Een plaggenhut als een primitieve oase van rust, maar hoe slaap je comfortabel in een bedstee?

Een petroleumlamp straalt een zwak licht uit in de donkere plaggenhut. Twee kaarsen zijn nodig om een vergeeld boekwerkje te kunnen lezen, door een oude Drentse veen arbeider (gebrekkig) geschreven voor zijn kleinkinderen. ,,'s Avonds gingen we om tien uur naar bed en stonden om vier uur 's ochtends op. Dat nam niet weg of wij moesten nog eerst warm eten, want daags was het alleen maar brood met koud drinken, meest zwarte koffie. Dan is ons menigmaal overkomen dat wij 's morgens niet meer wisten dat wij naar bed gegaan waren.''

Het is avond. Net hebben we over een modderig pad de grotendeels authentieke plaggenhut uit 1930 bereikt in Een, een gehucht nabij Norg. Het is afzien zonder luxe, maar dat is juist wat mensen willen: ontbering is vaak synoniem aan beleving. Een dagje redden zonder welvaart, om daarna opgelucht weer in de auto te kunnen stappen.

De plaggenhut: een kolenkacheltje links, houten blokken onder de laaggebouwde raampjes, een wiegje met een plastic pop erin. Achterin een bedstee, precies ruim genoeg voor twee personen. De vloer is van leem. Gaten in de grond ontbreken niet, waardoor je stoelen deskundig moet neerzetten om wiebelen te voorkomen. We schuiven aan tafel. Stilte.

Ik staar mijn vriendin aan en het is alsof we in een tijdmachine zijn gestapt en zo, hupla, in een sobere plaggenhut zijn beland van honderd jaar geleden. We besluiten thee te gaan zetten, maar een theeketel, laat staan een waterkoker, is er niet. Buiten staat een pomp met grondwater én kraanwater. Na een krachtige pompbeweging klotst het grondwater in een pan, die daarna op het vuur wordt gezet. ,,Het kleine gasstel is de enige concessie die we gedaan hebben aan de moderniteit'', vertelt eigenaar Abel Nijdam. De theezakjes komen uit een nabijgelegen restaurant. Het water wordt in de theekopjes gegoten. Verbaasd kijken we naar de substantie. Het is al gelig zónder theezakje. Grondwater blijkt een vreemd kleurtje te hebben. In de pan ligt nog een bodempje zand. De thee smaakt vreemd.

Het duurt even voordat je gewend raakt aan ontbering (lees: gebrek aan luxe). Hoe slaap je comfortabel in een krappe bedstee? We besluiten pas laat naar bed te gaan. En hoe bereik je

's nachts het 'hoessie' (een houten hokje buiten de plaggenhut met wc erin), een paar meter door de modder? In het gastenboek klaagt iemand over muggen.

Maar dan, als we ons realiseren dat we het hier met de aangeboden 'werkelijkheid' moeten doen, is het best aardig. Een smal paadje leidt naar de rand van een weiland, waar onder een duizelingwekkende sterrenhemel een groepje koeien rust. Met een paar blokken hout kunnen we het omgebouwde kolenkacheltje laten branden. Het gevoel ervaren dat je zeeën van tijd hebt, de nacht uren langer zal duren dan in de stad, zonder stoorzenders als televisie en radio (met de mobiel wel binnen handbereik). Een goed boek erbij, een glas wijn en we kunnen ons genoeglijk wentelen in de nostalgie van het verleden. Een kuuroord, schrijft een andere bezoeker, een oase van rust.

Toch, dit 'kuuroord' is een eeuw geleden de bittere realiteit geweest voor veel gezinnen, die kampten met armoede, in het veen wroetten voor zeven gulden per week. Sommige plaggenhutten waren niet meer dan grote molshopen met enkel deur, raam en een smal rookkanaal. Kinderen die na schooltijd meteen moesten helpen met veen kruien en niet de mogelijkheid hadden na een dag de 'soberheid' vaarwel te zeggen.

De spekpannenkoeken van weleer zijn veranderd in een keurige ontbijtmand, die Nijdam elke ochtend voor de gasten in de hut klaarzet. De plaggenhutten (twee exemplaren) staan tussen bomen waar Nijdam een sprookjesbos van hoopt te maken. Bij de ingang heeft hij alvast een lachspiegel neergezet, omdat ,,mensen dan binnenkomen met een lach''.

Vervolgens zijn roestende tractors en oude wagens tussen de bomen geparkeerd mét levensgrote poppen erbij. Die repareren de machines, grapt hij. Het bos herbergt kabouters en heksen, vertelt Nijdam.

Oplichtende paddestoelen wijzen de weg naar de plaggenhut én twee kleurig geschilderde woonwagens, iets dichterbij de ingang van het sprookjesbos. Daarachter ligt een begraafplaats, miniatuur, voor de huisdieren en de 'plaggenhutbewoners van weleer', ,,die ook niet het eeuwige leven hadden''.

Het sprookjesbos met paddestoelen en poppen doet afbreuk aan de werkelijkheid die de vroegere veenarbeiders hebben gekend. Alsof de hutten aardige souvenirs zijn uit sprookjes, uit een knus en gezellig verleden. Wie in de kleine plaggenhut een nachtje boekt, kan in het oude kast het boekje 'herinneringen van een veenarbeider' vinden en het fotoboek met vergeten gezichten van al lang verdwenen families, om zich zo te realiseren dat armoede weinig romantiek kent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden