Eén plukje Zeeland als venster op de wereld

Eén willekeurige vierkante kilometer Zeeuws platteland is het komend jaar het middelpunt van de wereld. Elke bewoner wordt gesproken, ieder plantje onderzocht, zelfs de klei doorwoeld. Maar wat zegt die 100 hectare Zeeland over de wereld?

De polder ten zuiden van het Zeeuwse Dreischor op Schouwen-Duiveland is een van de oudste van Nederland. Toch staan er alleen maar 'jonge' bomen. De Watersnood van 1953 heeft de reuzen doen verdrinken.

Het valt fietsende toeristen niet eens op en voor de plaatselijke bevolking is de leeftijd van de vegetatie nauwelijks een item. Toch vertelt dat landschap een verhaal, zegt vegetatiedeskundige Joop Schaminée op een rondje door het gebied. In de destijds ondergelopen polder woekert bijvoorbeeld een uitheemse braam. Een enkel essenbosje dat hier staat, heeft een onderlaag van fluitenkruid, kenmerkend voor polderbossen op klei.

De Zeeuwen zullen het komende jaar nog meer van zulke onbekende verhalen horen. Sterker nog: Schaminée hoopt dat zij zelf onbekende verhalen vertellen. Samen met collega en bioloog Anton Stortelder wil hij één vierkante kilometer Nederlands platteland uitspitten. Dat willekeurige vlak ligt min of meer toevallig net ten zuiden van Dreischor, het mooiste ringdorp van Zeeland, rond het buurtschap Beldert. "Ik heb mijn vinger gezet in een Wolters-Noordhoff-atlas van schaal 1 op 50.000", zegt Schaminée. "Daarna zijn we er met z'n tweeën een uurtje met de auto doorheen gereden en hebben wat foto's gemaakt, maar we wisten het al snel: hier moet het gebeuren."

Maar wat móet er eigenlijk gebeuren? Schaminée en Stortelder zijn al een tijdje geïnspireerd door het boek PIG 05049 van vormgeefster Christien Meindertsma. Daarin maakt zij de grootschaligheid van de vleesverwerkende industrie inzichtelijk door die terug te brengen naar één varken. Varken 05049 wordt na zijn dood in gesorteerde delen over de wereld verstuurd, en Meindertsma beschrijft de uiteindelijke producten.

Zo'n exercitie zouden we ook eens met landschap moeten doen, dachten Schaminée en Stortelder. Met de focus op één vierkante kilometer. "Nederland heeft een oppervlakte van zo'n 40.000 vierkante kilometer. De meeste aandacht gaat naar de 8000 vierkante kilometer bebouwing en infrastructuur en de 8000 vierkante kilometer natuur. Maar de 24.000 vierkante kilometer platteland blijft vaak onbesproken en onbeschreven." Daarom kozen zij voor dat buitengebied, met niet heel unieke, onbeschermde natuur, en met steeds minder bevolking.

De vierkante kilometer die komende tijd minutieus wordt onderzocht, is op de fiets binnen een kwartier bekeken. Een buitenschil van het dorp dat op drie schorren is gebouwd en binnen het kader van de kilometer valt, levert de korenmolen Aeolus en een klein kerkhof. Het gebied bestaat verder uit uitgestrekte akkers waarop spruitkool en aardappelen worden verbouwd, een restant van een kreek, een zagerij, een wijnhoeve, een klein landbouwmuseum en een minicamping. Ogenschijnlijk niets bijzonders, maar juist deze ankerpunten zijn de 'hoofdrolspelers' in hun verhaal.

Het project dat de twee wetenschappers uitvoeren in samenwerking met Stichting Landschapsbeheer Zeeland kent drie lagen. In eerste instantie gaan zij in deze postzegel op zoek naar verhalen van de lokale bewoners die vooral een culturele en historische betekenis hebben. Dreischor was bijvoorbeeld ooit het middelpunt van de vlasbouw, het gewas waaruit lijnolie werd geperst. De naam Vlasakkerweg verwijst daar nog naar. De vezels van dit gewas werden in de textielindustrie gebruikt. "We hebben in het dorp Rinus Quist ontmoet", vertelt Schaminée, "de laatste vlasboer. Hij is 82 jaar en de enige die nog weet hoe vlas werd verbouwd, en met welke techniek geoogst en verwerkt."

Een andere verhaal ligt letterlijk op het kerkhof. "Daar zijn de graven te vinden van tien volwassenen en enkele kinderen die omkwamen bij de watersnood, terwijl er in totaal 32 burgers omkwamen. De helft van de slachtoffers is vermist gebleven of elders begraven. Wat betekent dat voor dit dorp?" Net als schrijver Tommy Wieringa die een serie maakte over de grens, zullen Schaminée en Stortelder het gebied intrekken om vragen te stellen aan mensen die nooit wat gevraagd wordt. Maar in het project van de vierkante kilometer blijft het daar niet bij.

Naast de verhalen van de Zeeuwen komen wetenschappelijk verhandelingen te staan. Op verzoek van de initiatiefnemers komt een botanicus naar het gebied voor de beschrijving van de flora, een vogeldeskundige bestudeert de ganzenpopulatie, een bodemkundige wroet met zijn handen in de vette klei, een insectendeskundige noteert een plaag, en een landbouweconoom beschrijft de duurzaamheid van de akkerbouw.

"We verwachten dat deze twee soorten verhalen elkaar aanvullen, en samen voor dynamiek zorgen", zegt Schaminée. "Zeker weten doen we dat nog niet, want de verhalen moeten nog verteld worden. Maar een proefproject in de Achterhoek liet zien dat lokale verhalen en wetenschappelijke verhandelingen vaak haaks op elkaar staan, maar elkaar tegelijk kunnen versterken. Uit alle verhalen spreekt een enorme betrokkenheid, maar iedereen kijkt wel door een eigen bril."

Die dynamiek is ook nodig om vervolgens tot de derde laag te komen, waarnaar de naam van het project ook verwijst: 'Venster op de wereld'. Vanuit de lokale culturele, historische en ecologische verhalen, gaan Schaminée en Stortelder op zoek naar de relaties van die ene vierkante kilometer met de buitenwereld. Ze willen illustreren hoe onlosmakelijk alles met alles verbonden is, hoe deze plek een venster op de wereld is.

"Vooral die analyses van de deskundigen en kaartmateriaal moeten die samenhang duidelijk maken. Waar komen de ganzen uit de polder van Dreischor eigenlijk vandaan, en waardoor nemen ze in aantal toe? Waarom daalt de prijs van de spruiten? Hoe komt de zagerij aan zijn hout, en waar gaan de gezaagde planken naar toe? Waarom kun je tegenwoordig bij Dreischor wijn verbouwen, en heeft die boer ook afzet buiten Zeeland?"

Zo kan Schaminée nog wel even doorgaan met zijn opsomming. Sommige onderwerpen kunnen letterlijk heel klein zijn. Als de eikenprocessierups toeslaat, is de vraag hoe deze zich over Europa verspreidt. En de buitenwereld kan ook dichtbij zijn. Aan het verhaal over het kerkhof met de helft van de watersnood-slachtoffers, kan een kaart gekoppeld worden van alle kerkhofjes waarop de verdronkenen zijn begraven, compleet met alle gedenktekens van de ramp in Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland.

Medio 2014 moeten de verhalen uit de Zeeuwse vierkante kilometer zijn gebundeld in een rijk geillustreerd boek waarin de verhalen van de bewoners en die van de onderzoekers samenkomen. Maar daar blijft het niet bij. Filmmaker Stijn van der Loo verpakt alle verhalen in beeld en maakt een documentaire voor televisie, terwijl ook lokale dagblad- en radiojournalisten de gesprekken vastleggen. Zeeuwse kunstenaars laten zich inspireren door 'de kilometer' en hun werk zal dan volgend jaar tijdens een speciale expositie getoond worden. Er komt een website waarop de Zeeuwen ook kunnen reageren op elkaars vertellingen.

"Want dat staat voor ons voorop: het moet vooral een project zijn dat we met de Zeeuwen maken, of laat het een project ván de Zeeuwen zijn", aldus Schaminée. "En het mooie is dat het project hierna in elke vierkante kilometer Nederland herhaald kan worden. Want deze verhalen zijn overál te maken." Om met Tommy Wieringa te spreken: 'Heel veel mensen zitten eigenlijk hun hele leven te wachten op een vraag, maar niemand stelt ze die ooit.'

Wie zijn Joop Schaminée en Anton Stortelder?
Joop Schaminée is botanicus en gespecialiseerd in vegetatiekunde. Hij is verbonden aan onderzoeksinstituut Alterra en als hoogleraar aan de universiteiten van Wageningen en Radboud Universiteit Nijmegen. Samen met Victor Westhoff richtte Joop Schaminée de Plantensociologische Kring Nederland (PKN) op. In 2009 kreeg hij de Prins Bernhard Cultuurfondsprijs voor zijn verdiensten voor de vegetatiekunde en het natuurbehoud in ons land. Hij is auteur van vele boeken. Zijn reeks 'De Vegetatie van Nederland' wordt gezien als het standaardwerk van de Nederlandse vegetatiekunde.

Bioloog Anton Stortelder, eveneens verbonden aan Alterra, maakt zich al dertig jaar hard voor natuurproducerende boeren. Zo schreef hij in 2001 de nota 'Boeren voor natuur'. Hierin werd voor het eerst een actieplan op tafel gelegd voor het 'natuurgerichte bedrijf'. Waaraan zou zo'n bedrijf moeten voldoen, en hoe kan het aan voldoende inkomen komen, zodat boeren zo'n nieuwe onderneming ook zien zitten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden