Een patatje van kunststof voor elk goed antwoord

Op internationale Lerarentop tonen meesters en juffen hun trukendozen

De ideale leraar? Die heeft vast trekjes van Martin Bootsma, leerkracht aan de A. Bekemaschool in Duivendrecht. Lesgeven heeft wel wat van toveren, zei hij gisteren tijdens de internationale Lerarentop in Amsterdam. "Je moet magie creëren in je klas."

Bootsma demonstreert zijn kunsten in The Glassroom, een glazen klaslokaal dat voor de gelegenheid naast de Beurs van Berlage is geplant. Zijn publiek bestaat uit persfotografen, onderwijsministers en andere hoogwaardigheidsbekleders uit zo'n dertig landen. Zij verdiepen zich deze week in de onbetwiste hoofdpersoon van het onderwijs, wereldwijd, van Estland tot Japan: de leraar.

Een goede leraar máákt een les, een slechte breekt 'm. Maar wat maakt een leraar precies goed? Machteld Olthof, docent Engels aan het Baarnsch Lyceum en een van de weinige 'gewone' leraren in het deftige publiek, weet het antwoord wel. "Je moet jezelf altijd weten te vernieuwen. En het moet ook in je bloed zitten: van kinderen houden, je kennis overbrengen."

Vernieuwen is ook voor Bootsma een sleutelwoord, blijkt tijdens zijn demonstratieles. Die geeft hij samen met zijn kinderen uit groep 7. Een voor een beklimmen ze het podium, om uit te leggen wat hun persoonlijke 'leerstijl' is. "Ik ben een impulsieve jongen", zegt Jacinto in de microfoon. "Ik wil gelijk beginnen, ik wacht niet graag." Zijn klasgenoot Ashley leert het meest door te 'kijken'. "Ik onthoud het beste als ik het gewoon zie."

Ook oren, handen en zelfs 'je hele lijf' mogen Bootsma's leerlingen inzetten tijdens de lessen. Moeilijke woordjes leren ze hangend op een zitzak, kwebbelend in een tweezitsbankje, rennend op het schoolplein of stilletjes chillend in de vensterbank. "Aan het eind van de week kennen ze die woordjes allemaal."

Lesgeven is ook de kunst van het verleiden, weet Bootsma, die in 2011 werd uitgeroepen tot Basisschoolleerkracht van dat jaar. "Je moet kinderen echt enthousiasmeren." Dat lukt niet met: Pak allemaal je boek en open dat op bladzijde 18. Wel met een leuk filmpje of een mooie anekdote. Of een leerzaam spelletje. Voor een aardrijkskundeles over België knutselen ze een grote zak friet in elkaar, met patatjes van kunststof. Elke goed beantwoorde quizvraag wordt beloond met een frietje.

Een ander favoriet spelletje is 'de popcorn'. Dat spelen de kinderen met vrijwilligers uit de zaal: ze gooien proppen papier op de grond, die de dames en heren bij elkaar moeten grabbelen. Op elk blaadje staat een moeilijk woord, dat weer moet matchen met een betekenis. "Ho ho", zegt meester Bootsma, als de spelers giechelend hun stoelen zoeken. "Niet weglopen, we doen dit zo ook met breuken en procenten."

Aan het eind van zijn les richt deze leerkracht zich tot zijn collega's met een dwingende oproep: blijf zelf ook leren! Dat is geen usance: na vijf jaar stoppen de meeste leraren met bijscholen. Doodzonde vindt Bootsma dat, want juist in de scherpe, nieuwsgierige, zichzelf steeds vernieuwende geest schuilt de kracht van de leraar.

Weet wat je wilt, ontwikkel je eigen onderwijsvisie, zo luidt zijn tweede advies. "Dan heb je heel sterk als leerkracht het gevoel dat jij aan de knoppen draait."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden