Een politie zonder gezag en zonder wapen

De Palestijnse politie is machteloos. Zonder wapens wekken ze alleen maar medelijden bij de bevolking. Veel agenten zitten thuis en innen slechts maandelijks hun loon. Hier en daar werken nog enkele agenten door, in een overall en met hun eigen auto. Het handhaven van orde en gezag is niet meer mogelijk. Dat is nu het probleem van Israël, zegt Aboe Salah, het hoofd van de Palestijnse politie.

Een hoopje blauw gevlekte uniformen van de Palestijnse veiligheidspolitie, een paar afgetrapte soldatenlaarzen en wat autowrakken zonder nummerplaat liggen nog steeds in een hoek van het pleintje van de Moekata'a, het kapotgeschoten hoofdkantoor van Jasser Arafat in Ramalla. Al twee jaar liggen ze daar. Het zijn de nog niet uitgewiste sporen van de Israëlische aanval op de Palestijnse politie die direct na het aantreden van de Israëlische premier Sjaron in maart 2001 werd ingezet.

Tegen dit décor oefent nu een peleton met een nieuwe lichting Palestijnse recruten. De meesten zijn de jeugdpuistjes niet ontgroeid, zijn gekleed in blauwe overalls, waarvan er niet een hetzelfde is. Hun laarzen zijn ongepoetst. Op de bevelen van hun sergeant, die wel lijkt te houden van een beetje drillen, marcheren de ongeveer 40 agenten in rondjes op het pleintje. Voortdurend kijken ze om zich heen. Ze lachen naar wat vrouwelijke voorbijgangers en krijgen daar onmiddellijk voor op hun kop van de sergeant: ,,Waar kijken jullie naar? Schiet op, kijk voor je, straks zullen jullie ervan lusten!'' Volgens het administratief personeel in de Moekata'a, krijgen de jongens een bikkelharde training. Om ze nog eens extra te harden staat er eens in de zoveel tijd gevilde zwerfkat op het menu.

In tegenstelling tot een paar jaar geleden, oefenen de Palestijnse politieagenten niet meer met wapens. Die zijn hun stuk voor stuk afgenomen door het Israëlische leger, dat buiten de poort van de Moekata'a twintig meter verderop, patrouilleert. Regelmatig vallen Israëlische soldaten het terrein binnen, drijven de politie in een hoek en gaan op zoek naar mogelijke wapens.

Maar wie op bezoek gaat bij het hoofd van de Palestijnse politie, Mohammed Aboe Salah in de Moekata'a, komt toch langs een met een kalasjnikov bewapende politieagent. Alleen Aboe Salahs kantoor is hier nog van meubilair voorzien, de andere kamers zijn leeg op een enkele stoel na. Ondanks de moeilijke tijden zegt Aboe Salah trots te zijn op zijn politiemacht: ,,We gaan gewoon door met trainen. Deze jongens krijgen naast de dagelijkse oefeningen in de buitenlucht ook theoretische cursussen. Zo gaan we gewoon door met de lessen in het naleven van mensenrechten. De Britten hebben die opgezet. Onze nieuwe jongens moeten jong zijn en ongetrouwd, want ze verdienen maar 200 dollar per maand. Een gezin kan daar niet van leven. Maar we hebben honderden sollicitanten, iedereen wil wel bij de Palestijnse politie komen werken.''

Aboe Salah geeft toe dat het droevig gesteld is met de Palestijnse politie, maar hij geeft zich niet gewonnen, ondanks de vernederingen van het Israëlische leger. ,,Het was Sjarons plan vanaf het moment dat hij aantrad om de Palestijnse politie uit te schakelen. Hij probeerde de hele infrastructuur te vernietigen. Onze kantoren zijn gebombardeerd, onze wapens afgepakt, onze auto's overreden door tanks of ze zijn geconfisqueerd en doorverkocht aan joodse kolonisten. Zelfs onze hele kantoorinrichting is meegenomen, van onze computers tot de bureaus toe. Alles. Israël heeft zich ten doel gesteld om complete chaos te creëren in Palestina.''

De tijden lijken ver weg dat er ontzag bestond voor de politie in de Palestijnse gebieden. Nu praten de Palestijnen er hooguit met enig medelijden over. Ghada, een ambtenaar van de Palestijnse Autoriteit werkt in Ramalla en vertelt hoe er onlangs een relletje ontstond, omdat een agent een taxichauffeur op de bon wilde slingeren wegens fout parkeren. De chauffeur werd zo kwaad dat hij een pistool trok en de agent in zijn been schoot.

Zelf weet ze ook gemakkelijk onder een bon uit te komen: ,,Ik had mijn auto geparkeerd op een plek waar het niet mocht en een agent kwam naar me toe; hij had geen geweer, maar was niet geüniformeerd. Dus ik zei: man, het is maar voor een paar minuten. Hij wist niet wat hij moest doen, en antwoordde, oké, alleen voor een paar minuten, ik vertrouw je. Wat kon hij anders?'' Maar in een adem voegt ze eraan toe dat ze medelijden met de politieagenten en hun machteloosheid heeft.

Het Palestijnse politiekorps werd opgericht na de Oslo-akkoorden in 1994. Met instemming van Israël. De Palestijnse veiligheidstroepen, die gingen bestaan uit dertien verschillende diensten, werden tot op zekere hoogte getolereerd door Israël, omdat zij er voor zouden zorgen dat de Oslo-akkoorden zouden worden nageleefd. Maar de gewapende troepenmacht van ongeveer 35000 man was uiteindelijk de Israëlische premier Sjaron een doorn in het oog, vooral toen de politiemacht weinig deed om de in 2001 oplaaiende intifada in te tomen, daar soms zelfs aan meedeed.

In maart 2001 begon het Israëlische leger in opdracht van Sjaron een systematische aanval op de politie met bombardementen op hun kantoren en hoofdkwartieren. De herbezetting van de Palestijnse steden door het Israëlische leger en de ontwapening van de agenten, maakte een voorlopig einde aan de macht van de toen trotse Palestijnse politie. Het betekende ook de begrafenis van de kortstondige autonomie en het einde van de naleving van de Oslo-akkoorden.

Hoesam, een jurist bij een Palestijnse mensenrechtenorganisatie in Ramalla (hij wil niet met zijn achternaam in de krant), meent dat het doel van de ontwapening en uitschakeling van de Palestijnse politie in de eerste plaats was het ontmantelen van de Palestijnse Autoriteit en Jasser Arafat zelf. Nooit vormde de gewapende politie een bedreiging voor het zo goed bewapende en getrainde Israëlische leger dat wordt gezien als een van de beste legers van de wereld. Bovendien, zegt een Nederlandse diplomaat, zijn die lichte vuurwapens en mitrailleurs voor een habbekrats te krijgen op de Israëlische zwarte markt. En dat weten de Israëliërs zelf maar al te goed.

Tijdens en na het Israëlische offensief ging de Palestijnse politie ondergronds. Het Israëlische leger maakte jacht op leden van de veiligheidsdiensten die werden gevangen, gedood of weggevoerd. Maar nu probeert de politie in sommige gebieden de scherven weer bij elkaar te rapen. Volgens Hoesam is het niet gemakkelijk te schatten hoeveel agenten er nu actief zijn voor de Palestijnse politie: ,,Wat je bij de Moekata'a zag is de politie. Van de veiligheidstroepen zijn sommige agenten uitgeschakeld. Maar het merendeel van de voormalige veiligheidsdiensten zit gewoon thuis, en krijgt nog maandelijks contant zijn salaris. Ze hebben geen werkadres meer, geen hoofdkwartier en geen wapens, maar houden wel contact met hun leiders, die lijsten met namen hebben. Allen wachten op betere tijden. Binnen een week kunnen ze weer inzetbaar zijn.''

Dat de Palestijnse politie ondanks alles potentie heeft, blijkt uit het recente getouwtrek tussen Jasser Arafat en zijn twee premiers over wie er nu zeggenschap heeft over de politie. Het kostte Mahmoed Abbas de kop en zijn opvolger Aboe Ala' heeft uiteindelijk de scepter moeten overdragen aan de enige werkelijke leider van de Palestijnen. Jasser Arafat weet dat als ook hij de macht over de Palestijnse politie verliest, het met hem is gedaan. Vandaar dat hij ook geen uitsluitsel wil geven uit welke bron de contante uitbetaling van salarissen aan de politie komt, en dit aan niemand anders wenst over te dragen, zegt Hoesam. Vandaar ook dat de politiemacht in stand blijft en doorwerkt.

Aboe Salah, die zeventig dagen lang met Arafat werd belegerd in de Moekata'a, vertelt hoe zijn gekortwiekte troepenmacht het werk stug voortzet: ,,Wij dagen Israël uit: we werken gewoon door. Hebben we geen uniform meer? Dan werken we zonder uniform. Geen slaapplaats? Dan slaapt de politie gewoon onder een deken in de lege winkelcentra op de grond. Als onze gevangenissen zijn platgebombardeerd, dan stoppen we criminelen hier, ergens in de Moekata'a achter slot en grendel. En omdat we geen enkele politieauto meer hebben, gebruiken we onze eigen auto's wel. En ik zeg: wie breekt wie uiteindelijk?''

Rondom Ramalla hebben de ongewapende Palestijnse agenten de zaken inderdaad redelijk op orde, bevestigt Hoesam de woorden van Aboe Salah. Hoewel zijn organisatie wel klachten krijgt dat de politie daar in sommige gevallen ,,niet komt inventariseren, niet optreedt en de klachten niet beantwoordt''. Wie in Ramalla goed op straat rondkijkt kan ze inderdaad gewoon aan het werk zien, de ongewapende in blauwe overall gehulde agenten die het verkeer staan te regelen in de winkelstraten.

In Jericho en Gaza is de positie van de politie aanzienlijk beter, omdat de Israëliërs op afstand wonen en het leger niet bang is voor confrontaties met de Palestijnse politie. Vandaar dat zij hier ook wapens mogen dragen. Onlangs kreeg de eerste Palestijnse premier Mahmoed Abbas het voor elkaar dat de Palestijnse politie ook met wapens en 4 surveillancewagens (het waren er 52) kon terugkeren in Bethlehem, na een akkoord met de Israëliërs.

In andere delen van het land heeft door het machtsvacuum de georganiseerde misdaad weer de overhand gekregen, zegt Hoesam. In de noordelijke Palestijnse steden, Nabloes, Jenin en Toelkarem is de situatie dramatisch verslechterd. De Palestijnse Autoriteit en de politie zijn hier volledig weggevaagd door gewapende bendes die de dienst uitmaken en mensen afpersen. In Arabe moest de burgemeester aftreden na dreigementen van militanten. De burgemeester van Nabloes werd met de dood bedreigd en zijn broer vermoord. In een andere plaats zou een hoge functionaris van de Palestijnse Autoriteit de oren zijn afgesneden omdat hij werknemers wilde ontslaan. Er was geen politieagent te bekennen die hem kon beschermen.

Toch heeft herbewapening voor de Palestijnse politie op dit moment geen prioriteit, meent Hoesam. ,,Zolang Israël de steden bezet houdt, kunnen nieuwe wapens toch zo weer worden ingenomen. Ze proberen nu zoveel mogelijk zich zelf in stand te houden, te overleven, kleinschalige trainingen te organiseren en vooral niet te veel in het oog te lopen. Ze wachten op nieuwe vredesakkoorden''.

Daar waar de machtsverhoudingen zo duidelijk liggen, kunnen er in het Israëlische leger stemmen opgaan om de Palestijnse politie toch weer te bewapenen. Zij het heel lichtjes. Enkele vooraanstaande commandanten drongen er eerder deze maand op aan dat de Palestijnse politie op patrouilles een of twee revolvers per auto mag dragen. Volgens hen is dit niet bedreigend voor het Israëlische leger en stelt het de Palestijnen in staat op te treden tegen militanten en zelfmoordactivisten. Dit plan heeft overigens nog geen weerklank gevonden.

Aboe Salah zegt in ieder geval dat hij door de ontwapening niet meer in staat is om aan dergelijke Israëlische wensen te voldoen: ,,Israël heeft alles herbezet, zodra ik hier een politieagent met wapen de straat op stuur, grijpt Israël dat dankbaar aan als excuus om Ramalla binnen te vallen. Orde is nu hun probleem''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden