Een privékwestie

Het schijnt echt waar te zijn: toen een dag voor DenemarkenNederland de dames van plezier enkele spelers van het Nederlands elftal kwamen vermaken, deed Edgar Davids samen met George Boateng op zijn hotelkamer aan bijbelstudie. Toch keek ook het grimmige hoofd van Edgar ons op menige voorpagina aan, nadat een Deense krant een boekje had opengedaan inzake de daadkracht van Oranje buiten de lijnen. Ik dacht toen nog: stel je nu toch eens voor dat Edgar hier werk van maakt. Zijn tronie wordt op uiteenlopende voorpagina's geheel ten onrechte in verband gebracht met een orgie. Kan hij hier een schadevergoeding voor claimen?

De dag voor een interland is wel vaker een bijzondere dag voor Edgar Davids, zo weet ik uit eigen ervaring. Daags voor zijn Oranjedebuut (Tilburg, 20 april 1994, Nederland-Ierland 0-1) heb ik de eer, maar al gauw niet meer het genoegen, de nieuweling van Ajax te interviewen. We zitten in een kamertje in een hotel te Oisterwijk. Edgar heeft er niet veel trek in. Hij kijkt voortdurend naar buiten. Een merelfamilie heeft zijn volle aandacht en op mijn eerste vier vragen krijg ik steeds deze wedervraag: 'Watte?' Ik voel me al gauw als een Jehova's Getuige, die niet naar binnen mag en spoedig zeg ik tegen Edgar dat het mij maar beter lijkt de sessie te beëindigen. Ik vraag hem aan het eind nog of hij behalve op financieel gebied misschien ook nog op het gebied van omgangsvormen door iemand wordt begeleid. Dit blijkt niet het geval te zijn. Later heb ik nooit meer enige lust gevoeld een interview met Edgar Davids te arrangeren. Rare, ongemanierde jongeman. Natuurlijk wel uitgegroeid tot een topspeler, al ben ik niet zo weg van zijn stijl. Hij is in niets een voorbeeld voor de voetballende jeugd. Edgar Davids is een neuroot, die altijd op en over de rand van rood speelt. Voor hem betekent een voetbalwedstrijd twee keer drie kwartier ruzie. Met zijn armpjes en beentjes hakt hij wild om zich heen, het wat scheef gehouden hoofd zit vol agressie en altijd laat hij zich leiden door een vreemde woede. Ik heb niets met deze voetballer, maar anderzijds heb ik er wel begrip voor dat coaches anders tegen hem aankijken. Topvoetbal is nu eenmaal niet alleen maar mooi, leuk en fijn. Alle coaches -van Johan Cruijff tot Dick Advocaat- weten dat ze in hun team ook vechtersbazen nodig hebben. In dat genre is Edgar Davids natuurlijk een speler van internationale allure.

Edgar is tevens een jongen wiens levenspad ruimschoots is voorzien van schunnigheden. Guus Hiddink beledigde hij tot op het bot, bij notabene een parkeerkwestie in Milaan ging hij iemand met een boksbeugel te lijf en nu dan staat hem een rechtszaak te wachten, als waar mocht zijn wat zijn ex-vriendin Sarah H. beweert: dat zij, de moeder van zijn zoontje, systematisch door Edgar is mishandeld. Dick Advocaat heeft alvast gezegd wat in kringen van coaches blijkbaar gebruikelijk is. De parttime bondscoach vindt deze jongste affaire een privé kwestie. Onzin natuurlijk. Zoals het ook onzin was, toen Guus Hiddink vond dat Patrick Kluivert het land via Oranje nog gewoon mocht blijven vertegenwoordigen, nadat was gebleken dat het asociale gedrag van de spits een automobilist het leven had gekost en een meisje een trauma voor de rest van haar leven had bezorgd. Natuurlijk, zo lang Edgar Davids niet is veroordeeld, is hij niet schuldig. Maar een bondscoach mag in het openbaar toch wel eens een keertje zeggen dat niet alle wangedrag in het privéleven van de hedendaagse vedetten wordt geaccepteerd? Ik bedoel: een topvoetballende neo-nazi wordt toch ook niet opgesteld in het Nederlands elftal. Of wel, Dick?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden