Een polder van duizend jaar, van strijdtoneel tot vredig paradijs.

Midden op de Westmijzerdijk valt ineens het eurodubbeltje. Op het informatiebord aan het begin van de grasdijk was wel verteld dat de ene helft van de polder Mijzen vroeger tot West-Friesland behoorde en de andere helft tot Schermer. En er stond ook bij dat je dat aan het patroon van de sloten kon zien. Maar waar was dat nou?

Je loopt al een tijd over het gras van de waterkering en laat de blik naar rechts gaan, over de polder. Waar je ook kijkt, ligt een grillig mozaïek van slootjes en smalle stukjes land. Dit is een gebied dat al vele eeuwen geleden is ontgonnen.

Pas wanneer de Leet daar als een autist dwars doorheen kronkelt, wordt duidelijk dat dit water ooit een grens vormde. Grens tussen twee kerkelijke ' bannen', later tussen twee wereldse gebieden. Lopen de slootjes eerst van noordwest naar zuidoost, ná de Leet gaan ze radicaal de andere kant uit.

Als de ruim honderdjarige Italiaanse voetbalclub Juventus al wordt aangeduid als ' De Oude Dame', hoe moet je dan een polder betitelen die dúizend jaar oud is? Wonderlijk dat de Mijzenpolder er als zo'n schitterend, vredig paradijs bij ligt, terwijl het gebied duizend jaar een strijdtoneel is geweest. Je leest het af aan de sloten, boezemvaarten, inlaten en hoogteverschillen die gegraven zijn -het moet knokken geweest zijn, en alles met de blote hand! Afspraken over een vaste lengte of breedte van de percelen bestonden niet. Wel liepen de sloten evenwijdig aan elkaar het veen in. Maar noord communiceerde niet met zuid, de West-Friezen niet met de Schermers. En zo ontstond het systeem van de ' veerverkaveling'.

De ontginning van de polder Mijzen in het hart van Noord-Holland is hoogstwaarschijnlijk ter hand genomen tussen 950 en 1000. Graaf Dirk II (uit het rijtje Dikkie-Dikkie-Arnoud, Dikkie-Dikkie-Flo, enz.) had het gebied geschonken aan de Abdij van Egmond, waar ze wel gewend waren aan monnikenwerk. Het soppige veen mocht nog geen naam hebben; alleen de stroompjes die het water afvoerden, komen in geschriften en op kaarten voor. Tussen Leet en Zwet, die aanduiding was voldoende -postcodes en coördinaten, daar deed men nog niet aan.

Pas later verschijnt de naam ' Mizen', ' Misen' of ' Mijzen' op de kaart.

Dat slotenpatroon herinnert ons dus nog wel duidelijk aan het verleden. Voor de rest is het landschap in de loop der eeuwen ongelooflijk veranderd. Waar nu land is, lagen vroeger uitgestrekte meren, zoals het Schermeer en de Beemster. En op plekken waar vroeger land was, zijn kunstmatige vaarten gegraven die oude landschappelijke patronen soms zonder gêne doormidden breken.

De strijd die in deze contreien werd gevoerd, was ook gericht tegen de Waterwolf. Het ontstaan van grote meren had ook veel landverlies tot gevolg. De Noordzee drong vaak verwoestend door tot het binnenland. Maar ook van andere kanten (het Almere, de latere Zuiderzee) ervoer men de kracht van het water. De Allerheiligenvloed van 1570 betekende het einde van wat er nog over was van het dorpje Schermer. De vissers, de boeren -ze zochten een goed heenkomen. Maar hun bijnaam, de Wroeters of de Mollen, ging over op hun nakomelingen die Schermerhorn stichtten.

Je laat de drukte van het dorp snel achter je, als je midden in het dorp de Zwet oversteekt en linksaf gaat. Na korte tijd verlaat je het asfalt en loopt verder de polder rond over de kop van de grasdijk, 12 km lang. Het voelt soms wat bonkig en het gaat minder snel dan op de weg, maar op de dijk zie je Hollands welvaren en Hollands vernuft tenminste. Rond de Schermer stonden vroeger 52 molens die de polder drooghielden. Daar zijn er nog maar twaalf van over. Drie ervan staan aan de overkant van de ringvaart van de Mijzen en draaien nog met grote regelmaat. Ze vormen een prachtig panorama met het museumgemaal Wilhelmina en het polderhuis waar vroeger het waterschapsbestuur zetelde.

In de verte komt Ursem, en daarmee de verkeersdrukte, steeds dichterbij.

Hier ligt een van de drie bruggen waarmee Mijzen met het omringende land is verbannen. Aan de binnenkant van de dijk staan nog enkele fraaie stolpboerderijen, de ' piramides van Noord-Holland' -alles onder één dak. Vroeger waren er veel meer, maar de sloper heeft zich hier mogen uitleven.

Halverwege tussen Avenhorn en Ursem staat een eenvoudige grenspaal; de wapens van Hoorn en Alkmaar zijn met mos bedekt. Vroeger gaf de paal aan welke stad verantwoordelijk was voor het onderhoud van de trekvaart. Aan de overkant van het water staat nog een paal, veel mooier en glimmender. Met een eenhoorn op de top. De paal gaf aan waar het rechtsgebied van Hoorn begon.

Na de tweede brug koerst de dijk weer richting Schermerhorn. Halverwege ligt een buurtschap met de naam Oostmijzen. Het duidt er al op dat er ooit een Westmijzen geweest is, ongeveer op de plaats waar we het verschil in het slotenpatroon hebben waargenomen. Ooit lag er een nederzetting in het hart van de polder, met een eigen kerkje. Deze Capella Beata Maria Virgo was te danken aan het missiewerk van Willibrord. Eer was zelfs sprake van een bedevaartsoord, maar in de loop van de 15de eeuw hielden de Mijzenaren het niet droog meer en zochten hun heil elders. Nu is er nog een Vrouwenweg, maar die loopt dood.

Na twaalf kilometer zijn we weer terug in het dorp van de Mollen, waar in de Gouden Eeuw haringvisserij en walvisvaart de belangrijkste bronnen van inkomsten waren. Scheepslui en vissers konden hier bij wijze van spreken bijna voor de deur aan boord stappen. De Zwet was toen de verbinding met de zee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden