Een proef te ver

Tijdens een experimentele behandeling werden vrouwen met borstkanker over de rand van de dood gejaagd. De proef ging dubieus ver, maar leverde wel iets op: sinds enkele jaren is de - verbeterde - behandeling bijna dagelijkse routine.

Sander Becker. Onder redactie van Joep Engels

Begin jaren negentig vroegen journalisten zich nog af of het middel niet erger was dan de kwaal. Psychologen spraken van een afgrijselijke aanpak, en zelfs de betrokken artsen erkenden dat de therapie wellicht te heftig was. ,,Ik geef toe; als er niet regelmatig patiënten tegen mij zeggen 'Dit gaat me te ver', dan heb ik het niet goed uitgelegd'', zei de Amerikaanse onderzoeksleider William Vaughan van de universiteit van Nebraska in 1991.

Hij onderzocht een experimentele therapie bij vrouwen met een uitgezaaide vorm van borstkanker. De behandeling bestond uit een extreem krachtige chemotherapie: tien tot dertig keer de normale dosis. De snel delende tumorcellen gingen er als eerste aan kapot, maar ook gezonde lichaamscellen sneuvelden na enige tijd. De strijd tegen de tumor sloopte gaandeweg het hele lichaam. Gevolg: een onbeschrijflijke moeheid, inwendige bloedingen, haperende nieren, uitval van de longfunctie en overal zweren en infecties.

Tegen de tijd dat patiënten bijna aan het gif bezweken, moesten al hun kankercellen wel zo'n beetje dood zijn, was de gedachte. Maar wanneer dat moment precies aanbrak, bleek moeilijk te bepalen: ruim één op de tien deelnemers overleed aan het experiment. Dit ondanks de goede voorzorg. Die bestond eruit dat vooraf beenmerg bij de patiënten werd afgenomen om te voorkomen dat het tijdens de therapie werd verwoest. Na afloop werd het beenmerg zo snel mogelijk teruggeplaatst, want de patiënten hadden het hard nodig voor hun afweer en bloedstolling. Voor sommigen kwam de redding te laat: hun leven was, mét dat van de tumor, vernietigd.

Toch hebben de artsen doorgezet. Vooral de Amerikaanse pionier Bill Peters hamerde op de potentiële voordelen van de hoge-dosischemotherapie. Hij zag het als laatste wapen tegen uitgezaaide tumoren, als het succespercentage tenminste hoog genoeg was.

Dat bleek het geval. Vaughan schatte begin jaren negentig dat hij 30 procent van de vrouwen met een beperkt uitgezaaide borstkanker nog jarenlang in leven kon houden. Tegenwoordig geneest de helft, dankzij de ooit verguisde chemotherapie en andere behandelingen. Het aantal mensen dat aan de giftige medicijnen overlijdt, is teruggebracht van tien tot één op de honderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden