Essay

Een politicus kan niet zonder een zekere mate van hypocrisie

Beeld ANP

Politici krijgen al snel het etiket ‘draaikont’ opgeplakt. Toch hoort hypocrisie in het theater van de democratie. Wie daar moeilijk over doet, is zelf schijnheilig. Maar waar ligt de grens, vraagt Huub Dijstelbloem (1969), hoogleraar Filosofie van wetenschap en politiek, zich af in een essay.

Waarom zouden we politici nog geloven? De verdenking van hypocrisie ligt voortdurend op de loer. Minister Thom de Graaf (D66) trad in 2005 af toen zijn voorstel om de burgemeestersbenoeming uit de Grondwet te halen geen twee derde meerderheid in de Eerste Kamer kreeg. Vervolgens werd hij tot burgemeester benoemd in Nijmegen. Rutte en Samsom bestreden elkaar in de verkiezingscampagne van 2012 op het scherp van de snede. Daarna vormden VVD en PvdA samen een kabinet. De lijsttrekker van de PVV, Geert Wilders, noemt de Tweede Kamer een ‘nepparlement’. Hij is er zelf al achttien jaar lid van.

Politiek staat vol van het ene zeggen maar het andere doen, beloftes uitspreken waar niets van terechtkomt, grote woorden bezigen maar schimmige compromissen sluiten, en de tegenpartij tot het laatst bestrijden om er dan een coalitie mee te vormen. Elke politicus die van mening verandert is een draaikont en wie niet waarmaakt wat hij zegt liegt.

Ook selectieve verontwaardiging viert hoogtij. De Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump beloofde ‘het moeras droog te leggen’ - schoon schip te maken in de coterie van Washington. Vervolgens benoemt hij een hofhouding bestaande uit generaals, gezinsleden en Goldman Sachs. Europese leiders reageerden geschokt op Trumps migratie-maatregelen. Zelf heeft Europa duizenden mensen die over de Middellandse Zee kwamen in de steek gelaten.

‘Hypocrisie’ kan gemakkelijk als beschuldiging dienen. De partij DENK heeft zich zelfs expliciet ten doel gesteld de hypocrisie aan de kaak te stellen. Zij wijst op het contrast tussen uitlatingen van Kamerleden en hun stemgedrag door om hoofdelijke stemmingen in het Parlement te verzoeken en die met camera vast te leggen. Om, zoals de voormannen Kuzu en Öztürk stellen, de ‘hypocrisie’ te registreren van Kamerleden met een migratie-achtergrond die ‘in buurthuizen en moskeeën iets anders zeggen dan in de Kamer’ (Trouw, 23 februari). Dat DENK ondertussen bij de Turkse president Erdogan aan de leiband loopt is dan weer aan anderen om zichtbaar te maken.

Vertrouwen

Hoe kunnen burgers politici nog vertrouwen? Kan een politieke overtuiging in zo’n omgeving nog geloofwaardig het verschil maken? Helemaal nu de schaduw van de door eigenbelangen en alternatieve feiten gedreven Amerikaanse president over Nederland valt, ligt het verwijt op de loer dat ‘ze’ allemaal zakkenvullers en leugenaars zijn. Populistische politici spinnen er garen bij het hele politiek bedrijf als bedrog af te doen.

Nu is er inderdaad een innige band tussen democratie en schijn. Democratie is in hoge mate een project van de verbeelding, omdat het uiteindelijk op niets anders berust dan de wens van een groep mensen om zelf een politieke gemeenschap tot uitdrukking te brengen en over het eigen lot te beslissen. Daar liggen als het erop aankomt goden noch de mensheid overstijgende waarden aan ten grondslag. De democratische schijn bestaat eruit dat om de verbeelding waar te maken, er voortdurend een beroep nodig is op grote woorden (‘vrijheid’, ‘gelijkheid’, ‘algemeen belang’) waarvan de precieze betekenis pas door verschillen van opvatting en conflicten duidelijk wordt. Praktijk en ideaal liggen daardoor soms ver uit elkaar. Is dat hypocriet?

Je hebt twee soorten hypocrisie, en de ene is bedrieglijker dan de andere. De hypocrisie met een kleine letter ‘h’ gaat over de spanning tussen beeld en werkelijkheid, over het publiek verdedigde ideaal van democratie versus de realiteit vol compromissen in het politieke bedrijf. Daarop corrigeren politici en kiezers elkaar - of niet.

Laten we eerst uitvoerig stilstaan bij deze hypocrisie. De hypocrisie met een kleine h gaat niet zozeer over waarheid en leugen, maar over waarachtigheid en oprechtheid - of het gebrek daaraan. In theorie stemmen de leden van de Staten-Generaal ‘zonder last’; een Kamerlid is vrij te stemmen zoals zij of hij wil. Maar in de praktijk is ieder lid gebonden aan fractiediscipline en loyaliteit jegens de eigen partij.

Dat kan de oprechtheid belemmeren en komt in praktische compromissen tot uiting. In de coalitie-democratie die Nederland is, moet een politicus steun verwerven bij andere partijen - om te beginnen om regeringsdeelname te bereiken. Dan zijn die compromissen onvermijdelijk. Dat tart de waarachtigheid.

Kevin Spacey als president Frank Underwood in de serie House of Cards. Hij is opportunist en cynicus pur sang. Beeld REUTERS

Maar naast deze compromisvorming is er een meer fundamentele band tussen democratische politiek en hypocrisie. Die wordt mooi zichtbaar in de onder politici zeer populaire serie ‘House of Cards’. Hoofdrolspeler Frank Underwood (vertolkt door Kevin Spacey), bewoner van het Witte Huis, is een opportunist en een cynicus pur sang, die zijn beweegredenen voortdurend deelt met de kijkers. Zo maakt hij ons, zijn publiek, medeplichtig. Ja, we begrijpen Underwood als hij zegt dat ‘de weg naar de macht is geplaveid met hypocrisie en slachtoffers’.

Hypocriet Underwood heeft zijn wortels in het antieke Griekse toneel zoals dat zich vanaf de zesde eeuw voor Christus ontwikkelde. De hypocriet was de voorzanger, de acteur die speelt voor, maar ook praat met het publiek.

Ontmaskering 

Hier raakt het toneel de politiek. De acteurs in het Griekse theater droegen maskers (ons woord ‘persoon’ is afgeleid van het Latijnse ‘persona’ dat masker betekent). Het is precies dat valse gelaat van huichelachtige politici dat je zou willen afrukken om hun onoprechtheid te tonen. Maar ontmaskering werkt slechts cynisme in de hand: wie de ander wil ontmaskeren zal daar wel weer een eigen belang bij hebben - een verwijt dat klokkenluiders niet zonder reden vaak ten deel valt - en zo leidt het ontmaskeren tot een Droste-effect aan verwijten van huichelarij.

Hypocrisie is nooit volledig uit te bannen. Politiek en toneel bestaan bij de gratie van verbeelding en zelfs van een bepaalde afstand tot de realiteit. Om de democratie levend te houden is evenwichtskunst nodig. De verhouding tussen verbeelding en realiteit van het politieke bedrijf is precair. Wie de balans doet doorslaan, verliest zich ofwel in een teveel aan realiteit (waarin het ‘haalbare’ regeert) of kritiseert anderen alleen maar vanuit de verbeelding (waarin het ‘mogelijke’ onbegrensd is).

Oud-PvdA-senator Willem Witteveen sprak over de ‘nuttige ficties’ in de democratie. In zijn artikel ‘Het masker van de schijnheiligheid’ (2009) gaf hij als voorbeeld het dualisme tussen Regering en Parlement. De Tweede Kamer moet de Regering onafhankelijk controleren. Maar iedereen weet dat de meerderheid die de coalitie heeft in bijna alle gevallen dat dualisme tot een illusie maakt. Toch is dat niet genoeg om een parlement ‘nep’ te noemen: de mogelijkheid tot dualisme is wel altijd aanwezig.

Zonder een zekere mate van hypocrisie is het ook niet mogelijk om als politicus zowel nationale als internationale fora te bestijgen. Vaak treft Nederlandse bewindslieden het verwijt dat ze in Den Haag kritisch zijn over de EU maar eenmaal in Brussel wel gewoon meestemmen om de Unie vooruit te helpen. Dan kan spreken met twee tongen gerechtvaardigd zijn. Het is niet zozeer dat iemand het ene moment dit en het andere dat zegt, maar zich op verschillende fora beweegt en tot meerdere publieken praat.

Een Nederlandse diplomaat in Brussel omschreef zijn rol eens zo: een diplomaat is een eerzaam iemand die bereid is te liegen voor zijn land. Inderdaad wordt diplomatie vaak met ‘verraad’ in verband gebracht. In compromissen, deals en verdragen gaat ook altijd wat verloren. Maar aan wie wordt dat verraad gepleegd? Niet zozeer aan de kiezers of de partij die hun wensen zien verwateren, maar aan het idee dat er zoiets bestaat als een eenduidig belang dat onverminderd gediend kan worden. Op meerdere tonelen acteren en meerdere publieken aanspreken levert dus steevast frictie op.

Hypocrisie met een hoofdletter

Is alle hypocrisie dan maar toegestaan? Nee, er is een grens. En hier komen we bij hypocrisie met een hoofdletter. Die stelt het bestaansrecht van de democratie zelf op de proef. Het ‘hypocriet’ benutten van de spanning mag geen afbreuk doen aan de liberale democratie en dus niet morrelen aan de voorwaarden die het voortbestaan ervan mogelijk maken. Dan wordt het Hypocriet.

In 2006 stelde minister van Justitie Donner dat als twee derde van de kiezers de sharia zou willen invoeren, de grondwet democratisch in die zin kan worden aangepast. Formeel klopt dat. Maar het druist wel lijnrecht in tegen de waarden van de democratische rechtsstaat. Het is een formeel recht van iedere partij om de democratie van binnenuit te willen opblazen en fundamentele rechten aan te tasten. Zo kan omgekeerd de PVV steun verwerven om de islam aan banden te leggen. Maar het is Hypocriet te doen alsof dat zomaar ‘democratisch’ is, en geen aanval op de rechtsstaat inhoudt. De grens is hier de basis van de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden als bestaansvoorwaarde van de liberale democratie.

Piet Hein Donner stelde dat als twee derde van de kiezers de sharia zou willen invoeren, de grondwet democratisch in die zin kan worden aangepast. Beeld anp

Een meerderheid wees per referendum het Oekraïne-verdrag af. Toch bewandelde premier Rutte sindsdien kronkelpaden door Eerste en Tweede Kamer en Europese lidstaten om de samenwerkingsovereenkomst tussen EU en Oekraïne te kunnen ratificeren.

Is dat hypocriet of Hypocriet? Als natiestaat is Nederland soeverein. Het bepaalt zijn eigen politieke wil. Maar in het internationale speelveld staat Nederland niet alleen. Hoewel instemming door het nationale parlement vereist is, is Nederland opgenomen in de intergouvernementele en supranationale verbanden van de EU. Dat verlangt soms spreken met twee tongen, zoals de eerder aangehaalde diplomaat al zei. Dat levert niets minder dan een onontkoombare spagaat op, die nu eenmaal hoort bij onze ‘soevereiniteit’.

Een politicus die deze spagaat ontkent, en verborgen houdt achter een simplistisch beroep op een ondubbelzinnig ‘helder antwoord’, doet aan Hypocrisie met een hoofdletter. Laat politici ronduit zeggen: het spreken met twee tongen komt doordat Nederland deel uitmaakt van internationale verbanden die onze soevereiniteit mogelijk maken, en is noodzakelijk om onze liberale democratie overeind te houden.

Democratische verbeelding

Tot slot, de democratische verbeelding. De politieke vraag waar het met ons land naar toe moet, valt niet vanuit het haalbare alleen te beantwoorden. Toch is dat vaak de maatstaf. Partijen die hun programma niet door het CPB hebben laten doorrekenen oogsten hoon. Hun plannen zijn misschien oprecht, maar of ze haalbaar zijn is ongewis. De ideeën over economie en ecologie van de Partij voor de Dieren zijn vast goed bedoeld, maar onrealistisch. 50Plus komt op voor ouderen maar vertelt niet waar het de rekening neerlegt.

Deze hoon legt de spanning bloot tussen droom en daad. Die spanning voedt het spel van beschuldigingen van hypocrisie over en weer. Maar het is niet alleen haalbaarheid die de grenzen van de politiek bepaalt. Politici hebben ruimte nodig voor het bedenken en uitdragen van radicaal andere ordeningen.

Die fantasie is onmisbaar in debatten over de toekomst van de EU, de identiteit van Nederland, vluchtelingenverdragen, ecologische duurzaamheid en de wereldordening waar Nederland deel van uitmaakt. Hoon over en weer over haalbaarheid en wensdenken wordt ‘Hypocriet’ als het de verbeelding belemmert. Dan verwordt besturen tot beleid maken, gespeend van de noodzaak de fantasie te voeden en alternatieve werelden te verkennen. Een liberale democratie ontaardt dan in een technocratie.

De toneelmetafoor wijst zo ook nog op iets anders. De vaak verguisde ‘kloof’ tussen burger en politiek heeft een belangrijke betekenis. Soms zet die kloof de politiek inderdaad als schouwspel op afstand en maakt die democratische debatten tot een ‘ver van ons bed show’. Maar die kloof zorgt er wel voor dat de politiek niet te dicht bij ons, toeschouwers, komt. Door die afstand kunnen we beoordelen welke hypocrisie we wel en niet tolereren, en kunnen we de Hypocrisie (met grote letter) die de liberale democratie op het spel zet in de smiezen houden. Niet alle schijn is huichelarij. Soms redt hij de democratie.

Huub Dijstelbloem (1969) is in Amsterdam hoogleraar Filosofie van wetenschap en politiek en is verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. In 2016 publiceerde hij ‘Het huis van Argus. De wakende blik in de democratie’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden