Een probleem groter dan het leven

Sinds 2009 hebben ruim honderd Tibetanen zichzelf in brand gestoken uit verzet tegen de Chinese onderdrukking. De eerste die dat in 2013 deed, was Tsering Tashi. Trouw reconstrueert zijn leven.

SYBILLA CLAUS

Een knappe jongen, gek op zijn racepaarden. Een paar jaar getrouwd, maar nog kinderloos. Rustig, zachtaardig, veel vrienden. Enige zoon en het prinsje van de familie. Een dorpeling die zo'n twee jaar middelbare school heeft gevolgd. Vastberaden: Tsering Tashi, 22 jaar oud.

In zijn dorp Kyinang, bij het stadje Amchok, wonen 97 families. Er gebeurt niet veel. De winters in het Land van Sneeuw zijn lang. Het is de tijd dat de grote mastiff-honden de schapen en yaks moeten bewaken tegen wolven. Kinderen zijn gek op die maanden, waarin de familie veel binnen is en warme drankjes drinkt, zoals thee met boter en zout; warme hapjes eet als tsampa, geroosterd gerstemeel of noedelsoep; waarin ze water en boter offert, en bidt tot de dalai lama; bij het vuur luistert hoe ouderen vertellen over de Tibetaanse cultuur.

Boeren en semi-nomaden in de afgelegen Himalayadorpen zijn vaak ongeletterd, het geloof is het epicentrum van hun leven. Er is steevast een heilige berg, een heilig meer, een heilige rots vlakbij, waar de gebedsvlaggetjes wapperen. Overal lopen pelgrims hun route over uitgesleten paadjes, sommigen doen dat op de moeilijkste manier: knielen, liggen, opstaan. Het boeddhisme is sterk verweven met de Tibetaanse cultuur. Zijn er meerdere zonen, dan vragen de ouders wie monnik wil worden.

Bij Tsering Tashi thuis gaan de gesprekken vaak over het behoud van identiteit. De Tibetaanse cultuur staat onder druk sinds de Chinese invasie in 1950. Veel Tibetanen vrezen een totale verchinezing. In feite is er in de Tibetaanse gebieden sprake van een staat van beleg. Het is dit weekend 54 jaar geleden dat de dalai lama de hoofdstad Lhasa moest ontvluchten - na de eerste van een hele rij opstanden. Toch hopen oud én jong hun levende god ooit te mogen zien, zodat ze in vrede kunnen sterven. Ook Tsering Tashi wil hem dolgraag zien.

In de zomer is het drukker dan in de winter. Op het land staan aardappels, uien, gerst, groentes. De erwten zijn goed voor de racepaardjes die er extra hard van rennen. De familiekudde van 150 schapen redt zich in dit seizoen zelf op de malse weides. Net als de honderd yaks, dri's (die melk geven), en dzomo's (kruising van yak en koe, die nog meer melk geven).

Op vijftien minuten lopen van Tashi's dorpje ligt het stadje Amchok. Daar zijn een ziekenhuis, een middelbare school en het onvermijdelijke politie- en partijbureau te vinden. Amchok ligt in de Chinese provincie Gansu, formeel buiten de provincie Tibet. Maar die provinciegrenzen zijn in de jaren vijftig getrokken door Chinese communisten en hebben voor de familie weinig betekenis.

Amchok heeft een klooster waar zo'n 450 monniken leven, waaronder een oom van Tsering Tashi.

Een lama, een geestelijke, heeft hem zijn naam gegeven. Maar iedereen noemt hem Tsebey. Twaalf mensen wonen in zijn huis. De grootouders, hun vijf kinderen plus aanhang, en de kleintjes. In Tibet is familie het belangrijkste. Of je arm of rijk bent, je woont samen in een huis of tent, punt uit. Als kind is Tsebey jaloers en huilt hij als zijn tante Tseba naar school mag, en hij nog niet. Zij is de enige van de familie die een voortgezette opleiding zal afmaken. Zo heeft vader dat besloten: de jongste gaat studeren. Tsebey noemt haar 'zusje Kakha' naar het begin van het Tibetaanse alfabet, dat zij zo vlijtig oefent.

Voor Tsebey is, als enige zoon, van het klooster geen sprake. Ook een lange schoolopleiding kan hij vergeten. Wie anders zal de nomadencultuur voortzetten? Voor een nomade is het genoeg als hij een beetje kan lezen. Schrijven hoeft niet. Als je maar zelfstandig de gebedenboeken kunt volgen, de tradities respecteert, weet te overleven op grote hoogte, in dat barre klimaat.

Zoals alle jongens leert Tsebey paardrijden als hij vier of vijf jaar oud is. Lichte jockeys hebben de voorkeur, en al snel wint hij prijzen bij wedstrijden. Als hem wordt gevraagd of hij een fiets, brommer of auto wil, zegt hij altijd 'nee'. Want wat is er mooier dan op een paard over de steppe racen, de wind door je haar, met alleen het geluid van de hoeven en de briesende adem van je paard?

De familie deelt het vee, maar ieder heeft zijn eigen paarden. De mannen gaan voor een pittiger model. Tsebey heeft er vier, die hij voor een wedstrijd optuigt. Een van de weinige foto's die van hem gemaakt zijn, is met een van zijn paarden, op een feestdag.

Tsebey's moeder praat zijn twee zusjes naar hun huwelijkspartner toe. Al jong verlaten zij het huis. De prins mag zelf kiezen. Veel woorden besteden Tibetanen doorgaans niet aan intieme relaties. Tsebey verovert Yumtso Kyi, uit zijn eigen dorp. Op zijn achttiende trouwen ze. Zijn ouders zijn blij met het mooie meisje dat ook in huis komt wonen, en van aanpakken weet.

Soms gaat Tsebey met zijn vader mee als die melk en kaas in de buurt opkoopt en in Lhasa verkoopt. Daar ziet hij hoe de heiligste van alle tempels, de Jokhang, onder permanente bewaking staat. Chinese militairen patrouilleren met plexiglas schilden, bewapend met geweren en brandblussers. Hun collega's liggen schietklaar op de daken, tussen de videocamera's. Met röntgenapparatuur doorzoekt politie de bagage van pelgrims. Op vliegveld en station ondergaan Tibetanen een extra controle. Een Tibetaan uit Amdo die naar Lhasa wil, moet vier verschillende reisdocumenten zien te bemachtigen. Westerse toeristen en media mogen af en toe naar binnen. Maar Han-Chinezen kunnen onbeperkt Tibet en Lhasa bezoeken en er bedrijven beginnen.

Tsebey hoort van zijn oom, de monnik, hoe leden van de Communistische Partij de leiding van diens klooster overnemen en de monniken tot patriottische educatie dwingen. Invloedrijke lama's sterven, niemand neemt hun plek in. Ook dorpelingen moeten in sessies de dalai lama afzweren. Onmogelijk, het vergroot de grieven alleen maar. Zijn lievelingstante Tseba is dan allang via India naar de VS gevlucht. Tsebey kan haar soms intens missen. Veel families zijn voor eeuwig verscheurd.

Ondertussen ligt het gevaar van verraad op de loer, iedereen kan een spion zijn. Vrijuit spreken is er niet bij, een aanklacht voor separatisme ligt op de loer.

Velen kampen met deze levensvraag: Wat kun je doen in een staat van beleg als je geloof je leert te oefenen in compassie? Er zijn nonnen die het in de gevangenis in Lhasa lukt hun grootste beul te vergeven. Niet iedereen kan dat. De haat tegen de Chinezen groeit op het Tibetaanse plateau. Het heftigst waren de rellen in de Tibetaanse gebieden in 2008. Ze hebben niets ten goede veranderd. Er is voor de Tibetanen geen juridische weg om hun gelijk te halen. Diverse malen is er in Amchok geprotesteerd. Sinds 2009 is er die ultieme hulpkreet. Al zevenmaal heeft een Tibetaan zich in deze buurt verbrand.

Het effect is dat dat de eenheid versterkt. Bewoners zien dat hun zusters en broeders zich opofferen voor het behoud van taal en cultuur. "Laten we niet meer onderling vechten", spreken zij af. Of: "Laten we alleen puur Tibetaans spreken, en er geen Chinese woorden doorheen mengen". Sommige groepen nemen elkaar in het klooster die belofte af.

De ultieme offers moeten ook Tsebey diep geraakt hebben. Dieper dan hij met zijn ouders, vrouw of vrienden kan delen. Ergens in die laatste periode moet hij zijn besluit genomen hebben. Afscheid nemen is voor hem onmogelijk, de gevreesde politie zal bij zijn familie toch al een onderzoek instellen. Nog meer lijden wil de herder hen besparen. En hij is een man van stilte, gewend veel alleen te doen.

In de ochtend van zaterdag 12 januari vraagt hij de andere herders of ze even op zijn dieren willen passen. Thuis trekt hij zijn dikke chuba (traditionele lange jas) aan. Hij zet zijn mobieltje uit en legt de bekende weg naar Amchok af. Zijn besluit staat vast. Evenals de plek waar hij zichzelf wil verbranden: de hoofdweg, waar diverse voorgangers het leven hebben gelaten. Waar de kans het grootst is dat hij niet ongezien deze wereld verlaat. In de hoop dat hij na zijn dood de zegen van de dalai lama ontvangt.

Ondanks alle patrouillerende politie en veiligheidsmensen lukt het Tsebey zichzelf met brandstof te overgieten. Hij pakt een aansteker.

Ook in China heeft bijna iedereen een mobieltje. Een van de omstanders filmt als Tsebey brandend over straat loopt. Een ander filmt als hij op de grond is gevallen, de knieën van pijn opgetrokken, niet meer te redden. Monotoon klinkt het bidden van twee mannen: "Overwinnende, alwetende Tenzin Gyatso (naam van de dalai lama, red.), overwinnende, alwetende Tenzin Gyatso..."

Het lukt de omstanders de politie van het verkoolde lichaam weg te houden, en dat in processie terug te dragen naar Kyinang. De politie volgt direct en verordonneert dat de crematie binnen 24 uur moet volgen. Tijd voor de normale ceremonie krijgt het gezin niet.

De familie is overdonderd. Ze bellen iedereen, maar wachten in de paniek de reactie niet eens af. Zo hoort tante 'Kakha' in Washington D.C. slechts het dialect - doorspekt met hoge uithalen, geweeklaag en flarden van gebeden. "Om mani padme hum. Wees niet verdrietig, wees sterk. Loop vooruit. Gyalwa Tenzin Gyatso."

De politie zet zes dagen alle toegangswegen af. Pas daarna kunnen bezoekers komen condoleren. Zijn favoriete tante is woedend. Voor het eerst haat zij haar Tsebey. Hoe kan hij zijn ouders, zijn jonge vrouw zo achterlaten? Waarom heeft zijn vader niet beter op hem gepast?

Dagenlang kan ze niet slapen, niet eten. Pas als ze op internet de videobeelden ziet, komt het begrip. Ze herkent haar neefje niet, want hij brandt al helemaal. Maar: hij heeft zijn handen gevouwen voor zijn borst en bidt, helder van geest. Ze beseft dat het geloof bij Tsebey heel diep zit.

Zo kan hij de pijn van die laatste minuten doorstaan. Hij bidt, zoals gebruikelijk in Tibet, in zijn grote nood tot de dalai lama. Tsebey's familie is trots. Vanwege de kracht van zijn geloof, van zijn besluit. Dat hij dit offer over heeft voor de Tibetaanse zaak. Voor velen is hij nu een pawo, een held.

Tsebey's vader probeert niet te huilen. Hij wil sterk blijven voor de anderen en hen zo zijn liefde tonen. "Wees niet verdrietig", vertelt hij hen. "Mijn zoon is niet zomaar gestorven. Zijn dood heeft betekenis."

Die gedachte troost eventjes, maar dan knaagt de twijfel weer. Waarom hoort de wereld onze boodschap niet?, denkt de familie. Waarom is er pas interesse als er gevochten wordt, zoals in Syrië of Libië? Wij schaden niemand, Tibetanen protesteren vreedzaam. Maar ook ons leed is onnoembaar. "Wij hebben een probleem dat groter is dan ons leven." Dat is de boodschap die Tsebey aan de wereld stuurt.

Meedogenloos beleid
Het lukt China niet het groeiend aantal zelfverbrandingen te stoppen. Peking wijst naar de dalai lama en 'vijandige elementen uit het buitenland', die de zelfverbrandingen zouden orkestreren. Het beleid is meedogenloos: lange celstraffen voor degenen die zelfverbranders bijstaan of nabestaanden ondersteunen. In de Tibetaanse gebieden zijn de zelfverbrandingen omstreden, maar ze genereren vooral compassie en respect.

Kralen aan een snoer
Sommige zelfverbranders laten een boodschap achter:

Monnik Lama Sobha (8 januari 2012): "Bescherm de Tibetaanse taal." Hij stopt een cassettebandje in zijn kleding, waarop hij onder andere zegt: "Ik geef mijn lichaam als een offerande aan het licht, om de duisternis te verjagen."

Monnik Phuntsog (16 maart 2011) op zijn sterfbed in het Kirtiklooster: "Mijn laatste boodschap aan de zes miljoen Tibetanen is zich te verenigen, zoals gebedskralen aan een snoer, zodat elke Tibetaan verbonden is."

Tamdrin Tso (23) (7 november 2012) schrijft haar vader een brief: 'Vader, het is zo moeilijk Tibetaan te zijn. We kunnen niet eens bidden voor een foto van de dalai lama. We hebben totaal geen vrijheid.'

Rikyo (33, vrouw) (30 mei 2012) laat een brief achter: 'Gebeden voor wereldvrede en geluk. Steel niet, vecht niet, slacht geen dieren, spreek Tibetaans, zodat Zijne Heiligheid kan terugkeren naar Tibet. Mocht ik levend in Chinese handen vallen, ga dan niet vechten. Wees één, en bestudeer de Tibetaanse cultuur.'

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden