hij een voornaam had) zat in een fauteuil te roken. De liefde voor de natuurkunde bracht hij me niet bij, maar ik geloof dat hij zijn vak nogal plichtmatig doceerde en ik had het gevoel dat natuurkunde misschien niet goed bij het priesterschap paste, althans minder goed dan de klassieke en moderne talen, of geschiedenis.

In het voorhuis woonde ook een monument van priesterlijke geleerdheid in de persoon van de hoogbejaarde monseigneur Vroom, een classicus, die we in de wandelgangen 'Pius' noemden, en van wie gezegd werd dat hij de gedichten van Guido Gezelle in het Latijn had vertaald - met behoud van hun metrum. En een andere latinist, vernam ik, had een proefschrift van 250 pagina's geschreven over het woord 'gloria'.

Nee, het seminarie was geen natuurlijke omgeving voor de natuurkunde en techniek. Dus des te bijzonder was het om daar, tussen die oud-klassieke muren op dat nachtelijk uur die maanlanding te beleven, die reuzenstap voor de mensheid.

Ik was er weken van in de ban, en nog grootser werd de gebeurtenis toen het Amerikaanse blad Life met kleurenfoto's kwam, foto's die Armstrong en Aldrin hadden gemaakt, foto's van spiegelende helmen, zonder gezicht.

Gisteren schreef de Frankfurter Allgemeine dat Armstrong eigenlijk de eerste mens-machine was, toen hij zich, opgesloten in een pak, over de maan bewoog; de krant speculeerde dat daarin de reden school voor diens terughouding en zwijgen toen hem later naar de maanlanding werd gevraagd. Hij had zich te veel machine gevoeld, een radertje in de wedloop met de Russen.

Misschien is dat het mooie aan proefschriften die over het Latijnse woord 'gloria' gaan; ze kunnen niet, zoals bij techniek, door anderen geëxploiteerd worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden