Een passie voor paarden

(Trouw)

De paarden werden bijna zijn ondergang. Maar hij zette door met zijn boerenbedrijf en met de merrie Dolly boekte hij grote successen.

Somber zaten ze aan de keukentafel: de man van de bank, de financiële adviseur en de boer, Aalt Jan Pleijter. Het kon zo niet langer. De rente was tot dertien procent gestegen en Pleijter had tegenslagen gehad met zijn paarden. Een kampioenspaard had uitkomst kunnen brengen, maar die zat er niet bij in die jaargang.

Nu had Pleijter geen uitweg meer. De man van de bank en de financiële adviseur, die hem enkele jaren eerder hadden aangemoedigd om de boerderij uit te breiden, concludeerden nu dat de hele boel verkocht moest worden.

Pleijter had het zien aankomen en hij had tranen in zijn ogen gehad. Voordat hij zijn bedrijf bij het dorp Zalk in de gemeente Kampen had kunnen beginnen, had hij lang moeten wachten. Toen hij eenmaal zijn grond kreeg, had hij de boerderij van niets af aan opgebouwd met melkkoeien, fokmerries en potentiële dekhengsten. Eerst deelde hij het bedrijf met zijn broer Gert Jan, later deed hij het alleen. Die paarden waren zijn grote liefde. Maar ze waren ook een groot risico. Je wist nooit of je ze door de keuring kreeg en er goed geld mee kon verdienen. De waarde van een koe is makkelijk te berekenen. Maar een paard, die kan duizend waard zijn of honderdduizend. Het is maar wat een liefhebber ervoor geeft. In boerenkringen zeggen ze: mensen met paarden hebben de hemel op aarde, maar als ze sterven valt er niets te erven.

Maar voor Pleijter waren zijn paarden meer dan geld alleen. Ze waren zijn trots en zijn liefde. En nu was het allemaal voor niets geweest. De bank was onverbiddelijk.

Pleijter stond op van de keukentafel en maakte zich los van het sombere gezelschap. „Ik ga aan het werk”, zei hij. „Ik zoek het zelf wel uit.” Hij deed wat niemand had verwacht: hij verkocht al zijn paarden en ging door met de melkkoeien. Zo kon hij weer een jaar vooruit en de bank van zich af houden. Het meisje voor de paarden en de knecht voor de koeien, die hij had aangenomen na het vertrek van zijn broer, moesten weg. Pleijter deed het verder alleen.

Het was tekenend voor hem. Leg je niet neer bij tegenslag, maar ga er volop tegenin. Ook als iedereen je voor gek verslijt, moet je doorzetten.

Zijn vrouw Eef bewonderde hem om die eigenschap. Zij was een boerendochter uit Wezep, hij een boerenzoon uit Oldebroek. Als tieners kenden ze elkaar oppervlakkig, zoals iedereen in de streek min of meer bekend was met elkaar. Op een bruiloft, waar Eef een cadeautje mocht brengen namens de meisjesvereniging van de hervormde kerk, kregen ze oog voor elkaar. Dat was het begin van drie jaar verkering. Maar Eefs ouders vonden haar te jong: zij was negentien,  Aalt was anderhalf jaar jonger. Ze moesten elkaar in het geheim zien, maar dat was niet de stijl van Aalt. Hij klopte op de deur van haar ouders en zei plompverloren: ’Ik kom voor uw dochter’. En hij kreeg haar.

Bij hun huwelijk kregen ze een paard cadeau. Voor het boerenbedrijf werden paarden steeds minder belangrijk, de trekkers namen hun werk over. Paarden werden een luxe, vooral als ze door de strenge keuringen kwamen van het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland, de fokkerijorganisatie voor spring- en dressuurpaarden. Dat zou Aalts roeping worden: paarden fokken, selecteren en klaarmaken voor de keuring.

Een eigen bedrijf zat er na zijn huwelijk nog niet in. Hij moest wachten op een grote ruilverkaveling. Ook grond van zijn vader was onderdeel van een operatie om het versnipperde gebied opnieuw in te delen voor levensvatbare, efficiënte bedrijven te midden van rechtgetrokken sloten en wegen.

In de tussentijd ging Aalt werken voor twee broers die aaltjes hadden in hun aardappelakkers. Ze moesten jarenlang gras zaaien om van die plaag af te komen. Aalt verzorgde de koeien die het gras te gelde moesten maken. Hij deed zijn best om die koeien zo mooi mogelijk te maken: de gewassen en gekamde staarten hingen aan een riempje in de lucht zodat ze niet door de mest zouden slieren. Dat was nergens voor nodig, maar Aalt had er plezier in. Het leek wel een oefening voor later, met zijn paarden.

Na tien jaar wachten kon hij met zijn broer Gert Jan een eigen bedrijf opbouwen in het verkavelde land: vijftig hectare strakgetrokken land, honderd koeien en wat paarden. Het bedrijf kwam tot bloei, maar de broers hadden meningsverschillen. Toen ze na tien jaar uit elkaar gingen, en ze de koeien verdeelden, wilde Aalt zijn stal meteen weer vol hebben. Maar zijn broer deed het voorzichtig aan met zijn helft en breidde geleidelijk uit. Op eigen houtje kon Aalt zich ongehinderd uitleven met zijn paarden. De resultaten met de paarden vielen echter tegen totdat de schulden hem boven het hoofd groeiden en hij de paarden de deur uit deed.

Maar met twee fokmerries hield hij toch een vinger in de paardenwereld. Hij gaf ook cursussen voor de fokkerijorganisatie KWPN. Een van zijn cursisten was Aart van Triest een palingroker uit Elburg. Samen kochten ze Dolly, een onhandelbare merrie die meteen begon te bijten zodra iemand in haar buurt kwam. Paarden waarmee niets te beginnen was, dat was Aalts specialiteit. Als ze weerspannig uit de trailer stapten, keek Aalt ze recht in de ogen en dan wisten ze wie er de baas was. Daarmee was de opvoeding begonnen.

Aalt deed graag geheimzinnig over zijn talent en liet de mensen denken dat hij wondermiddelen had. Maar hij voerde gewoon brokken en hooi. Alleen wist hij precies te doseren wat een paard nodig had. Als hij een paard opvoedde voor een ander, dan kende de eigenaar soms na een paar weken al zijn paard niet meer terug.

Dolly werd een groot succes. Ze had illustere nakomelingen, zoals Just Mickey die uitkwam op de Olympische Spelen in Athene.

Aalt Pleijter had ook buiten de stal een druk leven. Er was geen bestuur of comité in de buurt, of hij was er lid van. Meestal als voorzitter, dat was de rol die hem paste. Hij was vooral druk met de hervormde kerk. Als er een nieuwe dominee moest komen, dan voerde Aalt altijd de beroepingscommissie aan.

Aan lang vergaderen had hij een hekel. Om tien uur stopte hij resoluut, want ’s morgens om vijf uur stonden de koeien weer te wachten. Omgekeerd deed hij het ook. Hij kon plotseling stoppen met hooien, ook al werd er regen verwacht, omdat hij naar een vergadering moest. Zijn dagprogramma werkte hij stipt af. Hij leek jachtig, altijd gehaast naar een volgende klus.

Als hij even tijd voor zichzelf nodig had, dan zat hij op een baal stro. Dat was zijn kantoor. Op het stro dacht hij na, voerde hij zijn eindeloze telefonades en besprak hij zijn plannen en evalueerde hij elk jaar wat er beter kon. Er was altijd een uitdaging waarnaar hij uitkeek. Een nieuw paard was altijd het beste wat hij ooit had gehad.

Hij was diep gelovig, op zondag ging hij twee keer naar de kerk, niet omdat het moest, maar omdat hij zijn Schepper wilde eren.

Toen hij zestien jaar geleden te horen kreeg dat hij prostaatkanker had die niet te genezen was, putte hij toch hoop uit zijn geloof. Hij sprak er weinig over. Als hij het iemand had verteld, voegde hij eraan toe: En nu praten we er nooit meer over.

Niemand had gedacht dat hij nog zo lang zou leven. Zijn oudste zoon Rijk-Jan, inmiddels een afgestudeerd dierenarts met paarden als specialisme, vond de levenskracht van zijn vader zo wonderbaarlijk dat het geloof voor hem een diepere betekenis kreeg. De kerkgang werd ook bij hem deel van zijn leven.

Aalt trok zich wel geleidelijk terug uit het bedrijf. Zijn jongste zoon Alwin nam de koeien voor zijn rekening.

Maar Aalt bleef bij zijn paarden. Hij stelde zich altijd weer een doel dat hij binnen afzienbare tijd kon bereiken met een paard. De buurt bleef hem zien fietsen op de polderweg met een paard aan de lijn.

Hij was trots dat Dolly, nu 25 jaar oud, nog een nakomeling zou krijgen. Zoon Rijk-Jan had bij haar een embryo gespoeld en bij een draagmoeder laten plaatsen. De geboorte zal Aalt niet meer meemaken. Maar op de begraafplaats stonden wel een dochter en een kleindochter van Dolly hem op te wachten.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden