Een patroon zien in de chaos

Waaraan denkt een Nederlander bij de oorlog in Vietnam? Vooral aan pakkende films als ’Platoon’ en ’The Deer Hunter’. Voor Amerikanen is Vietnam iets heel anders: een trauma dat een vloed aan ervaringsliteratuur losmaakte. Maar de Vietnamroman ’Een zuil van rook’ overstijgt dat genre, schrijft Rob Schouten. Die gaat niet over déze specifieke oorlog, maar over het menselijk tekort.

Denis Johnson: Tree of Smoke. Picador, New York. ISBN 9780330449205; 304 blz. Rond de 25 euro

Denis Johnson: Een zuil van rook. Uit het Engels vertaald door Bert Meelker en Maarten Polman. Anthos, Amsterdam. ISBN 9789041409447; 660 blz, euro 24,95. De vertaling ligt aankomende vrijdag in de boekhandel.

Je kunt je afvragen wat Nederlanders eigenlijk nog met de oorlog in Vietnam hebben, anders dan dat er wat vijftigers en zestigers in een grijs verleden ’Johnson molenaar!’ hebben geroepen tegen het bevriende staatshoofd. En de volgende vraag: hoe wij dan passend reageren op een virulente Vietnamliteratuur zoals die in Amerika nog altijd geschreven wordt. Want Vietnam is, misschien samen met 9/11, hét Amerikaanse trauma, de verloren oorlog, de grote mislukking waar een hele generatie overheen moest zien te komen.

In de eigen Nederlandse cultuur en literatuur is de Vietnamoorlog voornamelijk bijgeboekt als een decorstuk van de jaren zestig en zeventig. In generatieromans als ’De aanslag’ van Harry Mulisch of ’Lucifer’ van Connie Palmen proef je soms even de sfeer van de oude studentenprotesten, die Vietnam, naast andere zaken, als speerpunt gebruikten om in het verfoeide amerikanisme en kapitalisme te prikken.

De Vietnamoorlog was voor babyboomers vooral een extra wapen om van de regenten thuis af te komen. Een symbooloorlog, waaraan we niet deelnamen, al kregen we er wel veel van te zien. Maar dat bleef toch voornamelijk bij foto’s, het weghollende napalm-meisje, de executie van een Vietcong-strijder, plus wat verre begrippen: My Lai, Tet-offensief. Van daadwerkelijke Vietnamervaringen, zoals gesneuvelde zonen, terugkerende veteranen, was bij ons natuurlijk geen sprake.

Ik zelf liep in die dagen solidair in een groen legerjasje, Vietnamjasje geheten, en schreeuwde een doodenkele keer mee in een anti-Vietnamdemonstratie: dat is denk ik karakteristiek voor de Nederlandse contributie.

Vanzelfsprekend heeft Nederland zelf dan ook geen noemenswaardige Vietnamliteratuur opgeleverd. En ook de na afloop van de verloren oorlog in rap tempo vollopende Amerikaanse markt van boeken over Vietnam bereikte ons nauwelijks. Geen wonder, we hadden in de praktijk nauwelijks aanknopingspunten voor al die memoires en verbeeldingen en waren ook alweer met andere dingen bezig, onze eigen dramaatjes: Wijster, vrouwen- en homo-emancipatie, you name it.

Voor ons fungeerde Vietnam vooral als het symbool van dé moderne oorlog, iets universeels. Niet een historische schandvlek maar een pakkend kijkspel. Vandaar onze voorkeur voor de Vietnamfilm boven het Vietnamboek.

Film lijkt sinds de Tweede Wereldoorlog helemaal het aangewezen medium voor zulke massale evenementen: dramatisch, overweldigend, kleurrijk. Zonder twijfel is de Vietnamoorlog in Nederland vooral ingedaald via ’Apocalypse Now’, ’The Deer Hunter’, ’Good Morning Vietnam’, ’Platoon’ en andere fameuze rolprenten. Typerende scènes: de komst van de helikopters op de muziek uit Wagners Walkurenrit, Charlie Sheen die door de jungle struint op klanken van Samuel Barbers ’Adagio for Strings’. Die onbegrijpelijke oorlog in de wildernis van het Verre Oosten, hapklaar gemaakt voor klassiek geschoolde westerse kijkers.

Hoe anders in de Verenigde Staten zelf, waar na een lichte, kennelijke beschaamde aarzeling na de val van Saigon in 1975 een stortvloed van Vietnamliteratuur losbarstte. Grotendeels ervaringsliteratuur, geschreven door ex-soldaten zelf, de man op de grond, over hoe het was om de oorlog mee te maken.

Veel zeggen de titels ons niet, ze lijken bedoeld voor de eigen markt van achtergebleven weduwen en wezen, veteranen en andere betrokkenen. Een boek als ’Dispatches’ (1977, vertaald als ’Verslagen uit Vietnam’) van oorlogscorrespondent Michael Herr is karakteristiek; de hoofdpersoon vertelt rechttoe rechtaan hoe het voelt om in de oorlog te zijn, speelbal van grotere belangen dan jouw persoontje, en over de (im)morele keuzes die de oorlog hem dwingt te maken. Zo verschenen er honderden romans en ooggetuigenverslagen.

Iets meer dramatische pretenties had Tim O’Brien met ’Going after Cacciato’ (1979), waarvoor hij de National Book Award ontving: een peloton achtervolgt een soldaat die gewoon besloten heeft de oorlog achter zich te laten en ervandoor te gaan.

Nederlandse lezers intereseert allicht niet zozeer het verhaal van de oorlog alswel de literaire bewerking van de gegevens. Zoals Kurt Vonnegut in zijn fameuze ’Slaughterhouse Five’ schrijft, dat over de Tweede Wereldoorlog gaat maar haast demonstratief tijdens de Vietnamoorlog verscheen: „Er valt niks intelligents te zeggen over een bloedbad”. En omdat oorlog een warboel is, is zijn verslag daarvan het ook.

Het lijkt de vorm te zijn waarin de beste Vietnam-romans tot ons komen: duister, verbrokkeld, dubbelzinnig, experimenteel.

Dat is zeker ook het geval met de Vietnamroman van Denis Johnson ’Een zuil van rook’. Tijdens het lezen ervan moest ik geregeld denken aan misschien wel de grootste Vietnamroman, maar geschreven vóór de Amerikaanse inval, ’De stille Amerikaan’ van Graham Greene, over een geheim agent in het laatkoloniale Vietnam: een boek vol onuitgesproken ideeën, losse verhaaleindjes en verwarrende gebeurtenissen, maar daarbij filmisch, vol suspense, suggestief en atmosferisch. Dat zijn ook eigenschappen van Johnsons epos, waarin hij de Vietnamoorlog breed neerzet, met een grote hoeveelheid, deels onnavolgbare karakters en gebeurtenissen. Een bloedbad als Rohrschach-vlek.

Echte hoofdpersonen zijn moeilijk aan te wijzen. Is het Skip Sands, een tot CIA-spion opgeleide Amerikaan die maar moeizaam zijn weg in de Vietnamese wereld vindt, eigenlijk in geen enkele missie slaagt en na de oorlog nog opgehangen wordt ook, vanwege wapensmokkel? Is het de Canadese zevendedagsadventisten-zendelinge Kathy op wie Skip verliefd wordt? Of is het zijn oom ’de kolonel’, een hard-boiled militair maar met een opmerkelijke uitstraling door zijn uitspraken: „Een avontuur wordt eigenlijk pas leuk als het voorbij is”, „Van wat je doet krijg je geen spijt, van wat je nalaat wel”? Of zijn het Bill en James Houston, gewone soldaatjes, die thuis in Arizona al gauw van het rechte pad afwijken, die genieten van de Vietnamese seks en balen van de Vietnamese jungle? Is het de Vietnamees Hao, de vermeende Vietcongspion Trung?

Ik ben geneigd te zeggen dat de hoofdpersoon Vietnam zelf is, in zijn ondoordringbare ’zuil van rook’ waarin de personages hun vaak onnavolgbare en onduidelijke gangen gaan. Johnson vat het labyrintische karakter van zijn verhaalopzet als het ware samen in de volgende passage, gewijd aan de geheimzinnige kolonel:

„Oom F.X., zuil van vuur, boom van rook, wilde een grote boom doen oprijzen naar zijn eigen beeltenis, een paddenstoelwolk – zo niet een echte boven de puinhopen van Hanoi, dan toch de gevreesde mogelijkheid van zo’n wolk in de geest van oom Ho, koning van de vijand. En wie kon zeggen dat de ijlhoofdige oude krijgsman niet haakte naar feitelijke waarheden? Weg met inlichtingen, data, analyse; naar de hel met rede, categorieën, synthese, gezond verstand. Alles was ideologie en verbeelding en illusionisme. Vuren om de geesten van de mensen te doen ontvlammen en hun daden te verhitten. En hun geweten het zwijgen op te leggen. Allemaal vuurwerk – niet alleen de grondslag van de geschiedenis, maar de grondslag van de werkelijkheid zelf, de gedachte van God – onuitgesproken en duidelijk zichtbaar: fonkelende patronen die zich tot in het oneindige uitbreiden.”

Dat is denk ik de strekking van dit boek, een poging om iets wezenlijks van het bestaan, van de chaos van het leven en de geheimzinnigheid van de kosmos, vast te leggen aan de hand van een specifieke oorlogssituatie, die in Vietnam. Tussen alle expedities, moordpartijen en gekonkel door rijst er zoiets op als een filosofische gedachte, geënt op de gedachten van schrijvers als Antonin Artaud en E.M. Cioran, of op deze, diverse malen geciteerde tekst uit Corinthiërs: „En er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here”, maar evengoed op plaatselijke wijsheid: „’In Vietnam,’ zei Trung, ’hebben we de confuciaanse houding voor in stabiele tijden... voor wijsheid, sociaal gedrag enzovoort. En we hebben de boeddhistische houding voor in tijden van tegenspoed en oorlog... voor aanvaarding van de feiten en om de geest zuiver te houden.” Zo rijst uit deze rookzuil in zekere zin een oecumenisch beeld op.

Het meest strakke aan deze caleidoscopische roman met het veelkoppige perspectief is nog wel de opbouw, gewoon jaar voor jaar, beginnend in 1963 met de moord op Kennedy en het ontstaan van de Vietnamoorlog, en eindigend twintig jaar later, in 1983, in het brein van zendelinge Kathy met haar optimistische boodschap voor de mensheid: „Allen zullen gered worden. Allen zullen gered worden.”

Daarmee ontstijgt ’Een zuil van rook’ de gemiddelde Vietnamroman verre en doet het eerder denken aan wijsgerig-existentialistische boeken als ’De wegen der vrijheid’ van Sartre of ’De vreemdeling’ van Camus. Niet het Amerikaanse letsel staat op het hoofdmenu maar het letsel van de mens, en zo is het ook geen voer voor Vietnamveteranen maar voor lezers op zoek naar betekenis in onze geschiedenis.

Zoals Vonnegut zijn roman over de Tweede Wereldoorlog schreef ten tijde van de Vietnamoorlog, zo schreef Denis Johnson zijn roman over de Vietnamoorlog juist in de posttraumatische stress-wereld van na 9/11, ten teken dat het niet om afzonderlijke, tijdelijke crises gaat maar om het tijdloze menselijk tekort dat ons verwart, kwelt, beproeft en dat wie weet tot verlossing leidt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden