Een persoonlijker pensioen: hoe dan?

Minister Wouter Koolmees tijdens het algemeen overleg over pensioenonderwerpen in aanwezigheid van minister Koolmees.  Beeld ANP
Minister Wouter Koolmees tijdens het algemeen overleg over pensioenonderwerpen in aanwezigheid van minister Koolmees.Beeld ANP

Er zijn veel misverstanden over hoe een persoonlijker pensioenstelsel eruit kan gaan zien, ziet hoogleraar Theo Nijman. Tijd voor uitleg, want het lijkt er toch echt te komen.

Voor bijna alle Nederlanders relevant, maar voor misschien net zoveel ook gruwelijk ingewikkeld: de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Er liggen vier opties op het bureau van verantwoordelijk D66-minister Wouter Koolmees van sociale zaken. En alle vier moeten het pensioensparen persoonlijker gaan maken. Maar hoe ziet dat ‘persoonlijke’ eruit? De Tilburgse hoogleraar pensioenbeheer Theo Nijman hoort er zoveel misverstanden over dat hij nu met een grondige analyse komt in economisch vakblad ESB.

Best belangrijk als je bedenkt dat dat afscheid van één collectief pensioenbeleid per fonds er echt lijkt te komen. Dat de vakbeweging eind vorig jaar wegliep van het overleg hierover kwam vooral door gesteggel over de stijgende AOW-leeftijd en een gebrek aan verplichtstelling voor zzp’ers. Maar over de contouren van hoe werknemers moeten pensioensparen waren het kabinet en de sociale partners het vrijwel eens.

Onhoudbaar

Want niemand betwijfelt meer dat het huidige pensioenstelsel onhoudbaar is. In theorie heeft het huidige stelsel één zeer aantrekkelijk onderdeel: de hoogte van de uitkering is daarin gegarandeerd, mensen weten dus waar ze aan toe zijn.

Klein minpuntje: in de praktijk blijkt het pensioen helemaal niet gegarandeerd. De komende twee jaar ziet zo’n 80 procent van de pensioengerechtigden een deel van zijn pensioen misschien verdampen, en dat zou niet de eerste keer zijn sinds de financiële crisis. Beursontwikkelingen zijn daar de voornaamste reden van. Daar doe je niet zo snel iets aan, maar ondertussen verliezen Nederlanders wel vertrouwen in het systeem. Een persoonlijker systeem, en dan zónder die garanties, is in elk geval beter uit te leggen.

Er liggen momenteel vier soorten stelsels op tafel en allemaal spitsen die zich toe op persoonlijke omstandigheden van de deelnemers. Op zich hebben die vier contractsoorten meer met elkaar gemeen dan dat ze van elkaar verschillen. Zo stappen ze allemaal af van de huidige ‘doorsneesystematiek’. Jonge werknemers betalen straks dus niet meer deels mee aan het pensioen van ouderen.

Iets wat nu nog wel gebeurt: de ingelegde euro’s van jongeren kunnen langer renderen op de beurs en daar profiteren ouderen van. Straks zal die jongere met dezelfde ingelegde euro meer pensioen opbouwen. Tot slot wil Koolmees dat alle werknemers precies kunnen zien hoe goed hun pensioenpotje op dat moment gevuld is.

Maar er verandert ook heel veel níet, zegt Nijman, naast hoogleraar ook wetenschappelijk directeur van pensioendenktank Netspar. “Je mag straks niet ineens je persoonlijke potje in één keer opnemen. In Nederland keren we het pensioen uit tot iemands overlijden, en de keus voor een van de vier nieuwe pensioencontracten verandert daar niets aan.”

Beursgang

Ook zijn het nog altijd de fondsen die alle pensioenvermogens collectief naar de beurs brengen. Dat laat het kabinet niet ineens over aan de werknemers of pensionado’s zelf. Uit eerder onderzoek blijkt dat mensen te weinig verstand hebben van die complexe financiële keuzes, of er anders geen zin in hebben.

Het nieuwe stelsel moet naast individueler ook soepeler worden in het verhogen van de pensioenen. De grootste verschillen tussen de vier zitten vooral in de manier van dat versoepelen. In twee varianten hoeven pensioenfondsen geen buffer meer aan te leggen voor bittere beleggingstijden. Momenteel is zo’n buffer nog wel verplicht: fondsen mogen de pensioenen pas verhogen als ze minstens 10 procent méér in kas hebben dan ze deelnemers aan pensioeninkomen verschuldigd zijn.

In de andere twee varianten krijgen gepensioneerden de kans op meer pensioen door te rekenen met een hoger verwacht rendement. Klinkt mooi, maar hun pensioeninkomen slinkt juist als later in hun leven blijkt dat de beursresultaten minder rooskleurig waren dan was voorspeld. Dan hebben ze aanvankelijk namelijk te veel gekregen.

Overige verschillen tussen de vier contracten zitten in details. Minister Koolmees zegt na het geklapte overleg zelf verder te onderzoeken welke de beste mogelijkheden geeft. In de hoop dat de vakbeweging tegen die tijd bereid is om weer verder te praten.

Lees ook:

Wat wil minister Koolmees eigenlijk veranderen aan onze pensioenen?Minister Koolmees krijgt de vakbonden achter zich aan met zijn brief over een nieuw pensioenstelsel. Maar wat staat daar eigenlijk in?

Wat is een eerlijke manier om de AOW-leeftijd te bepalen? Het inkomen!
Nederland lijkt er niet omheen te kunnen: de AOW-leeftijd moet flexibel worden. Maar wat is een eerlijke manier om dat te regelen? Volgens hoogleraar Marike Knoef moeten we kijken naar inkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden