Een pedofiel in de wijk. Wat weegt: toekomst of verleden?

In Roermond ontstond onrust, omdat justitie de gemeente niet had ingelicht over het feit dat een zedendelinquent in een kinderrijke buurt zou komen wonen. De Roermondse hoofdofficier van justitie, Nicole Zandee, stuitte op het duivelse dilemma tussen de privacy van de delinquent en de veiligheid van de buurt.

Is het wel de taak van het Openbaar Ministerie om een burgemeester te informeren over een ex-zedendelinquent die in zijn gemeente komt wonen? Dat is wat hoofdofficier van justitie in Roermond, Nicole Zandee, zich afvraagt als gemeenten willen weten of een veroordeelde pedofiel zich in hun stad of dorp vestigt.

Kort geleden ontstond onrust in de Roermondse Planetenbuurt, nadat buurtbewoners lucht kregen van een zedendelinquent in hun wijk. De 44-jarige man werd onlangs op een camping in Helden aangehouden op verdenking van aanranding en ontucht met minderjarige jongens. Hij was al eerder voor een zedendelict veroordeeld en zit nu in voorlopige hechtenis.

Niemand wil een pedofiel in een wijk waar veel kinderen wonen. De buurtbewoners uit Roermond stapten daarom naar de gemeente met het verzoek de man uit hun buurt te verwijderen. Dat kan niet, vertelde burgemeester Henk van Beers hen. Van Beers heeft niet de dwangmiddelen om zo’n man uit zijn huis te zetten, laat staan uit de wijk. Wel zal hij de man verzoeken vrijwillig te vertrekken. En, vroeg de burgemeester, had hij zelf niet geïnformeerd moeten worden over de komst van de zedendelinquent naar zijn gemeente?

Met die laatste wens raakt de Roermondse burgervader direct één van de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat, zegt hoofdofficier van justitie Zandee. „In Nederland wordt een veroordeelde nadat hij zijn straf heeft uitgezeten, vroeg of laat gewoon weer een deelnemer van deze maatschappij. Onze rechtsorde is nooit bedoeld om die man tot aan zijn dood met in het verleden gepleegde daden, hoe vreselijk ook, te blijven volgen. Hij heeft immers zijn straf gehad.”

De vrees voor de veiligheid van de kinderen in de Planetenbuurt werd bij de buurtbewoners nóg verder aangewakkerd nadat bekend werd dat de man eerder veroordeeld is geweest in een zedenzaak. Daarvoor heeft hij een gevangenisstraf van twintig maanden uitgezeten en kreeg hij tien maanden voorwaardelijk. Zandee: „Maar hij is berecht in Arnhem en zat zijn straf in die regio uit. Daarna mag hij gaan en staan waar hij wil, zolang daar door de rechter geen voorwaarden aan zijn gesteld, zoals een proeftijd of gedwongen hulpverlening. Hij is niet verplicht om het Openbaar Ministerie of de rechtbank te melden dat hij verhuist. Het OM krijgt geen verhuisberichten van ex-delinquenten, want in dit geval ging het nog om een ex-delinquent. Nu blijkt met deze nieuwe arrestatie dat hij mogelijk heeft gerecidiveerd en zich opnieuw aan kinderen heeft vergrepen. Als hij wordt veroordeeld door de rechter, kunnen deze keer mogelijk extra voorwaarden aan zijn straf en vrijlating worden gesteld. Een rechter kan bij een recidivist bijvoorbeeld kiezen voor een hogere voorwaardelijke straf met langere proeftijd en extra gedwongen hulp en reclassering, waardoor hij langer in het vizier van justitie blijft. Als hij verhuist, moet hij dat melden.”

„Sinds 1 juli van dit jaar kan de officier van justitie ook voorwaarden stellen bij de vrijlating van een veroordeelde die het grootste deel van zijn gevangenisstraf er op heeft zitten in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Maar ook in dit geval geldt: zodra zijn straf voorbij is met alle voorwaarden, is hij volgens de wet gewoon weer een Nederlandse burger als ieder ander”, aldus Zandee.

Het OM heeft na de veroordeling nog slechts een adviserende rol, legt Zandee uit. „De officier van justitie heeft een formulier in de computer de zogenoemde executie-indicator, waarin de aanklager adviseert over wat er met de verdachte moet gebeuren tijdens en na de eventuele straf. Daarin kan het OM ook aantekenen wie geïnformeerd moet worden bij een (voorwaardelijke) vrijlating. Maar nogmaals, het gaat hier om een advies aan het ministerie van justitie. Niemand is verplicht zich daar aan te houden. Zoals een rechter zich ook niet per se hoeft te houden aan de strafeis van de aanklager. Het OM doet een voorstel, maar de rechter is in Nederland onafhankelijk en kan die strafeis terzijde schuiven.”

Het OM is wel verplicht om naast de strafrechtelijke vervolging, de slachtoffers zo goed mogelijk te informeren over wat er tijdens de rechtsgang en erna met een verdachte of dader gebeurt. „Tijdens het proces doen we dat in beginsel altijd. Erna gebeurt dat alleen als het slachtoffer dat wenst, want niet iedereen wil na een zware, emotionele rechtszaak telkens geconfronteerd worden met de dader die hem of haar zoveel leed heeft berokkend. Sommige mensen willen verder met hun leven en alles afsluiten. Anderen verwerken dat proces door juist op de hoogte te blijven.”

Wat volgens Zandee ook niet onbelangrijk is in zo’n geval, is de privacy van de dader. „Als iemand is veroordeeld en zich na een verhuizing inschrijft in een andere gemeente, kan het, zoals dat in Nederland is geregeld, nooit de bedoeling zijn dat er achter zijn naam in de gemeentelijke administratie staat dat hij een ex-zedendelinquent is. Om vervolgens via een ambtenaar te horen dat hij niet in een bepaalde wijk mag komen wonen. Dat zou betekenen dat zijn verleden hem altijd zal blijven volgen, ook al heeft hij na zijn veroordeling nooit meer iets misdaan.”

Maar burgemeesters willen graag weten of iemand in een bepaalde woonwijk een ex-zedendelinquent met recidivegevaar is. „We kunnen niet in een glazen bol kijken of iemand gaat recidiveren. Kon dat maar, dan konden we misdrijven beter voorkomen. We maken wel een risicoprofiel van iemand, ondersteund met alle informatie die het OM tot zijn beschikking heeft, zoals psychiatrische of psychologische rapporten. Aan de hand daarvan schetsen we een profiel waaruit blijkt of iemand een (blijvend) risico voor de samenleving is of dat iemand misschien wel helemaal geen verder gevaar oplevert. Maar ook dit komt naar voren tijdens de rechtsgang en ook hier weer geldt dat de rechter uiteindelijk bepaalt wat er met die informatie wordt gedaan.”

Ex-delinquenten zijn na hun veroordeling al enigszins beperkt, namelijk door hun strafblad. Daarmee kunnen ze geen werk in bepaalde sectoren krijgen, omdat daarvoor een Verklaring Omtrent Gedrag – voorheen beter bekend als een verklaring van goed gedrag – vereist is. „Een werkgever kan dan met zo’n verklaring zelf bepalen of hij iemand wel of niet aanneemt. Zo krijgen ex-delinquenten die voor kindermisbruik zijn veroordeeld vaak geen baan als het gaat om werken met kinderen. Maar deze verklaring gaat niet op voor huisvesting. Een woningcorporatie of gemeente mag zo’n verklaring niet aanvragen om te bepalen of iemand ergens mag wonen. Dat is alleen voor een werkgever die de antecedenten van sollicitanten wil checken.”

Volgens Zandee neemt het OM bij maatschappelijke onrust wel degelijk zijn verantwoordelijkheid en informeert waar nodig. „Ook al gaan wij niet over de handhaving van de openbare orde, want daar gaan politie en gemeente over, we doen wel ons best om het gevoel van veiligheid in de wijk bij zo’n zaak te vergroten.” Dat heeft het OM ook in de Planetenbuurt gedaan. Het OM heeft tijdens twee bijeenkomsten gesproken met slachtoffers en buurtbewoners. „Daar hebben we uitgelegd wat de taken van het OM zijn, en wat de (on)mogelijkheden, zodat de burger weet waar ze bij ons aan toe zijn. Justitie heeft echter geen officiële afspraak met de gemeente dat wij hen altijd, of alleen bij zware ex-zedendelinquenten, moeten informeren.”

Over dat zogeheten Terugkeer-scenario, opgesteld door een commissie van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, wordt nog gesproken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. „Maar,” zegt Zandee, „bij deze gesprekken blijven de principiële vragen overeind: wie informeert wie, wanneer, hoe en waarom? En niet te vergeten over wie? Want dat mensen geen ex-zedendelinquenten in hun straat willen, dat weten we. Maar geldt het ook voor een moordenaar die iemands hoofd insloeg, of voor een inbreker die precies weet hoe hij in je huis kan komen zonder dat je het doorhebt? Als we zo door blijven redeneren, kan straks iemand die ooit iets verkeerd heeft gedaan nooit meer ergens terecht. Daarover moeten we eerst eens goed met elkaar praten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden