Een politiek avontuur voor Europa

De desinteresse in de Europese eenwording kan worden gekeerd door het onderliggende 'beschavingsideaal' in beeld te brengen: vrede en verbanning van onrecht. Een gesprek met politiek filosoof Jos de Beus en publicist Paul Scheffer die dit in een politiek pamflet schrijven. Die eenwording is volgens hen een politiek avontuur zonder weerga in de geschiedenis.

De uitdrukking 'Euroscepsis' moet verdwijnen, menen Jos de Beus en Paul Scheffer. Politici schuiven daarmee elke aanmerking op de Europese politiek gemakzuchtig terzijde als kritiek op de eenwording van Europa: ,,Het begrip wordt gebruikt om kritiek verdacht te maken en de mondigheid van de Europese-burger-in-wording in de kiem te smoren.''

Politici zijn met deze rechtlijnige reactie medeverantwoordelijk voor de politieke vervreemding van veel Europese kiezers. Het is het grootste gevaar dat de Europese Unie bedreigt. ,,De beste manier om te voorkomen dat onbehagen wordt omgezet in vervreemding is het ernstig nemen van kritiek.''

De Beus en Scheffer schreven hun pamflet De achteloosheid voorbij, waaruit deze stellingen afkomstig zijn, uit betrokkenheid met de Europese eenwording. Zij ergeren zich aan het niveau waarop politici de kiezers in vraagstukken rond de Europese integratie tegemoet treden. Kritiek van kiezers heet Euroscepsis. En de overheidsvoorlichting van postbus 51 geeft een eenzijdig, al te rooskleurig beeld gegeven van de vruchten die de eenwording afwerpt. Scheffer: ,,Al die gesubsidieerde propaganda en die gesponsorde tv-spelletjes... Ik wil zó niet worden toegesproken.''

Jos de Beus, hoogleraar politieke theorie aan de universiteit van Amsterdam, en de publicist Paul Scheffer pleiten in De achteloosheid voorbij, een publicatie van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, voor een verdieping van het debat over de Europese eenwording. Het achterliggende 'beschavingsideaal' moet in die discussie worden betrokken.

Zij beschrijven dat ideaal, al die politieke denkbeelden achter de integratie, als volgt: ,,Europa is een doel in zichzelf, een uitgestrekt gebied met open grenzen waar volken, verenigingen en individuen in veiligheid en vrijheid leven en waar een gemeenschappelijke standaard voor rechtvaardigheid, welvaart en culturele bloei wordt bereikt.''

De Beus: ,,Het gaat om een beschaafde omgang tussen volken, de vermijding van oorlog en de verbanning van onrecht. Het lijkt weinig, het is veel. We verzetten ons tegen het functionalisme in het debat over Europa, waarin dat achterliggende ideaal uit beeld is geraakt. Onze kritiek richt zich op mensen die de Unie verengen tot een project om met economische schaalvergroting en uniformering de concurrentiekracht van de lidstaten te vergroten.''

Scheffer: ,,Over het beschavingsideaal van de Europese eenwording wordt niet met dezelfde urgentie nagedacht als over het economische doel. Dat ideaal houdt in dat machtsverschillen tussen lidstaten worden gedempt door rechtsgelijkheid, dat de zone van eeuwige vrede in Europa wordt uitgebreid en de continentale traditie van sociale bescherming gehandhaafd. Een kenmerkende eigenschap van de Unie is dat zij, in tegenstelling tot de VS en Japan, met haar verzorgingsstaat concurrentiekracht combineert met een hoogwaardige sociale en ook ecologische bescherming. De EU vormt een beschermende laag rond de sociale tradities van de lidstaten.''

Het kan louterend werken op het Europa-debat als het beschavingsideaal het belangrijkste thema wordt, menen De Beus en Scheffer. Door de praktische Europese politiek te beoordelen in het licht van het streven naar rechtsgelijkheid, vrede en sociale bescherming, ontstaat er ruimte voor discussie of elk middel dat dit doel dient.

Scheffer: ,,Door duidelijk te onderscheiden tussen doel en middel schep je ruimte om over het praktische beleid van de Unie van mening te verschillen. Je ziet nu dat doel en middel voortdurend met elkaar worden vereenzelvigd, hoewel sommige middelen allang zijn achterhaald. Kijk naar het volledig vastgelopen landbouwbeleid. Een ander voorbeeld. Niemand vraagt zich af of het streven naar een gemeenschappelijk buitenlands beleid een bijdrage levert aan de eenwording of juist niet. Ik heb daarover grote twijfels. Zo'n gemeenschappelijk buitenlands beleid vergt een centralistisch Europa dat geen rekening houdt met de nationale tradities van de lidstaten. Dat kan het fragiele compromis dat het wezen van de Europese integratie vormt, zo onder druk zetten dat die samenwerking zelf eronder lijdt. Zo kan het middel het doel tegenwerken.''

,,Bovendien hééft de Unie al een buitenlands beleid, al heet het niet zo. Dankzij de Europese eenwording is in de betrekkingen tussen Frankrijk en Duitsland, eeuwenlang aartsvijanden die hun conflicten met geweld beslechtten, het idee weggevallen dat oorlog een legitieme voortzetting van de politiek met andere middelen kan zijn. Dát is mijn antwoord op de critici die zeggen dat de Unie geen buitenlands beleid heeft. Het beschavingsideaal van de Unie is van een enorme verleidelijkheid. De Servische dictatuur of andere corrupte, onderdrukkende regimes hebben op termijn geen enkele kans als zij zijn omringd door een zone van eeuwige vrede, rechtsgelijkheid en sociale bescherming.''

,,De politiek van verleiding is de belangrijkste bijdrage die de Unie aan de wereldpolitiek kan leveren: wat staten vroeger met onderling geweld beslechten, dwingen ze nu af met een democratische cultuur. Een uitbreiding van die kring met andere landen, zoals Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië vormt de kern van het buitenlandse beleid van de Unie. Dat is een geweldige uitdaging.''

De Beus en Scheffer waarschuwen dat die realisatie van het beschavingsideaal een broos project is. De Nederlanders, die zijn opgegroeid in een tijd waarin de Europese machthebbers de loopgraaf inruilden voor de richtlijnen uit Brussel, vinden het bestaan van de EU vanzelfsprekend. Dat verklaart de 'welwillende achteloosheid' waarmee ze tegen de Europese samenwerking aankijken.

,,Die houding is in toenemende mate onverantwoord en kan wel eens een vorm van zelfbedrog zijn'', schrijven zij. ,,De Europese Unie wordt niet bepaald door natuurlijke krachten of sociale wetmatigheden maar is veeleer de uitkomst van politieke wil en strijd. De Europese gedachte is in laatste instantie een geloof in maakbaarheid. De uitkomst is zeker op de lange termijn opener dan vaak wordt aangenomen. Europa als politieke unie-nieuwe-stijl moet worden bekeken met een gevoel voor de breekbaarheid en voorlopigheid van het bereikte evenwicht.''

Scheffer: ,,Eén van de grootste bedreigingen van de Europese Unie en daarmee van het beschavingsideaal komt uit haarzelf. Het is een project zonder historisch precedent, een ongewis avontuur dat voortkwam uit het machtsverval van de West-Europese landen. Ooit grote mogendheden, kwamen ze berooid uit de tweede wereldoorlog en moesten ze in luttele jaren tijd hun koloniën opgeven. Zonder dat machtsverval was de eenwording nooit gelukt. Maar je kunt je afvragen hoe precair en fragiel het bereikte evenwicht is, nu de specifieke naoorlogse omstandigheden waaronder de Unie tot stand is gekomen niet meer bestaan.''

,,De Europese eenwording is niet een onomkeerbaar proces zoals velen denken. Ook de communistische regimes zagen zich als onomkeerbaar, een idee dat het Westen deelde. Lange tijd gingen ze er zelfs vanuit ooit de wereldheerschappij uit te oefenen. Iets wat oogde als een solide machtsapparaat, stortte toen het moment daar was als een kaartenhuis in elkaar.''

,,De vraag is hoe dat Europese project kan worden bestendigd, nu de omstandigheden anders zijn. Een eerste voorwaarde is dat we Europa beschouwen als een lotsgemeenschap in wording. Kenmerk van zo'n gemeenschap is dat zij niet alleen de vreugd maar ook het leed deelt. Politici staan sterker als ze eerlijk zijn, hun kiezers het reële beeld voorhouden en erkennen dat de Europese eenwording naast voordelen ook nadelen biedt. In een Europa zonder grenzen zijn de Koerdische vluchtelingen in Griekenland ook onze vluchtelingen, importeren we met de Euro Italiaanse begrotingstekorten, is de Oostenrijkse populist Haider ook onze politicus, de Hongaars-Roemeense minderhedenkwestie ook ons vraagstuk en, omgekeerd, ons drugsprobleem ook het Franse.''

Een tweede voorwaarde voor de bestendiging van de eenwording is dat de Unie een fundament weet te leggen voor een democratie op Europees niveau. ,,De vraag knaagt of een functionerende democratie mogelijk is in een Unie met zulke uiteenlopende talen, welvaartsniveaus, politieke culturen en rechtssystemen'', schrijven De Beus en Scheffer. Volgens hen vormt een gebrekkige culturele basis een groter beletsel voor een volwaardige Europese democratie dan een tekort aan bevoegdheden van het Europarlement.

Scheffer: ,,Het probleem van de Europese democratie is niet los te zien van culturele omstandigheden. Hoe breng je een democratie tot stand zonder een draagvlak van gemeenschappelijke media, politieke tradities en symbolen? Het belang van zo'n gedeelde cultuur is moeilijk te onderschatten. Hoezeer je de Europese democratie ook optuigt, desnoods met een eigen grondwet of een parlement met alle denkbare bevoegdheden, zij zal pas tot leven komen in een gemeenschappelijke cultuur.''

De Beus: ,,Het probleem is niet een gebrek aan rechten van het Europees parlement. Het parlement is met de uitbreiding van zijn bevoegdheden de grootste, zo niet de enige winnaar in het verder wat armoedige Verdrag van Amsterdam. Door te blijven hameren op dat vermeende gebrek aan rechten wordt dat een soort alibi om te kunnen zwijgen over de werkelijke oorzaak van de krachteloze Europese democratie.''

,,De vraag is hoe het parlement die rechten zo uitoefent dat er een scheppende strijd ontstaat tussen Europese partijen, waardoor de nationale kiezer zich vertegenwoordigd weet. Uitgesproken Europarlementariërs als Daniel Cohn-Bandit van de Groenen gebruiken het Europees parlement als forum voor debat over de beste vorm van werkloosheidsbestrijding en inburgering van migranten. Deze benadering draagt meer bij tot fundamentele democratisering van Europa dan het maken van blauwe vlaggetjes.''

Scheffer: ,,Een eerste vereiste voor zo'n type debat is een gemeenschappelijke cultuur, met een taal die elke Europeaan spreekt. Ik zie geen Europese democratie voor me zonder een lingua franca. Vandaar ons pleidooi om de lessen Engels, Frans en Duits op school weer voor iedereen verplicht te stellen. Nog niet zo lang geleden, vóór het mammoetonderwijs keuzevrijheid in de vakken introduceerde, droeg het onderwijs bij aan de ontwikkeling van Europees burgerschap. Iedereen kreeg op de middelbare school deze drie talen. Het is, als we Europa serieus nemen, toch onbegrijpelijk dat we dat culturele kapitaal hebben verkwanseld. Het slechten van de taalbarrières is van onschatbare waarde voor de democratie. Met de beheersing van andere talen verschaf je je toegang tot andere cultuurkringen. Helaas, de cultuurnota van staatssecretaris Rick van der Ploeg hangt van post-moderne inzichten aan elkaar. Daarin tref je over een cultuurbeleid dat op Europa is gericht nog geen begin van een idee aan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden