Een PlayStation voor Kevin

Trudy Coenen staat al meer dan dertig jaar voor de klas. Nu werkt ze op een vmbo-school. Over haar ervaringen schreef ze een boek. Een voorpublicatie.

Juf."

Kevin staat naast mijn stoel. Dat doet hij vaak nadat de les is afgelopen: onopvallend even naast mijn bureau gaan staan om een beetje te kletsen. Hij kijkt me niet echt aan, en ik ben bezig met iets op mijn bureau recht te leggen, zodat het een heel gewoon tussendoorgesprekje is.

"Gaat het goed, Kevin?"

"Ik ga met Kerstmis naar mijn moeder." Hij klinkt blij.

"Dat klinkt goed", zeg ik. "Gezellig, joh."

"Ik krijg dan een PlayStation van haar."

Even kijk ik op. Hij kijkt echt blij. Ik knik. Een PlayStation, ik gun het hem van harte.

Kevin zit altijd vooraan in de klas. Niet omdat ik hem daar heb neergezet of zo, hij is daar zelf gaan zitten omdat-ie niets wil missen van de les. Hij let ontzettend goed op en is vastbesloten om zijn diploma te halen.

De vader van Kevin is gestorven aan een hartstilstand, zijn moeder woont in een soort opvang. Hij is opgegroeid in Purmerend, maar na de dood van zijn vader kreeg zijn moeder wat met een Duitser die ze via internet had leren kennen. Kevin verhuisde met haar mee naar Duitsland, maar daar liep het niet helemaal goed, waarna hij in een tehuis in Duitsland dreigde te belanden. Daar verzette hij zich hevig tegen, en uiteindelijk kwam hij in Amsterdam terecht, waar hij nu in een tehuis woont. Zijn moeder is inmiddels ook terug in Nederland. Na zijn terugkomst ging hij tijdelijk, als een soort noodoplossing, want hij hoort er niet, naar de schakelklas op het mco (Montessori College Oost - red.). Het schooljaar daarop ging hij naar de tweede. Hij zit bij mij in de klas en het gaat goed. Wat ik bijzonder vind. De volgende keer dat ik de klas heb, staat hij na de les weer naast mijn bureau. Het is begin december.

"Juf."

"Ha, Kevin." Ik schrijf nog even door. "Hoe gaat het?"

"Volgende week ben ik jarig."

Ik kijk op uit mijn schrift. "Wat leuk, Kevin", zeg ik. "Hoe oud word je?"

Hij wordt vijftien. Hij is iets ouder dan de andere leerlingen uit mijn klas, wat niet zo gek is, gezien de gebeurtenissen. We praten nog een beetje door over de les en over andere dingen, en dan pakt hij zijn spullen en loopt het lokaal uit. Een paar dagen later heb ik de klas van Kevin weer. Voordat we echt met de les gaan beginnen, kijk ik zoekend rond of ik ergens een krijtje zie om iets op het bord te schrijven. Nergens te bekennen. Ze zijn ook altijd zoek, die krijtjes. Ik kijk geërgerd, ook al weet ik dat ik het krijtje dat hier net nog bij het bord lag voor de les zelf in mijn tas heb gestopt.

"Kevin, wil jij wat nieuwe krijtjes gaan halen? Ze zijn op en ik wil even iets op het bord schrijven."

Kevin staat op en loopt de klas uit.

Als hij de deur uit is, richt ik me tot de klas: "Jongens, jullie kennen de situatie van Kevin. Hij woont niet meer bij zijn moeder en hij is volgende week jarig. We hebben een beetje haast, want het is nu donderdag en ik ben er morgen niet, maar wie neemt het op zich om van iedereen één euro te verzamelen en dan een cadeautje te kopen?"

Iedereen knikt.

"Ik leg het eerste tientje in."

Iedereen blijft stil.

"We moeten snel zijn want zo meteen komt-ie terug met die krijtjes", zeg ik. Ik stel twee leerlingen aan om het geld in te zamelen en een cadeau te kopen. Net op tijd want daar is Kevin alweer - met krijtjes. We gaan gewoon weer verder met business as usual. Ik ben vrijdag niet op school geweest, maar iedereen had ingelegd, hoorde ik zaterdag toen de twee 'vrijwilligers' me belden vanuit de speelgoedwinkel waar ze stonden om een cadeautje voor Kevin te kopen. Ze zouden een spelletje kopen voor PlayStation, wat ik aanvankelijk niet zo'n goed idee vond - maar dat was nou eenmaal wat hij graag wilde hebben. Met Kerstmis zou hij tenslotte een PlayStation krijgen. In de speelgoedwinkel kwamen ze er niet helemaal uit, vandaar het telefoontje.

"Juf, Moussa wil..." Er was een geschil ontstaan over wat er nou gekocht moest worden voor Kevins verjaardag. Met z'n tweeën heb je toch algauw twee meningen natuurlijk.

"Koop nou maar gewoon een spelletje voor PlayStation", zei ik, "dan komt het goed". Dus dat hadden ze uiteindelijk gedaan.

Vooraan in de klas
Maandag 13 december, de dag van de verjaardag. Zonder iets te vermoeden zit Kevin weer vooraan in de klas.

"Jongens, even stil." Het geroezemoes verstomt. "Kevin", begin ik. Kevin kijkt op. Hij voelt nattigheid. "Jij bent vandaag jarig en wij hadden met elkaar bedacht: laten we Kevineens een cadeautje geven." Zijn hoofd wordt een boei. "We hebben allemaal wat bij elkaar gelegd, en daarvan hebben we voor jou een cadeautje gekocht. Alsjeblieft." Ik leg het pakje op zijn bureau. Kevin wordt beurtelings wit en rood, hij weet werkelijk niet hoe hij moet kijken. "Nou, maak maar open", zeg ik. Precies het goeie cadeau: een spelletje voor zijn PlayStation.

Een nieuw jaar. De kerstvakantie is achter de rug, de lessen beginnen weer. Het is even wennen, maar voordat je het weet is iedereen die hele kerstvakantie allang vergeten. "Juf." Kevin staat weer naast mijn bureau. "Ha, Kevin, hoe was het bij je moeder?" vraag ik.

"Leuk", zegt Kevin.

"En heb je nu je PlayStation gekregen?"

Even is het stil. "Nou, vlak voor Kerstmis kreeg ze ineens allerlei rekeningen... dat... toen had ze geen geld meer voor een PlayStation. Want die moest ze betalen." Ik knik. "Goh, ja, dan snap ik dat het er nu niet van kwam. Je moeder had nu eventjes iets anders."

Kevin knikt.

"Komt nog wel", zeg ik.

"Ja juf, dat weet ik zeker, maar het kwam nu gewoon even niet uit."

Natuurlijk zit het me niet lekker. Ik zie wel dat Kevin zijn teleurstelling verbijt, want, vindt hij, zijn moeder kan er tenslotte ook niks aan doen dat er opeens allemaal rekeningen binnenkomen. Ik vind het ook spijtig, ik had hem de PlayStation zo gegund. Maar ja, ik kan er moeilijk zelf een voor hem kopen.

Op 18 januari ben ik uitgenodigd voor de Big Improvement Day (bid) in de Rai. Die wordt elk jaar gehouden op de derde dinsdag van januari. Bid is, zoals ze zelf zeggen, 'hét platform voor inspirerende ontmoetingen, vernieuwende inzichten en grensoverschrijdende samenwerkingen', en ze hebben mij uitgenodigd omdat ik in 2010 Leraar van het Jaar was. Ik heb een kleine rol, samen met de twee andere leraren van het jaar 2010. De Ser-voorzitter Rinnooy Kan, zal ons een vraag stellen waarop wij iets moeten antwoorden. Ik heb niet echt iets voorbereid, ik denk: ik reageer wel op wat hij zegt. Ik vind het altijd lastig om dat van tevoren te bedenken. Als hij me wat vraagt, zeg ik iets positiefs over de kinderen. In de pauze komt een man naar me toe die onder de indruk is van wat ik over onze kinderen heb gezegd. Ik ken hem niet en heb geen idee wie hij is, maar de kaartjes voor de Big Improvement Day zijn behoorlijk duur, dus je kunt ervan uitgaan dat de mensen die daar komen geld zat hebben.

"Ga je hier altijd naartoe?" vraag ik.

"Ja ja", zegt hij, "ik ben hier al een paar keer geweest."

"En zit je goed in de slappe was?"

Het is natuurlijk een rare vraag, een beetje een plompverloren vraag ook, maar de pauze duurt niet eindeloos en ik heb een plan met deze man. Hij kijkt een beetje verbaasd. "Nou ja, redelijk", zegt hij dan. "Zou je niet een PlayStation willen kopen?" vraag ik. Hij schrikt en snapt er niks van. "Wat zeg jij nou?"

Ik wil net uitleggen waarom ik hem dat vraag, als de gong gaat. Het programma begint weer. Snel zeg ik nog: "Ik vraag het natuurlijk niet voor mezelf, maar dat leg ik je zo meteen wel uit." In de tweede pauze leg ik het uit, en hij zegt meteen: "Ja hoor, die koop ik wel voor hem." Dat is snel geregeld. "Maar hoe gaan we die dan aan hem geven?" vraagt hij. Ja, hoe gaan we die geven?

Als ik zomaar aan kom zetten met een PlayStation voor Kevin, is dat zo'n aalmoesgebaar. En dat is niet de bedoeling. De eerstvolgende keer dat ik de klas van Kevin weer lesgeef, vertel ik over de Big Improvement Day. "En ik kwam daar een man tegen van een uitgeverij", zeg ik - iedereen luistert - "en die heeft een wedstrijd uitgeschreven". Een wedstrijd betekent dat je iets kunt winnen, dus ik heb de volle aandacht. "Jullie moeten allemaal een verhaal schrijven over je eigen leven, 'The story of my life', en degene die het beste verhaal schrijft wint een cadeau."

"Juf!" Meteen tien vingers de lucht in. "Wat kan je dan winnen?"

Iedereen doet zijn uiterste best. Het zijn stuk voor stuk prachtige verhalen, maar er kan er maar eentje winnen. De 'uitgever' komt zelf de prijs uitreiken. Strak in het pak komt hij naar school en maakt bekend wie de winnaar is van de wedstrijd en waarom.

Niet alleen de zogenaamde uitgever en ik, ook de klas is unaniem in haar oordeel: Kevin heeft met zijn verhaal de PlayStation dubbel en dwars gewonnen.

Ik ben op 13 december 1995 geboren. Thuis in Purmerend, niet in een ziekenhuis. Toen ik nog klein was zijn mijn ouders gescheiden. Hoe dat allemaal ging weet ik niks van. Het enigste dat ik weet is dat ik elk weekend naar mijn vader ging. Hij kwam op zaterdag ons ophalen en bleven daar logeren.

Op zondagavond bracht hij ons weer terug in huis.

Ik woonde dus bij mijn moeder, met mijn broers en zussen.

Mijn oudste zus was al verloofd en woonde in Tunesië.

We woonden met z'n 7e in een huis. Wat ik nog weet is dat we in een oude flat woonden, maar we hadden het erg gezellig totdat die flat werd gesloopt. Gelukkig kregen we een nieuw huis in IJburg.

We woonden daar ongeveer 5 jaar, het was een erg groot huis en we waren de enige met een terras. Ik deelde een kamer met mijn broer Wesley. We hadden 4 slaapkamers, 2 douche's (met wc's), een grote woonkamer en een keuken. Het ging best goed daar. Soms hadden we niet veel geld maar we gaven niet op.

In 2008 zocht mijn moeder naar een man op de computer, dat begreep ik wel. Want ze zat alleen thuis met 7 kinderen.

Ze kreeg contact met een Duitser, 44 jaar. Ze schreven vaak en soms belden ze elkaar. Toen kwam hij op bezoek.

Hij bleef 1 week en zei tegen mijn moeder dat het in Duitsland beter was dan in Nederland. Mijn moeder geloofde dat en had meteen het idee om naar Duitsland te verhuizen.

Mijn moeder wou weten wie er mee wou gaan naar Duitsland.

Mijn broer Eddy had hier zijn leven en wou hier dan ook blijven.

Mijn broer Michael had schulden hier en werk. Hij bleef in IJburg in onze woning maar mijn moeder betaalde nog steeds de huur.

Mijn broer Wesley wou meegaan maar ze zeiden dat hij een lichte handicap heeft. Hij is meteen naar tehuizen geplaatst.

Mijn zus Shireen ging naar mijn oma.& mijn zusje Lola ging naar mijn stiefvader.

Ik ging mee naar Duitsland. In 2008 verhuisden we. Ze trouwden bijna meteen, eind van de maand. Dat was in november.

In 2009 zijn we terugverhuisd naar Nederland. Ik was van plan om te blijven. Mijn moeder kon hier geen huis krijgen dus zij is teruggegaan naar Duitsland. Sindsdien ben ik uit huis geplaatst.

In de zomer- en kerstvakantie zijn mijn broer en ik op bezoek gegaan. De dag nadat we weer vertrokken naar Nederland kreeg mijn moeder erge ruzie dus toen is zij ook vertrokken naar Nederland.

Ik ben vaak van tehuis naar tehuis verhuisd. Mijn moeder zit nu ook in een soort verblijfhuis. Ik zie haar elke woensdag bij mijn broer Wesley.

The story of my life
Trudy Coenen werkt sinds 1992 als docent Nederlands op het Montessori College Oost, een zwarte vmbo-school in Amsterdam. In 2010 werd ze verkozen tot Leraar van het Jaar en ontpopte ze zich als ambassadrice voor het vmbo. Ze is al meer dan dertig jaar werkzaam in het voortgezet onderwijs. Louise Koopman maakte van haar verhaal een boek, dat gisteren verscheen aan de vooravond van de Nationale Onderwijsweek (30 sept. t/m 4 okt.). 'Spijbelen doe je maar thuis' is een uitgave van uitgeverij Artemis & co, en kost 17,95 euro.

Leraar van het Jaar 2010

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden