Een popconcert tegen racisme helpt niet

UTRECHT - Bij de ingang van het 'Racism Sucks'-festival heeft een meisje moeite met het invullen van de 'Grote Tolerantie-test'. Achter de vraag of het een goed idee is om artikel 1 van de grondwet af te schaffen zet ze een dikke pijl met de woorden: “Wat is artikel 1?”

Jongeren hebben deze zaterdag in de Utrechtse Jaarbeurs de keus. Linksaf slaan de bezoekers voor het anti-racisme popfestival 'Racism Sucks'. Het is de afsluiting van de campagne 'Allemaal anders, allemaal gelijk' tegen racisme, vreemdelingenhaat en intolerantie. Er zijn gratis optredens van De Dijk, De Scene, Gotcha, 2 brothers on the 4th floor en nog meer populaire bands en DJ's. Die bands trekken sowieso veel publiek, of het nu over racisme, Mururoa of zeehondjes gaat.

Rechtsaf naar boven leiden bescheiden bordjes naar de 'Nationale Jongeren manifestatie' die in het teken staat van 'vijftig jaar Verenigde Naties' en 'de betekenis van internationale samenwerking voor jongeren'. Zulke hoogdrempelige thema's trekken vrijwel géén publiek, zo blijkt. Met een beetje mazzel zijn er 150 deelnemers. Terwijl daar wèl serieuze pogingen worden ondernomen om het bijvoorbeeld nog maar eens over 'tolerantie' te hebben. Hoe bestrijd je intolerantie? Met pop of met een workshop?

Op de vraag of hij voor de muziek naar Utrecht is gekomen, of om een vuist tegen racisme te maken, antwoordt Jerry (16) spontaan: “Voor de muziek!” Voor De Dijk, De Scene en Gotcha dus, gratis en voor niks. Jerry zit met een groepje vrienden op de betonnen vloer van de immense hal. Het festival is tevens de afsluiting van een actieweek van radio 3 tegen racisme. Tussen zeven en negen worden delen van het concert live uitgezonden. De 'Magic friends' van de NCRV roepen regelmatig in de ether dat “het al heel gezellig is in de Jaarbeurs.”

Dat valt wel tegen. Alleen vlak voor het podium begint zich iets van sfeer af te tekenen. Daar worden bezoekers ge-bodypaint en doen de DJ's hun best de gaten tussen de optredens te vullen door het publiek 'yo yo yo!' te laten scanderen.

Op de grond zitten veel groepjes als die van Jerry en zijn vrienden. Op het eerste gezicht valt er onder het publiek eigenlijk niet veel van een anti-racistische verbroedering te merken. De groepjes bestaan hoofdzakelijk uit Nederlanders onder elkaar, en hetzelfde geldt voor Turken, Surinamers en Marokkanen. Hoe zit dat? Jerry: “Wij zitten op scholengemeenschap 'De Breul' in Zeist. Daar zitten maar een stuk of tien echte buitenlanders op. Ik ga wel met buitenlanders om, maar het zijn er niet zoveel.”

Dat Jerry vandaag alleen voor de muziek is gekomen, wil niet zeggen dat hij niet tegen racisme is. Zijn school heeft pas nog het certificaat gekregen de meest 'tolerante' school van Nederland te zijn, vertelt hij. “We moesten een lijst met vragen invullen, en onze school scoorde landelijk het hoogst: tachtig procent was tegen racisme. Dat vond ik wel onzin, zeker als er maar tien buitenlanders op je school zitten.” Eerlijk gezegd denkt hij niet dat het echt hélpt, zo'n concert als vandaag. “Het trekt wel aandacht, maar het helpt niet.”

Merijn (22) uit Utrecht denkt dat het wel een béétje helpt. “Misschien neem je er toch iets van mee naar huis. Maar het is te groots, het zijn holle kreten. Pas in de omgang in je directe omgeving merk je hoe het zit met je eigen tolerantie.”

Een deelnemer aan de Landelijke jongeren manifestatie over vijftig jaar Verenigde Naties wijt de belabberde opkomst aan de kou, Sinterklaas en de repetitietijd, die op de meeste scholen net is aangebroken. Of zijn het gewoon de onderwerpen die de meeste jongeren niet aanspreken? Hij denkt van niet, persoonlijk heeft hij wel interessante dingen gehoord vandaag.

Eén van de sprekers in de derde workshopronde over 'Tolerantie' is I. Akel, directeur van het Nederlands centrum buitenlanders. De deelname aan de workshop is bedroevend want feitelijk nul: behalve een voorzitster, twee sprekers, een rapporteur, een studente van de school voor journalistiek, iemand van de organisatie en de vriendin van de voorzitster zijn er geen gewone deelnemers. Gelukkig biedt de actualiteit uitkomst. Akel heeft het krantebericht over de toename van discriminatie onder Nederlanders op de knieën liggen. Vooral onder jongeren groeit de intolerantie, stelde de kersverse bijzonder hoogleraar maatschappelijke vooroordelen in Nijmegen P. Scheepers vorige week vast. Is het dan niet beter de straat op te gaan, in plaats van met een miniclubje gelijkgestemden ervaringen uit te wisselen?

Akel vraagt zich af of een popconcert dan een betere manier is. Die vorm van 'solidariteit' houdt namelijk op bij de uitgang van het concert op. Hij is toch meer een voorstander van discussies, bijvoorbeeld op scholen, en dan niet alleen over discriminatie, maar ook over elkaars achtergrond en cultuur. “Mijn kinderen zitten op een basisschool waar op de kaart van Europa 'Istanbul' nog steeds 'Constantinopel' heet. Dat is toch heel vreemd? Daar zou je juist moeten beginnen.”

Saskia Dura, lid van 'United', een Europese jongerenorganisatie tegen racisme, kijkt er weer anders tegenaan. “Vanuit Europa is dit jaar heel veel geld gegaan naar de campagne 'Allemaal anders, allemaal gelijk'. Het klinkt heel flauw, maar je kunt ook stellen: als al die projecten er niet waren geweest, was het misschien veel erger geweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden