Een prins! Een exotische zelfs!

Nederlanders houden niet van aanstellerij, ook niet bij schrijvers. Daarom waarderen we een calvinist als Maarten 't Hart. En Kader Abdolah dan? Deze held van de komende Boekenweek is allesbehalve bescheiden. En toch is hij zeer geliefd bij het grote publiek.

Nederlanders hebben het niet zo op helden. Ooit waren we trots op Jan van Speijk, de stoere marineofficier die liever met kanonneerboot en al de lucht in ging dan zich over te geven aan het opstandig Belgisch gespuis. Maar dat is meer dan anderhalve eeuw geleden, toen het koninkrijk nog jong was en de behoefte aan standbeelden groot.

Vandaag beperkt de heldenverering in dit zuinige landje zich tot een enkele voetballer of volkszanger, al val je ook in de prijzen wanneer je als slachtoffer van een politieke moord gekozen wordt tot de grootste Nederlander aller tijden. Acteurs, schilders en zelfs schrijvers daarentegen mogen dan in vele buitenlanden aanbeden worden, hier zijn ze gewoonlijk onderworpen aan het dictaat 'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'.

En Harry Mulisch dan? Genoot die bij leven al niet de status van literaire superster? Zeker, maar deze auteur, die zich beijverde om in de voetsporen van Goethe en Thomas Mann te treden, was niet alleen in zijn habitus maar ook qua afkomst volkomen on-Nederlands. Van zijn vader, officier in het leger van de Oostenrijkse keizer, had Mulisch de allure en rechte rug geërfd, en zijn moeder, telg uit een familie van Antwerpse Joden, was een dame van het soort dat men boven de Moerdijk zelden ziet.

De kosmopoliet Mulisch was letterlijk voor held in de wieg gelegd, zoals hij zelf niet moe werd te onderstrepen.

Anders dan Rusland, Groot-Brittannië, Amerika en Frankrijk, die kunnen bogen schrijverslegenden als Poesjkin (gedood in een duel), Dylan Thomas (zoop zich dood), Hemingway (oorlogsreporter, jager, vrouwenman) en André Malraux (activist, politicus), hebben wij nauwelijks literaire helden.

Multatuli? Jawel. Die wierp zich op tot de heldhaftige helper van de onderdrukte Javaan. Couperus? Die was als publieke verschijning toch vooral een geparfumeerde aansteller die op zijn lezingentournees een Grieks zuiltje meesjouwde om er bevallig op te kunnen leunen. Van Deyssel? Diens heroïek bleef steken in omslachtig geformuleerde beschouwingen. Slauerhoff? Overschreeuwde zich met dweepzieke puberretoriek over piraten en vervloekte dichters.

De typisch Nederlandse schrijver is in het dagelijks leven een keurige leraar (Leopold), procuratiehouder (Nescio), advocaat (Bordewijk) of keurig getrouwde mevrouw (Hella Haasse). We hebben zelfs de losers en de schlemielen lief, de Frans Pointls en Jan Arendsen. Maar de total losses die roemrijk ten onder gaan moet je buiten de grenzen zoeken, zoals Connie Palmen begreep toen ze in Elvis Presley, Marilyn Monroe en Chet Baker haar idolen herkende. En wie zichzelf in Polderland bij voorbaat uitroept tot wereldster, zoals Jan Cremer, kan op boegeroep rekenen.

Maarten 't Hart, die het anti-heldendom al decennia lang etaleert, past perfect in de Hollandse smaak. In zijn recente boek 'Dienstreizen van een thuisblijver' belijdt hij andermaal zijn ingeroeste zuinigheid, zijn afkeer van ijdel vermaak, popmuziek en autorijden, zijn weerzin tegen alles (bezoek, vakanties, media-aandacht) wat de dagelijkse werkroutine doorbreekt en zijn onvermogen om in vreemde bedden de slaap te vatten.

Het zijn stuk voor stuk karaktereigenschappen die passen bij de nuchtere en godvrezende kleine luiden wier genen en voorkeuren 't Hart heeft geërfd. Op de godvrezendheid na dan, al is het treffend dat hij graag mag invallen als reserve kerkorganist en pleegt uit te barsten in psalmgezang wanneer hij tegen de wind in fietst. Hij wil maar al te graag weten dat hij een jongen van de gestampte pot is, en heeft er dus geen moeite mee zekere lichamelijke verrichtingen aan te duiden als 'zeiken' en 'je gat afvegen'.

Mede dankzij een geestelijk en cultureel klimaat waarin een televisieprogramma als 'Boer zoekt vrouw' miljoenen kijkers op de bank genageld houdt, heeft 't Hart het weten te brengen tot entertainer, en dat niet alleen vanwege zijn vermogen om quasi-onopgesmukt over zijn dagelijkse belevenissen te vertellen, maar ook omdat het publiek, met inbegrip van de literaire gemeente, gedreven wordt door een onverzadigbare honger naar wat men voor 'echt', 'naturel', 'authentiek' houdt. Dat het enig acteertalent vergt om echt te lijken, en dat koketterie, ook in 't Harts geval, niet zelden een bijproduct is van de zogenaamde authenticiteit, blijft veelal onopgemerkt.

Dan Kader Abdolah. Dat is nu bij uitstek het type publiekslieveling dat zonder enige gêne de aangeboren acteertalenten tot het laatste grammetje exploiteert en weinig moeite heeft om er een privémythe van heroïek en grandeur bij te leveren.

Net als 't Hart is Abdolah een verteller die het hebben moet van zijn vermogen het gehoor te entertainen. Maar daar houden de overeenkomsten op. Waar 't Hart, geheel in overeenstemming met het calvinistische ethos, bescheidenheid en gematigdheid voorwendt, daar is Abdolah kampioen van de openlijke zelffelicitatie.

In het verhaal 'De kraai', door hem geschreven bij wijze van Boekenweekgeschenk, hult hij zich in de dubbel doorzichtige vermomming van Refiq Foad, een makelaar in koffie, die gevestigd is aan de Amsterdamse Lauriergracht nr. 37. Die verwijzing naar onze enige echte klassieker, 'Max Havelaar', is hier geen voetenbankje, het is een podium. Achter Foad ontwaren we Batavus Droogstoppel, Multatuli's karikaturale dubbelganger, maar daarachter doemt Kader Abdolah op, de man die het van gevlucht Iraans revolutionair wist te brengen tot auteur van 'Het huis van de moskee' (2005), door het grote publiek gekozen als de op een na grootste Nederlandse roman aller tijden.

Refiq Foad heeft naar eigen zeggen een stapel onuitgegeven romans in portefeuille, waaronder enige die hij van even groot belang acht als de 'Max Havelaar'. Het is niet onmogelijk dat Abdolahs nieuwe boek 'De koning' zich in die stapel bevindt. In het dankwoord aan het slot lezen we dat de schrijver het sowieso een werk van allure vindt.

Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat 'De koning', net als 'Het huis van de moskee', een cruciale episode uit de Iraanse geschiedenis behandelt. Was die eerdere roman gesitueerd ten tijde van de val van de laatste sjah en de vestiging van het islamistische bewind van de ayatollahs, 'De koning' speelt zich af onder de regering van sjah Naser (1848-1896), de laatste autocratische heerser van het Perzische rijk. Onder zijn regering begon men te roepen om politieke en sociale hervormingen, en daarbij speelde een van Kader Abdolahs voorvaderen een voorname rol.

In een informatieboekje over Abdolah dat de CPNB ter gelegenheid van de Boekenweek verspreidt onder klanten van de openbare bibliotheken, beroept de schrijver zich met nadruk op zijn familiegeschiedenis en de opdracht die hij daarin besloten ziet. ¿Ik ben opgevoed met de droom van mijn familie om nog eenmaal een groot schrijver voort te brengen. Mijn overgrootvader was naast premier ook dichter en grondlegger van de moderne Perzische literatuur. Hij is in opdracht van de toenmalige sjah vermoord. Mijn familie werd in een klap van iets tot niets gereduceerd, maar bleef de stille hoop koesteren dat een van de vele zoons en kleinzoons een grote Perzische schrijver zou worden die de familiestatus kon herstellen. Om wraak te nemen en iedereen te laten zien: we zijn er. Ik droomde dat mijn overgrootvader op mij toetrad en zei ¿Jij bent het¿.'

Zo spreekt iemand die van jongs af aan is ingeprent dat hij niet van de straat is. Een prins eigenlijk. Een held. En nog exotisch ook. Zo'n dwingende acteur komt in Nederland als geroepen om te voldoen aan het openlijk ontkende, maar niettemin diep in ons gewortelde verlangen naar glamour, dramatiek, noblesse, een verlangen dat Mulisch met enige flair inhoud wist te geven, waarvoor je bij zielentrooster Jan Siebelink maar gedeeltelijk terecht kunt, maar dat bij Kader Abdolah in goede handen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden