Column

Een politieke onderkoning? Nou, liever niet!

Over de benoeming van een nieuwe vicepresident van de Raad van State is nog nooit zoveel rumoer ontstaan als deze keer. Hoe komt dat?

In 1997 trad met de PvdA'er Herman Tjeenk Willink voor het eerst een rode onderkoning aan, maar diens benoeming veroorzaakte nog niet de geringste rimpeling in de Hofvijver. In historisch perspectief was het toch wel iets dat een sociaal-democraat een positie kreeg pal naast de troon, in het hart dus van het informele machtscircuit.

De revolutiepoging van Troelstra, hoe halfslachtig ook, was weliswaar tachtig jaar geschiedenis, maar de beduchtheid voor de revolutionaire geest onder de sociaal-democraten was aan het eind van de eeuw nog niet geheel en al geweken.

In 1980 nog fluisterde de toenmalige onderkoning, de christen-democraat Ruppert, de aanstaande koningin Beatrix in Koninginnedag op 30 april te handhaven. Dan zou het met 1 mei, de Dag van de arbeid, nooit wat worden. Ruppert was allesbehalve een socialistenhater, maar als man van het harmoniemodel had hij met afgrijzen bezien hoe André van der Louw tijdens zijn burgemeesterschap van Rotterdam op 1 mei de rode vlag vanaf het stadhuis liet wapperen.

Het was dan ook niet voor niets dat PvdA-leider Kok bij zijn aantreden als premier in 1994 met nadruk verklaarde dat hij 'premier van alle Nederlanders' wilde zijn. Een jaar later onderstreepte hij die houding nog een keer. Op de vraag welke kleur hij aan zijn kabinet zou willen verbinden, antwoordde hij niet paars, maar rood-wit-blauw. De benoeming van Tjeenk Willink tot onderkoning markeerde aldus stilzwijgend dat de PvdA als staatsdragende partij volledig was geaccepteerd.

De verdienste van Tjeenk is dat hij met zijn kritische beschouwingen over het functioneren van onze democratische rechtsstaat de positie ook een sterke publieke dimensie heeft gegeven. Maar de betekenis ervan wordt ook en vooral bepaald door de informele macht, verbonden aan een plek waar veel Haagse lijnen en lijntjes samenkomen. De vicepresident van de Raad van State bevindt zich in het hart van ons bestel. Indien daartoe bekwaam, schreef de politieke historicus en oud-PvdA-senator Joop van den Berg deze week, is hij 'de stille kracht in de politiek'.

Dat er over deze invloedrijke positie vroeger niet of nauwelijks en nu wel zoveel rumoer is ontstaan, heeft te maken van de verschuivende machtsverhoudingen. Zo lang de christen-democraten en de sociaal-democraten de spilpositie in de Nederlandse politiek innamen, was het vanzelfsprekend dat een gezaghebbende man uit hun kring (nooit een vrouw) onderkoning was.

Hun invloed kwam vooral tot uiting tijdens de kabinetsformaties. Beel, Ruppert, Scholten en Tjeenk Willink, de laatste vier vicepresidenten, hebben een belangrijke, zo niet beslissende rol gespeeld bij de totstandkoming van kabinetten.

In de formatie van 2010 werd deze naoorlogse vanzelfsprekendheid ruw doorbroken. De onderhandelaars van VVD, CDA en PVV schoven vanwege hun 'ferme machtswil' niet alleen informateur Lubbers aan de kant, maar bruskeerden ook Tjeenk Willink. Beiden hadden daarop geen afdoende antwoord vanwege het ontbreken van de eens zo vertrouwde machtsbasis. Rutte, Verhagen en Wilders kozen er welbewust voor als olifanten de oude porceleinkast van de Haagse politiek te vermorzelen. Een van de onbedoelde en nu pas zichtbare effecten van dat optreden is dat de functie van onderkoning sterk is gepolitiseerd - de tweede oorzaak van het rumoer.

En hoe gaat dat met nieuwe machten? Zij nemen binnen de kortste keren de gebruiken van de oude macht over, zoals blijkt uit het vrijmaken van de weg naar de Kneuterdijk voor de christen-democraat Piet Hein Donner. Als hij het wordt, zou dat een benoeming zijn volgens het oude boekje. Logischer was het geweest als de VVD, als grootste partij, een kandidaat naar voren had geschoven. Maar de liberalen zijn niet in de post geïnteresseerd (hebben ook geen kandidaat) en zijn al zo vreselijk in hun sas dat ze na bijna honderd jaar het premierschap weer in handen hebben.

Opvallend is dat de PVV, de nieuwe uitdager van het bestel, zich over de benoeming koest houdt. Verbieden de onzichtbare lettertjes van het gedoogakkoord dat of rekent de club van Wilders erop dat in toekomstige kabinetsformaties het staatshoofd en haar naaste adviseurs geen rol meer zullen spelen?

Het is nog moeilijk te voorspellen hoe de hazen gaan lopen, als Beatrix en Tjeenk Willink hebben plaatsgemaakt voor Willem IV en Donner - ik ga er vanuit dat hij het wordt vanwege de politieke wetmatigheid dat in gevallen als deze de macht de doorslag geeft, zeker als de kwaliteit van de kandidaat onomstreden is en deze de steun van zijn partij geniet. De macht ligt nu bij Rutte en Verhagen (die zich al van de publieke steun van partijvoorzitter Peetoom heeft verzekerd).

De nieuwe tandem aan het Noordeinde en de Kneuterdijk zal de grenzen van zijn macht en invloed opnieuw moeten verkennen. Daarbij is vooralsnog onzeker of het de (meerderheid van de) Tweede Kamer ernst is met de wens de vorming van een kabinet in eigen hand te houden. Laat niemand zich illusies maken over meer openheid en doorzichtigheid als het staatshoofd zich er niet meer mee bemoeit. 'Het geheim van het Noordeinde' transformeert in dat geval gewoon in 'het geheim van het Binnenhof'.

Het kan de Kamer ernst zijn de verandering door te voeren, maar dan nog is de vraag of dat ook lukt, zeker nu het krachtenveld zo is versplinterd. In dat geval is de aanwezigheid van een meer afstandelijke, objectieve middelaar van betekenis. De sterke politisering van de post van onderkoning doet aan die betekenis afbreuk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden