Een pil tegen Alzheimer, die komt er niet

De Alzheimer-epidemie zwelt aan, wetenschappers hebben haast. Ze proberen een geneesmiddel te bedenken tegen een ziekte die ze nog niet eens helemaal begrijpen. Het ene na het andere medicijn gaat de laatste testfase in, vergezeld van grote beloften. Maar de beloofde wonderpil, die komt er nooit.

Valt er goed nieuws te melden?
Nou en of. Tenminste, afgaand op de stroom van recente aankondigingen van op het oog heel respectabele wetenschappers. Om er een uit te pikken: het bedrijf TauRx, gevestigd in Singapore, gaat binnenkort het middel LMTX uitproberen op 1300 patiënten in meer dan tien landen. Die testfase is de laatste stap voor een middel daadwerkelijk op de markt kan komen, over vier jaar hoopt TauRx. Topman Claude Wischik, tevens hoogleraar in het Schotse Aberdeen, droomt er al openlijk van dat iedereen boven de zestig jaar zijn middel straks gaat slikken, of er nu wel of niet vroege symptomen van Alzheimer zijn. Fijn voor TauRx - kassa! - en vooral ook voor al die mensen die straks niet meer gaan dementeren natuurlijk.

Dat klinkt toch veelbelovend?
Ja, ware het niet dat dergelijke gouden bergen wel vaker worden beloofd. Steeds volgens hetzelfde stramien: wetenschappers roepen dat anderen zich steeds hebben gericht op eiwit of molecuul zus-en-zo. Zelf hebben ze nu een veel beter moleculair doelwit gevonden om hun farmacotherapeutische pijlen op te richten. Zo'n met veel tamtam aangekondigde 'nieuwe therapeutische weg' opent vanzelfsprekend de weg naar een 'wonderpil'. De harde waarheid is dat tot dusver veruit de meeste medicijnen tegen Alzheimer de eindstreep niet hebben gehaald. Ze sneuvelden al vroeg in het ontwikkelingsproces, of pas als het al in de praktijk werd beproefd, als er al vele miljoenen in waren geïnvesteerd. Paul Luiten, hoogleraar moleculaire neurobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen: "Er is tot op heden geen enkel medicijn waarvan je kunt zeggen: nu zijn we een stuk verder. Daar moeten we eerlijk in zijn." Er zijn nu een paar middelen op de markt, zelfs al langer dan twaalf jaar. Maar die bestrijden alleen enigszins de symptomen van Alzheimer.

Snappen wetenschappers eigenlijk wat er bij Alzheimer misgaat?
Niet ten volle, zegt Philip Scheltens, hoogleraar cognitieve neurologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en directeur van het Alzheimercentrum in het VUmc. "Dat is de crux bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen: dat we in wezen nog niet tot de kern van het ziekteproces zijn doorgedrongen. We doen nu twee dingen tegelijk. We proberen de ziekte te begrijpen, en tegelijkertijd medicijnen te ontwikkelen. Idealiter doe je het een na het ander. Maar deze epidemie wordt zó groot. Iedereen heeft haast." Nederland telt nu al naar schatting 250.000 Alzheimerpatiënten - een goede registratie is er niet. Zelf gaat Scheltens ervan uit dat dit een onderschatting is. "En de komende dertig tot veertig jaar zal het aantal verdubbelen. Niet alleen door de vergrijzing. Er komen ook steeds meer jongere patiënten - de jongste die we hier hebben gehad was 28. En de stijging is het grootst in opkomende economieën waar traditionele leefwijzen overboord worden gegooid, waar ook suikerziekte, hoge bloeddruk en vetzucht in opkomst zijn. Dat betekent dat naast veroudering, leef- en voedingspatronen een belangrijke rol spelen."

Wat gebeurt er in de hersenen?
"Daar hebben we de afgelopen decennia zeker een beeld van gekregen, of eigenlijk meer beelden: iedereen die aan Alzheimer-medicijnen werkt, heeft zijn eigen hypothese", zegt Paul Luiten. Vaste bouwsteen van die hypothesen is een klein eiwit, bèta-amyloid, dat zich om wat voor reden dan ook ophoopt rond de hersencellen. De eiwitkluwens verstikken uiteindelijk de hersencellen, die daardoor afsterven. Dat proces neemt jaren in beslag. Het probleem is: op het moment dat je symptomen van dementie begint te krijgen, is er al heel veel zenuwweefsel onherstelbaar vernield.

Hoe komt dat ziekmakende eiwit in de hersenen?
Het wordt door enzymen als het ware afgeknipt van een groter eiwit dat in de celwanden van de hersencellen huist. "We weten niet precies wat dat grotere eiwit daar doet", zegt hoogleraar Luiten. "Het lijkt een beschermende werking te hebben voor de zenuwcellen." Het afsplitsen van bèta-amyloid is een normaal biologisch proces. Luiten: "Het gebeurt bij gezonde mensen én bij Alzheimerpatiënten, in gelijke mate. Dat laatste weten we nog maar sinds kort, en ik had het niet verwacht. Gezonde mensen verwijderen het bèta-amyloid uit de hersenen, bij Alzheimerpatiënten hoopt het op tot er zo veel is dat het samen gaat klitten."

Vooralsnog is het gissen naar de 'normale' functie van het bèta-amyloid, vult Philip Scheltens aan. Dat is weer een van die losse eindjes. In elk geval ziet het bèta-amyloid er bij Alzheimerpatiënten moleculair gezien net iets anders uit dan bij gezonde mensen. Er gaat iets mis bij het knippen, denkt Scheltens. "Daar begint de ellende."

Dat bèta-amyloid moet dus weg uit de hersenen. Maar hoe?
Dat is de grote vraag die ettelijke wetenschappers en farmaceutische bedrijven zich stellen. Daarbij liepen al diverse wegen dood. Zo hebben onderzoekers lange tijd geprobeerd om de eiwitkluwens op te ruimen met speciale antistoffen. Dat lukte nog wel. Alleen: patiënten knapten vervolgens niet of nauwelijks op. "Het bèta-amyloid doet zijn schadelijke werk al voordat het gaat samenklonteren", concludeert Scheltens. "Dus het weghalen van de kluwens heeft niet zoveel zin." Momenteel richten veel wetenschappers, waaronder hijzelf, zich op enzymremmers. Die proberen het enzym uit te schakelen dat bèta-amyloid afknipt van het grotere broneiwit. "Daarmee zitten we bij de kern van het ziekteproces. Tenminste, voor zover we dat nu begrijpen", zegt hij. Deze medicijnen worden nu op kleine schaal geprobeerd bij dementerenden. Scheltens schat in dat over een jaar of drie duidelijk is hoe effectief ze zijn, en wat voor bijwerkingen ze hebben.

Nog meer listen?
Jazeker. Zo maakte de onderzoeksgroep van Luiten ingewikkelde computermodellen van bèta-amyloidmoleculen om vast te stellen hoe die precies aan elkaar vast klitten. Vervolgens wisten ze een anti-klitstofje te maken dat nog werkte ook. Tenminste, in de reageerbuis. Volgende probleem is nu: als je dat stofje inspuit in het bloed, hoe krijg je het dan van daaruit in het hersenweefsel? De bloedvaatjes in de hersenen zijn namelijk uiterst selectief, er komt bijna niks doorheen de hersenen in. "We moeten dat anti-klitstofje dus zien vast te maken aan een transporteiwit", beschrijft Luiten. "Dat gaat nog jaren duren."

En die nieuwe wonderpil van TauRx dan?
Die werkt net even anders. Er worden bij Alzheimer namelijk niet alleen eiwitkluwens gevormd om de cellen heen. Binnenin de hersencellen gebeurt iets soortgelijks: zogeheten Tau-eiwitten klonteren samen tot grote kluwens. TauRx denkt met LMTX een middel in handen te hebben dat die kluwens in de cellen kan oplossen. Gaat dat werken? Luiten, zuinig: "De meeste wetenschappers denken dat het ziekteproces begint met de ophoping van bèta-amyloid, en dat de kluwens van Tau-eiwitten pas daarna ontstaan." Farmaceuten die de Tau-eiwitten op de korrel nemen, bedoelt Luiten daarmee, pakken dus een latere fase van het ziekteproces aan. Intussen gaat de vorming van ziekmakend bèta-amyloid gewoon door. Hoogleraar Scheltens brengt daar tegenin dat er ook wetenschappers zijn die denken dat de ziekte juist begint met de ophoping van Tau-eiwitten in de cel: "Het is maar welke school je aanhangt."

Welke medicijnen zijn kansrijk?
Ook daarvoor geldt: het hangt ervan af wie je spreekt. Luiten: "Iedereen, ook ik, richt zich bij de ontwikkeling van medicijnen op één specifiek stukje van het ziekteproces en laat de rest buiten beschouwing. Een soort wetenschappelijke tunnelvisie, omdat het anders gewoon te ingewikkeld wordt." De komende tien jaar zullen er echt interessante middelen op de markt komen, zegt Luiten. "Maar genezen gaan we Alzheimer daar niet mee." Die ene magic bullet gaan wetenschappers niet vinden, beaamt Scheltens. "We hebben verschillende medicijnen nodig, die op verschillende manieren werken." Ook werkte hij de afgelopen jaren aan een voedingssupplement, samen met Nutricia, dat nu net op de markt is. Dit Souvenaid bevat Omega-3, vitamine B12 en foliumzuur, stoffen die ervoor zorgen dat de signaaloverdracht tussen hersencellen soepeler verloopt. "Het verbetert het geheugen, en op een EEG zie je de hersenactiviteit toenemen", zegt Scheltens. Zo ziet hij de toekomst voor zich: een cocktail van behandelingen en leefadviezen.

Wat voor leefadviezen?
Daarover zijn Luiten en Scheltens het helemaal eens: hersenen hebben goede voeding nodig. Olijfolie, vette vis en noten bijvoorbeeld, vanwege de onverzadigde vetzuren. Scheltens: "De hersenen hebben niets aan de vetten van McDonald's." En beweging. Dat lijkt zelfs te helpen om nieuwe zenuwcellen te maken. "Vroeger dachten we dat dit absoluut niet meer gebeurde bij volwassenen, maar tegenwoordig weten we dat dit wel het geval is", zegt Luiten.

Maar genezing zit er echt niet in?
Natuurlijk droomt hij daar wel van, zegt Scheltens. "Maar je moet realistisch blijven. We zullen steeds beter in staat zijn de ziekte eerder op te sporen. Het stigma verdwijnt, je ziet al dat mensen met hele vroege symptomen van dementie eerder naar de dokter gaan. Dat is essentieel. Naarmate we er eerder bij zijn, zal behandeling beter helpen." Zijn doelen: het ziekteproces vertragen, ervoor zorgen dat mensen langer thuis kunnen wonen en sociaal actief blijven. "De ziekte beheersbaar houden dus."

Luiten kan zich voorstellen dat mensen straks op hun veertigste bloed laten afnemen en vijf jaar later nog eens, om bepaalde stofjes in het bloed te meten en zo de ziekte in het allereerste stadium op te sporen. "Door direct te gaan behandelen en leefadviezen te geven kun je dan misschien een winst van vijf of tien gezonde jaren boeken. De vraag zal dan wel zijn: willen mensen al zo vroeg in hun leven weten dat ze uiteindelijk zullen dementeren."

Zorgkosten
Het aantal mensen met dementie zal de komende decennia explosief stijgen van de huidige 250.000 naar meer dan een half miljoen in 2040, volgens cijfers van Alzheimer Nederland. De zorgkosten, vorig jaar al bijna vier miljard euro, groeien hard mee: in 2028 al zo'n zes miljard euro. Nu al behoort dementie tot de duurste aandoeningen. Mensen met de ziekte van Alzheimer leven gemiddeld acht jaar met de ziekte. Tot op heden zijn alleen de gevolgen van de ziekte soms tijdelijk af te remmen, zoals hallucinaties, agressie, depressiviteit en gedragsstoornissen. Ongeveer 60.000 van de naar schatting 250.000 dementerenden wonen in een verpleeg- en verzorgingshuis. Ruim 10 procent van de mensen boven de 65 jaar heeft dementie, en ruim 40 procent van de mensen boven de 90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden