Een perron, een dakrand

Het is maar een miniem museum, dat Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover, naast de ingang van de Nieuwe Ooster in Amsterdam. En de tentoonstelling die er gewijd is aan suïcide is nog miniemer.

Een serie zwart-witfoto's van verijdelde zelfdodingen, twee wanden met als rouwadvertenties vormgegeven doodsgeschiedenissen. En twee beeldschermen: één met een kort documentair verslag van hulpdienst 113online, en één, heel impressionistisch, met beelden van verlaten nachtelijke kantoren in een nachtelijke stad en daaronder alleen de stem van een hulpverlener. "Wanneer heeft voor het laatst iemand 'ik hou van je' tegen u gezegd?"

De stem aan de andere kant van de lijn is niet hoorbaar.

Niet alleen is de tentoonstelling miniem, ze is ook minimalistisch. Geen spektakel, geen sensatie, één en al terughoudendheid. Geen: 'This is the room where she took the razor' (Lou Reed - 'Berlin'), geen beelden van plaatsen waar het gebeurde, geen berichten over het hoe.

Terwijl die hoe-vraag naast de waarom-vraag ons ten diepste bezighoudt. Het mes, de pil, de strop, de val, de sprong, het gas, het schot - wat was het instrument? Alsof we er de wanhoop mee kunnen meten.

En toch, hoe miniem, terughoudend en onuitgesproken ook, je komt bedrukt naar buiten, zo groot is de werking. Alles hieromtrent, om suïcide, zelfmoord, zelfdoding, fascineert.

Er is waarschijnlijk geen mensenhoofd dat niet af en toe eens door die gedachte is bespookt, de gedachte aan de ultieme, alles beeindigende daad. Niet meer dan een fantasie, langs een perron, een dakrand, op een boot op een oneindige zee.

Het verlangen te verdwijnen, er niet meer te zijn. En dan breekt die fantasie weer en brokkelt af, weggewist door gezonde huivering en het inzicht dat het leven er niet is om te verachten. "De smaak van een kers, de smaak van een slokje wodka, of de smaak van een verdwaalde kus zijn al voldoende redenen om het leven te beminnen", schreef Afshin Ellian deze week in een prachtig stuk voor Elsevier.

De tentoonstelling - officieel nog te zien tot 4 oktober - is goed bezocht, bevestigt museumdirecteur Guus Sluiter, en kreeg bij de opening eind juni veel publiciteit. Een verlenging met één of twee weken is mogelijk. Op de 29ste september stond een avond gepland met schrijvers David Van Reybrouck en Joost Zwagerman.

De museumdirecteur is er nog ontdaan over.

Zes mogelijke data had Zwagerman voorgesteld, voor een avond waarin gesproken zou worden over hoe men suïcides kon duiden en voorkomen; het thema lag Zwagerman na aan het hart. En nu dit. "Het laat weer zien hoe ongrijpbaar dit is", zegt de directeur verslagen.

De avond zou niet doorgaan, natuurlijk, totdat Van Reybrouck liet weten toch graag te willen spreken. Over de vorm overlegt men nog, maar, zegt de directeur, het wordt geen in memoriam.

Bedankt voor alles. Sorry voor alles.

Zo eindigde Arne (23) zijn afscheidsbrief.

Dank en schuld. Misschien is het dat bedwelmende, zelf opgeworpen schuldgevoel dat het leven zo ondraaglijk maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden