Eén plus één is geen twee in de kerk

Sinds de vorming van de PKN in 2004 luidt het credo 'Samen één kerk zijn'. Dat lukt nog lang niet overal. Vooral cultuurverschillen blijven voor verwarring zorgen.

Na jarenlang gekissebis was het een religieuze mijlpaal van formaat: de fusie in 2004 van gereformeerden, hervormden en lutheranen. In dat jaar ontstond het grootste protestantse kerkgenootschap van het land: de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De drie voormalige concurrenten besloten de verschillen te vergeven en te vergeten. 'Samen één kerk zijn', luidt sindsdien het credo. De getallen die bij die kerkelijke eenheid horen, zijn duizelingwekkend: bijna twee miljoen leden, drieduizend dominees en duizenden kerkgebouwen, verdeeld over 1800 lokale gemeenten. Officieel doen de verschillen er niet meer toe.

Maar de praktijk is weerbarstig. De samenwerking loopt lang niet overal soepel. Jarenlang ingesleten vooroordelen tussen hervormden en gereformeerden, verreweg de grootste groep in de fusiekerk, ban je op plaatselijk niveau niet zomaar uit. Dat constateert ook de visitatiecommissie van de kerk. 'De samenwerkingsprocessen verlopen in vele gemeenten moeizaam of vinden in het geheel niet plaats', zo staat te lezen in het document dat de commissie afgelopen najaar presenteerde. Dat overzicht geeft een goed beeld van hoe de kerk ervoor staat.

Komende week bespreekt het hoogste bestuursorgaan van de kerk, de generale synode (landelijke vergadering), de verschillen in de kerk. Die zijn talrijk. Acht jaar na de landelijke eenwording is plaatselijk nog niet eens de helft van de kerken gefuseerd. Zo'n 700 van de 1800 gemeenten noemt zich nog steeds 'hervormd' of 'gereformeerd'.

Dat kan zijn omdat er geen financiële noodzaak voor is. Maar vaak speelt ook wederzijds onbegrip een rol. Het visitatierapport benoemt de heikele thema's keer op keer: verschil in sfeer en karakter. Het gevolg van deze cultuurverschillen: verwarring. Veel plaatselijke gemeenten, constateert het rapport, hebben in de naam 'hervormd' of 'gereformeerd' gehandhaafd. 'Daardoor is het voor buitenstaanders lang niet altijd duidelijk wat het verschil is met bijvoorbeeld een plaatselijke ook bestaande protestantse gemeente.'

Ook al is het aantal kerkgangers van afzonderlijke hervormde en gereformeerde gemeenten zo ver geslonken dat een eigen dominee, jeugdwerk, jaarlijkse musical of een bezoekje aan bejaarden niet of nauwelijks meer mogelijk is, dan nog zit een fusie er vaak niet in. Dat is ook het geval in Ulrum, een dorp in Groningen. Vooral de snel krimpende hervormde gemeente heeft het er zwaar. Er schuiven 's zondags nog hooguit dertig bezoekers in de banken van de historische dorpskerk. "We proberen het al tien jaar. Maar samengaan met de gereformeerden lukt niet", zegt Alida Kies, scriba (secretaris) van de hervormde gemeente. Alleen in de zomermaanden, als er in beide kerken bijna niemand komt, zijn er samen vieringen. Dat gaat prima. Kies: "En tóch lukt het niet om definitief samen te gaan." Dat is opmerkelijk, want inhoudelijke verschillen zijn er amper. "Dopen, trouwen en avondmaal gaan in beide kerken op dezelfde manier."

Ulrum staat niet op zichzelf, vertelt dominee Piet Beintema. Hij begeleidt als gemeenteadviseur voor de Protestantse Kerk lokale kerkfusies. Leerstellige verschillen, waardoor ooit families werden ontwricht en vriendschappen sneuvelden, komt hij hoogstzelden nog tegen. "Natuurlijk, er zijn gemeenten die rechtzinniger zijn dan andere. Maar je merkt: de verzuiling is definitief weg." Maar historische schisma's komen soms jaren na dato weer aan de oppervlakte, weet de gemeenteadviseur. "Soms staat een gemeente nog steeds bekend als vrijzinnig. Ook al is dat allang niet meer zo en is er eigenlijk geen verschil meer met de andere protestantse gemeente in het dorp."

Wie zijn oor te luisteren legt in Gieten, hoort wat Beintema bedoelt. "Gereformeerden zijn hier behoudender dan hervormden", zegt scriba Trijn Molenhuis van de gereformeerde kerk in het Drentse dorp. Dat verschil is, vertelt ze, historisch geworteld: gereformeerden zijn van huis uit turfstekers uit het veen, hervormden ('zand-Drenten') woonden er op de zandgronden. Afgezien van jeugddiensten en een incidentele zomerse samenkomst, is er van hechte samenwerking tussen de twee gemeenten, geen sprake.

Volgens Molenhuis komt dat vooral doordat gereformeerden anders in het kerkelijk leven staan dan hervormden. "Gereformeerden zijn actiever", zegt ze. Neem de musical, die beide kerken samen organiseren. "Individuele hervormden doen wel mee, maar de gereformeerden nemen het initiatief. En als ik kijk naar de jeugdraad, dan zijn de meeste leidinggevenden gereformeerd." Niet tot ieders tevredenheid, merkt ze op. "Sommigen zeggen: het is trekken aan een dood paard."

Het beeld van 'activistische' gereformeerden versus 'passieve' hervormden rijst ook op uit het landelijke visitatierapport uit 2011. 'Hervormde kerkenraden verzuchten dat hun gereformeerde broeders en zusters (te) voortvarend zijn', valt er te lezen.

Gemeenteadviseur Piet Beintema herkent het ook: "Hervormden denken vaak: 'De Here God zorgt er op den duur wel voor'. Gereformeerden hebben meer het gevoel dat ze moeten vechten voor één kerk. Hervormden vinden gereformeerden wel eens strak en rechtlijnig."

In Ulrum rakelen kerkgangers graag de kwestie op waarom hervormden en gereformeerden met de rug naar elkaar toe staan. Wie het wil weten, moet terug naar het jaar 1834. Toen scheurden de eerste ontevreden gelovigen in het dorp zich af van de oude hervormde kerk, die te lichtzinnig en te elitair was naar hun smaak. Zij gingen voortaan verder als 'gereformeerden'. Deze scheiding vond navolging in heel Nederland. Volgens sommige historici valt het verschil in kerkelijke cultuur in de Protestantse Kerk tot op de dag van vandaag terug te voeren op deze 'Afscheiding van 1834' en latere scheuringen in de negentiende eeuw. In Ulrum ligt de kwestie bij sommigen nog steeds gevoelig. "Echt oude mensen, ik heb het dan over mannen en vrouwen van 80 of 90 jaar, die wíllen gewoon niet bij elkaar naar de kerk", zegt Alida Kies.

Waar een sterke eigen identiteit is zoals in Ulrum of het bestand aan (kaartenbak)leden nog groot is, zo valt op te maken uit het visitatierapport, verloopt samenwerking stroef. Ook in steden lukt het niet altijd. In Rotterdam bijvoorbeeld is geen sprake van een protestantse gemeente zoals dat bijvoorbeeld in Den Haag of Utrecht het geval is. 'De samenwerkingsprocessen verlopen in vele gemeenten moeizaam of vinden in het geheel niet plaats', stelt het visitatierapport.

Ria Veen, scriba van de gereformeerde Koningskerk in Rotterdam-Feijenoord, herkent dit. Haar kerk heeft nooit de neiging gevoeld om tegen andere kerken aan te schurken. "Samenwerking verliep nooit spontaan", zegt Veen. Dat kwam niet alleen door de theologische koers, licht ze toe, maar ook door de samenstelling van de kerkgangers. "We zijn van oudsher een gemeente waar veel schippers komen", zegt Veen, die naast scriba in de Koningskerk ook werkt op het binnenvaartschip van haar man. "Onze gemeente is een buitenbeentje gebleven, met evangelische en bijbelvaste oriëntatie. De financiële noodzaak is er tot op heden ook niet. Er komen hier voldoende mensen in de kerk."

Door alle verschillen lijkt de protestantse fusiekerk op een groot bedrijf met verschillende onderdelen. "Zoals Ahold bestond uit Albert Heijn en C1000, zo bestaat de PKN uit meerdere stromingen", zegt dominee Piet Beintema. Anders dan vaak wordt gevoeld door kerkgangers, benadrukt hij, zijn lokale gemeenten niet verplicht om samen te gaan. "Er is wel een stille hint: als je samen verder wilt, dan helpen we daarbij als landelijke kerk. Dan duurt het nog vaak jaren voordat er een echte eenheid is."

Van die 'echte eenheid' is in Gieten nog geen sprake. In de zomermaanden is er een aantal diensten samen. "We houden de gezamenlijke diensten om en om. De ene keer in de oude hervormde dorpskerk, de andere keer in de nieuwe gereformeerde kerk", zegt Trijn Molenhuis. Het was een diplomatieke zet om het zo te doen. "Anders krijg je dáár weer gedoe om." Toch blijft een deel van de kerkgangers steevast weg in de zomer: het andere kerkgebouw staat ze niet aan. Molenhuis zucht: "Eén plus één is niet automatisch twee."

Pijn in de portemonnee
De Protestantse Kerk vindt het van belang dat er wordt gewerkt aan eenheid. Om weigerachtige gemeenten tot samenwerking te bewegen, heeft de landelijke kerk iets bedacht. Zo voelt een armlastige gemeente die niet samenwerkt pijn in de portemonnee. Mocht er geldnood ontstaan, dan kan de gemeente een beroep doen op een speciaal potje voor gemeenten in acute geldnood. Deze 'solidariteitskas' wordt door alle gemeenten samen bijeengebracht. Maar als een gemeente een bijdrage wil ontvangen, moet ze aantonen dat ze samenwerkt met anderen. Ook heeft de Protestantse Kerk enkele tientallen gemeenteadviseurs in dienst. Die beleggen regelmatig studiebijeenkomsten over de voordelen van samenwerking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden