Een plek zoeken voor hindoes in Nederland

Een fundamentalist was ooit een Amerikaanse protestant die zijn geloofsfundamenten veilig wilde stellen. Honderd jaar later zoekt Trouw naar sporen van hedendaags fundamentalisme in de wereldreligies. Vandaag: op bezoek bij pandit Surindre Tewarie.

Niets in de omgeving doet vermoeden dat er in het Haagse Laakkwartier met zijn geordende Hollandse tuintjes een stukje India ligt. Dat is te vinden in hindoecentrum Sewa Dhaam. De deur staat wijd open. Voor de zondagsdienst van drie tot half zes komen voornamelijk Surinaamse Hindostanen, gemiddeld rond de tweehonderd mensen. Ze begroeten elkaar met een hoofdknik, drukken de handen kort op elkaar voor de borst. De meeste vrouwen dragen kleurige sari’s en sluiers. Sommigen dragen een moderne rok. Dat mag, maar zij moeten beseffen dat ze straks geen vuuroffer mogen brengen aan de goden. De voertaal is Hindi met een vleugje Nederlands, ook tijdens de dienst. Niet te volgen voor wie geen Hindi spreekt, maar dat is niet het belangrijkste. Hier wordt de hindoecultuur gekoesterd.

Pandit (priester) Surindre Tewarie (56), oprichter van wat de meest orthodoxe hindoetempel van Nederland heet te zijn, draagt een zalmroze kurta (traditionele hindoekledij) met okergele omslagdoek. Hij blijft na de dienst tot tien uur ’s avonds in het kantoor van de mandir (tempel) om mensen te helpen met hun vragen over gemengde huwelijken, rituelen, familie. Voor het diner staat een bakje vruchten klaar.

In deze kamer en daarbuiten voert Tewarie vele discussies. Veel hindoes, vooral jongeren, bestempelen hem als fundamentalist en zeer conservatief. Tewarie zelf vindt de aanduiding ’hoeder van de hindoecultuur in Nederland’ passender. Fundamenten heeft hij zeker, zegt Tewarie. Ze zijn samengevat in ’de drie B’s’: bhojan (maaltijd), bhoesan (kleding) en bhasa (taal). Deze drie elementen dienen zoveel mogelijk gebaseerd te zijn op de traditionele hindoecultuur. Tewarie: „Sommige hindoes zeggen: ’Je mag toch wel vlees eten, we zijn hier in Nederland?’ Mij best, maar dan ben je onrein en kun je bepaalde rituelen niet doen. In het hindoeïsme bepaalt alles wat je eet je spirituele kracht. Eten mensen vlees, dan kan ik daar na een huisdienst niet eten. Dat wordt gezien alsof ik hen niet vertrouw, maar ik heb mijn principes. Soms wil een zoon zijn hoofd niet kaalscheren, als onderdeel van het crematieritueel voor een ouder. Ze vinden het vervelend om met een kale kop op hun werk te verschijnen. Dan blijf ik bij mijn standpunt en zeg: ’Dit hoort bij onze cultuur, dit zijn nota bene je ouders’. Veel jongeren willen graag de dienst in het Nederlands, maar ik vind dat het Hindi en Sanskriet een spirituele, verrijkende waarde hebben. Het zijn godentalen. Je kunt de schoenen dragen die je wilt, maar de voeten kun je niet veranderen. Dat zijn de fundamenten.”

Als hoeder van de hindoe-identiteit hecht Tewarie voor zover mogelijk aan het varna ashram-systeem (Indiaas kastenstelsel). Het ’heilige koord’ onder zijn kleding en het korte staartje op zijn achterhoofd kreeg Tewarie bij zijn priesterwijding in India. Tewarie behoort tot de brahmanen, de priesterkaste. Zijn twee zonen hebben ’godzijdank’ ook een brahmaanse vrouw gevonden, maar de toekomstige man van zijn dochter komt uit een andere kaste, die van de kshatriya’s (krijgers). „Zij vindt het het belangrijkste dat haar partner hetzelfde spirituele pad gaat. Iedereen is daar vrij in”, vindt Tewarie. „Maar mijn dochter moet zich wel realiseren dat haar keuze bepaalde rituelen in de weg staat en dat ze wat uit te leggen heeft aan haar Indiase familie die de stamboom bijhoudt. Ze neemt het risico dat haar familie niet bij de Indiase familie aan tafel mag zitten. Haar zoon kan op zijn achtste niet worden gewijd tot priester. Dit upanayana-ritueel wordt gezien als de eerste stap in de spirituele ontwikkeling van brahmanen.”

Zijn schoonzoon mag bij Tewarie thuis in Den Haag wél aan tafel. „Wij hebben een andere samenleving.’’ Want het gaat de pandit erom dat „hindoes in Nederland in een maatschappij waar niet alleen hindoes zijn een plek kunnen vinden, met behoud van eigen identiteit. Dat is mijn levenswerk.”

Ruim dertig jaar geleden, toen veel Surinaamse hindoes net als de familie Tewarie naar Nederland kwamen, was die eigen identiteit niet duidelijk. Tewarie: „Iedereen deed het op zijn eigen manier’’.

Tewarie koos tegen wil en dank voor het priesterschap. Hij had zijn bezorgde vader op diens sterfbed beloofd dat hij zich geen zorgen meer hoefde te maken over zijn godsdienst in Nederland, over de verwaarlozing van rituelen. Tewarie zou daarvoor zorgen, maar de jonge, niet eens zo religieuze informaticus en vader van drie kleine kinderen wist niet hoe. Hij vond geen geschikte orthodoxe opleiding én kon niet kiezen tussen ’geld verdienen’ en ’God ontmoeten’. Tewarie vluchtte daarom op zijn 29ste voor twee jaar naar India. Daar genoot hij bij zijn familie in Varanasi een orthodoxe geloofsopvoeding. Aan de Banaras hindoe-universiteit leerde hij precies hoe een pandit binnen de orthodoxe hindoestroming Sanatan Dharm hoorde te handelen. Een priesterwijding volgde. Tewarie: „Het ergste vond ik het reinigingsritueel waarbij je 21 dagen lang vijf producten van de koe moest innemen: mest, urine, melk, yoghurt en ghee (geklaarde boter).”

Bijna had hij afscheid genomen van zijn vrouw en was hij in India gebleven, tot Tewarie toch mogelijkheden ontdekte om in Nederland de hindoe-identiteit te behouden én midden in de samenleving te staan. Hij vestigde zich in Den Haag, richtte een priesteropleiding op en schoolde 70 priesters. Hij legde interreligieuze contacten in en buiten het Laakkwartier, richtte Sewa Dhaam op en gooide de deuren open.

Tewarie zorgde er mede voor dat hindoes hun crematieritueel konden blijven uitvoeren, maar dat de regels en het ritueel zo werden aangepast dat het anderen niet hindert en er geen brand meer uitbreekt in het crematorium, zoals drie keer is gebeurd.

Ook voor vrouwenrechten maakte hij zich sterk, vertelt hij. Sinds kort mogen vrouwen lezingen geven in zijn mandir en thuis een sandhya (offerdienst) leiden. Indiase goeroes spreken Tewarie daar bestraffend op aan, maar volgens hem staan vrouwen in het hindoeïsme juist hoger dan de mannen. „In de Veda’s staat dat de eerste goeroe een vrouw was. Hoe kan het dan dat vrouwen in India zo vernederd worden?”

Als ergens de hindoe-identiteit in het gedrang komt, is het bij gemengde huwelijken. Ondanks dat gevaar vindt Tewarie het belangrijker dat de partners elkaar liefhebben en een basis vinden voor geluk. „Koeien zijn overal ter wereld anders, maar de melk is altijd wit, de kleur van God. Onbevlekt.”

Het beschermen van de hindoecultuur is dus Tewaries streven, zolang het niet ten koste gaat van anderen. Die opstelling blijkt ook uit Tewaries activistische verleden. Zo richtte hij ruim tien jaar geleden de Stichting Werkgroep Agni op, die onder meer in de Tweede Kamer protesteerde tegen afbeeldingen van hindoegod Ganesha op vloermatten, in toiletten en op shagpakjes in Indonesië. Agni richt zich nu meer op mensenrechten, Tewarie is er niet meer bij betrokken.

Ook is de pandit al ruim vijftien jaar betrokken bij de Nederlandse afdeling van de Indiase hindoenationalistische organisatie Rashtriya Swayamsevak Sangh (RSS), genaamd de Hindoe Swayamsevak Sangh (HSS). De RSS wordt in India vereenzelvigd met hindoefundamentalisme. Het waren onder andere RSS-aanhangers die in 1992 de Babri moskee in Ayodhya vernielden. De RSS en HSS hebben jeugd- en volwassen leden, de Nederlandse HSS telde op het hoogtepunt 800 kinderen. Tewarie legt uit: „Ik was in mijn jeugd ook lid van de RSS, bij gebrek aan een padvinderij. Mijn doel in Nederland was een hindoe-opvoeding. Daar sta ik nog helemaal achter, behalve achter de fanatieke dingen, zoals de afkeer tegen andere bevolkingsgroepen. We kregen daardoor problemen met de RSS in India. RSS-leden uit India kwamen hier spreken op een kamp en gebruikten taal die wij niet wilden. Ze waren tegen integratie en participatie, noemden dat assimilatie en waarschuwden ons daarvoor. We hebben hier ook weleens fanatieke sprekers gehad, maar dan zeggen we meteen ’stop’. Dat kun je in Nederland niet maken. Ik werk hier met moslims en christenen.”

Tewarie’s jongste zoon Vinay is bestuurslid van de Nederlandse RSS die met 350 leden momenteel een kleine dip beleeft. In de wekelijkse bijeenkomsten, shakah’s genaamd, is leren dienen het motto. Vast op het programma staat voetbal, zang, vergaderen, zelfverdediging en discipline. De RSS-afdeling zegt tegen geweld te zijn en vindt geweld alleen geoorloofd bij zelfverdediging.

Tewarie’s oudste zoon – tevens pandit – en dochter zijn betrokken bij de religieuze, culturele tak van de RSS, de Vishva Hindu Parsihad (VHP). „De Nederlandse VHP is niet meer zo actief en fanatiek”, vertelt Tewarie, „omdat dat problemen geeft met de fanatieke Indiase VHP. Mijn dochter is bij Indiase trainingskampen geweest. Ik ben eerlijk gezegd wel een beetje bang als ik hoor dat ze daar mensen willen mobiliseren om op een hindoe-eiland te gaan wonen. Met een hindoe-eiland met de drie B’s is niets mis. Het wordt een probleem als je de deuren wilt sluiten voor andere groepen. We leven in het tijdperk van globalisering. Je kunt niet meer op een eiland gaan wonen.”

Tewarie vindt zijn missie bij zijn kinderen geslaagd. „Ze staan midden in de maatschappij én hebben een hindoe-opvoeding. Daar ben ik trots op.”

Buiten Tewarie’s kantoor hebben zich inmiddels negen mensen verzameld. Het werk gaat door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden