‘Een pleegkind is als een complex apparaat zonder handleiding’

Bijna de helft van de pleegouders vindt dat ze te vaak pleegkinderen krijgen die in een pleeggezin niet te hanteren zijn. Beeld Herman Engbers

Pleegouders hebben het gevoel dat ze vaak kinderen moeten opvangen die ze niet goed aankunnen, zo bleek deze week. Ook dit echtpaar heeft een pleegdochter met hechtingsproblemen, die eigenlijk te ingewikkeld voor hen was. Toch hielden ze vol. ‘Je verlegt steeds je grens.’

Een paar keer stonden ze op het punt te stoppen, deze pleegouders. De eerste keer was toen hun eigen peuter een flinke val maakte, na een duw van hun kersverse pleegdochter van een jaar of zes. “Even wil je dan het liefst al haar kleren in een tas gooien, en haar weer wegbrengen”, vertelt hij. “Je denkt: ‘Wat heb ik in huis gehaald’.” Zij: “Je schrikt je rot.” Maar dat gevoel zakte weer. Gelukkig mankeerde hun kindje niets. Daarna zorgden ze ervoor dat de kinderen niet meer samen uit hun blikveld waren. Met hun naam willen ze niet in de krant, om de privacy van hun pleegdochter te beschermen.

Het zorgen voor pleegkinderen kan pittig zijn. Bijna de helft van de pleegouders vindt dat ze te vaak pleegkinderen krijgen die in een pleeggezin niet te hanteren zijn, zo bleek deze week uit een onderzoek van tv-programma ‘De Monitor’ onder ruim driehonderd pleeggezinnen. Sinds 2015 worden kinderen langer thuis opgevangen. Kinderen die daarna toch uit huis geplaatst worden, hebben vaak een zwaardere problematiek, volgens de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen.

Als kinderen uit huis geplaatst worden, komen ze bij voorkeur in een pleeggezin terecht. Deskundigen zijn daar kritisch over: volgens hen zijn sommige kinderen met een complexe problematiek beter af in een gezinshuis of instelling. Volgens ‘De Monitor’ eindigt 45 procent van de plaatsingen in een breakdown, een voortijdig afgebroken plaatsing.

Bij deze pleegouders uit het oosten van het land kwam het nooit zo ver dat een plaatsing voortijdig beëindigd moest worden, vertellen ze. Ook niet na de valpartij van hun kindje. “Ik had het erg gevonden, als wij een breakdown hadden meegemaakt”, zegt vader. “Maar ik snap wel dat het gebeurt.”

Beelden uit het huis van een pleeggezin. Beeld Herman Engbers

Crisisopvang

Zo’n vijftien jaar hebben ze pleegkinderen, naast hun drie eigen kinderen – van wie er inmiddels twee volwassen zijn. Hij: “We begonnen erover na te denken toen we vrienden kregen die pleegkinderen hadden. Hele grappige kinderen, allemaal totaal verschillend, maar ook met schrijnende verhalen. We hadden altijd al het idee van een groot gezin. We hadden voldoende ruimte, in ons huis, maar ook in ons hart. En jeugdzorg was, net zoals nu, erg op zoek”, vertelt vader.

Ook voor de ontwikkeling van hun eigen kinderen leek het hen een goed idee. “Ze leven hier in een wereld waar nooit problemen zijn”, legt hij uit. “Als er hier in de buurt een scheiding is, is het al wereldnieuws. Het is goed dat ze weten dat niet alles vanzelfsprekend is. Dat er zo weinig voor nodig is om een leven overhoop te halen.”

Ze begonnen met crisisopvang. Om de beurt kwam een aantal pleegkinderen tijdelijk bij hen wonen, vanwege een crisissituatie thuis. Zo konden ze het pleegouderschap uitproberen. Inmiddels zijn ze al een aantal jaar pleegouders van hetzelfde meisje. Eerder had ze op een stuk of tien andere opvangplekken gezeten.

Ze had flinke hechtingsproblemen, die naar boven kwamen in probleemgedrag. “Het is alsof je een complex apparaat krijgt, waarbij de handleiding ontbreekt”, zegt vader. Achteraf, erkennen ze, was het meisje eigenlijk te complex voor een plaatsing in hun gezin. Maar nu is ze er al zo lang, en begrijpen ze haar zoveel beter. Wellicht blijft ze wel tot ze volwassen is, zeggen ze voorzichtig tegen elkaar.

“Je verlegt je grens”, zegt hij. “Eerst dachten we: als ze wegloopgedrag gaat vertonen, dan is het te moeilijk voor ons.” Maar ze liep weg. Soms moeten ze uren zoeken, om haar ergens in een steegje in de omgeving van het huis terug te vinden. Hij: “Toen dachten we: als ze dingen van ons gaat stelen, houdt het op. Maar ik moet bekennen dat ook dat gebeurt. Toen dachten we: als ze in ieder geval maar geen geld steelt. Maar ook dat stadium zijn we gepasseerd. Je blijft haar een nieuwe kans geven.”

Ondersteuning

Dat ze zich niet kan hechten, blijft lastig. “Als ze vroeger in de speeltuin viel en moest huilen, ging ze eerder naar een willekeurige andere volwassene, die toevallig dichterbij stond, dan naar ons”, vertelt moeder. “Ze doet wel mee met feestdagen zoals Kerst, maar ze vindt het wel lastig. Ze snapt emoties niet. Vrienden koopt ze, verkering koopt ze. En ze zal ons nooit helemaal vertrouwen.” Hij: “Je mag niets terugverwachten voor wat je geeft. Dat hadden ze ons al wel verteld, maar je leert pas wat dat betekent als je het ervaart. Je krijgt geen liefde terug, maar ook geen dankjewel.”

Anders dan bijna de helft van de pleegouders uit het onderzoek van ‘De Monitor’ aangeeft, krijgen zij wel voldoende professionele ondersteuning, zo vinden ze. “We hebben al vanaf het begin dezelfde pleegzorgbegeleidster, dat gaat heel goed”, vertelt zij. “Ze komt zeker eens paar maand langs, vroeger vaker. Ze is altijd bereikbaar als er iets aan de hand is, we kunnen alles waar we tegenaan lopen met haar bespreken.”

Hun pleegdochter kan om het weekend terecht op een zorgboerderij, zodat ze tijd hebben voor elkaar en hun eigen kinderen. “Vroeger leek dat me egoïstisch, maar het is gewoon nodig, omdat het best belastend is voor ons gezin”, zegt zij. Hun pleegdochter meenemen op vakantie gaat niet, hebben ze gemerkt. Ook dan kan ze elders terecht.

Waarom blijven ze toch pleegouders, ondanks de moeilijkheden? Hij: “Je leert veel over jezelf. Als ik ongeduldig word, explodeert haar gedrag. Het is een oefening in geduldig en consequent zijn.” Zij: “Het is heel pittig, maar we zijn met hele kleine stapjes heel ver gekomen.” Hij: “Ze is sociaal-emotioneel voorzichtig gegroeid. Ze kan nu bijvoorbeeld beter praten: ze zegt het als ze voelt dat ze boos wordt, en dan gaat ze naar boven. Het is een heel slim, getalenteerd meisje. Ze is heel creatief”, zegt hij. Hun pleegdochter gaat nu naar een speciale middelbare school, en dat gaat goed.

Beeld Herman Engbers

Toekomst

Ze weten ook dat hun pleegdochter nooit meer in een gezin terecht zou komen, als ze nu bij hen zou vertrekken. “Ze heeft ook echt een plekje veroverd in ons gezin. Ze heeft wel eens gezegd dat ze voor ons wil zorgen als we ouder zijn. Ik weet niet of dat verstandig is – maar ze denkt wel na over de toekomst, en wij komen daarin voor”, zegt zij.

Soms is hij bang dat zijn andere kinderen iets tekort zijn gekomen. Die angst is er op de achtergrond altijd geweest. “Ik zal nooit zeggen dat dat niet zo is. Ik weet het niet”, zegt hij. Maar bij beiden overheerst het gevoel dat hun kinderen juist beter zijn geworden van het hebben van een pleegzus. “We zien nu wat een mooie, supersociale volwassenen zij zijn.”

Dat gunnen ze hun pleegdochter ook. Daarom denken ze er nu zelfs over plaats te bieden aan een tweede, jonger pleegkind. “We denken dat dat voor haar goed zou zijn”, zegt hij. “En dat het voor ons makkelijker is, nu we ervaring hebben.” Zij: “Dat hopen we.”

De namen van de pleegouders zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Bijna de helft van de pleegouders vindt dat zij te vaak kinderen in huis krijgen die ze niet aankunnen. Het schort daarbij aan professionele steun die ouders nodig hebben om te zorgen voor deze kinderen met ernstige gedragsproblemen. Bijna de helft van de plaatsingen stopt daardoor voortijdig en dan moet het kind weer verhuizen.

Pleegouders worden opgezadeld met kinderen met te zware problemen

Bijna de helft van de pleegouders vindt dat zij te vaak kinderen in huis krijgen die ze niet aankunnen. Het schort daarbij aan professionele steun die ouders nodig hebben om te zorgen voor deze kinderen met ernstige gedragsproblemen. Bijna de helft van de plaatsingen stopt daardoor voortijdig en dan moet het kind weer verhuizen.

Werving van pleegouders gaat weer wat beter

Na een dip in 2016, melden zich weer meer pleegouders. In 2017 zijn er 2647 nieuwe gezinnen bijgekomen, blijkt uit cijfers van Pleegzorg Nederland.

Pleegkind zit knel tussen ouders en opvoeders

Ouders die hun kinderen niet kunnen opvoeden hebben vaak alles tegen: schulden, psychische problemen, mislukte relaties. Pleegouders hebben haast alles mee. Toch zullen ze gelijkwaardig moeten samenwerken, in het belang van ‘hun’ kind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden