Een papegaai die gebeden kan reciteren: gevalletje van 'relationele dierenethiek'

Het lijkt alsof de bladenschrijvers in groten getale naar de dierentuin zijn geweest in de voorjaarsvakantie. Alwaar ze zich klaarblijkelijk hebben afgevraagd: moeten we niet eens over dieren schrijven?

Zo schrijft Het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) deze week over een joodse papegaai, Shlomo uit Amstelveen. De papegaai kan sinds kort het Sjema ('Hoor Israël, de eeuwige is onze God, de eeuwige is één') en andere gebeden reciteren. Volgens zijn eigenaar, Deborah Citroen-Bloemendal, doet hij dit iedere ochtend, middag en avond op gezette tijden. "Je ziet dat hij echt begrijpt wat hij zegt. Hij maakt er ook de kenmerkende wiegende bewegingen bij."

Dat Nederland een papegaai kent die in het Hebreeuws kan bidden, is misschien een schrale troost, nu de studie Hebreeuwse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) dreigt te worden wegbezuinigd. Ironisch genoeg bericht het NIW hierover op de pagina naast het verhaal over Shlomo.

Irene Zwiep, hoogleraar Hebreeuwse en Joodse studies, noemt het 'internationale reputatieschade' als de studie verdwijnt. In 2001 werd nog op zes universiteiten Hebreeuws aangeboden. Nu is alleen de UvA nog over. Een woordvoerder van de UvA laat het NIW weten dat de beslissing om de studie Hebreeuws te schappen is uitgesteld tot 2018.

Terug naar de dieren. In het Ouderlingenblad, protestants maandblad voor pastoraat en gemeenteopbouw, denkt theoloog Alfred Bronswijk na over de betekenis van de ezel. "De christelijke geest zoomt zelden in op beesten", schrijft hij een tikje teleurgesteld. De ezel is volgens hem het beest der beesten, omdat hij een soort antisymbool is. Bronswijk beschrijft een icoon waarop Jezus is afgebeeld op de rug van een ezel. Het is het icoon voor palmpasen, als Jezus door de straten van Jeruzalem rijdt en de mensen voor hem juichen.

Bronswijk benadrukt het contrast met Pilatus, de Romeinse gezaghebber die altijd te paard door de stad reed. De ezel weerspiegelt volgens de theoloog de nederigheid en dienstbaarheid van Jezus.

Ethicus Bernice Bovenkerk denkt in Filosofie Magazine na over een dier dichter bij huis: de kat. Ze doet dat aan de hand van het schilderij 'Drei Katzen' van de Duitse kunstenaar Franz Marc. Op het schilderij uit 1913 staan drie wilde katten in grove penseelstreken afgebeeld. Ze verslinden elkaar nog net niet.

Bovenkerk: "Franz Marc heeft zelf gezegd dat hij een wildheid en onschuld in dieren ziet die wij zijn kwijtgeraakt, en waar sommigen van ons nog naar verlangen. Ik sluit me daarbij aan: onze fascinatie voor dieren toont een behoefte aan iets wat anders is dan wij, een behoefte aan spiritualiteit, een soort puurheid."

Bovenkerk is voorstander van 'relationele dierenethiek', waarin de mens meer plichten heeft tegenover de dieren waarop hij meer invloed heeft. Zij verwerpt de 'traditionele dierenethiek', waarin ieder dier gelijk behandeld moet worden. Bovenkerk: "Ik zou willen dat dieren meer gezien worden als wat ze zijn, in al hun verschillende relaties met ons, en met ieder een individueel karakter."

De eigenaresse van Shlomo lijkt deze 'relationele dierenethiek' dubbel in de praktijk te brengen. Ze helpt haar papegaai een 'individueel karakter' te ontwikkelen én zoekt een partner voor hem. In het artikel (dat verschijnt in de week van het carnavalsachtige Poerimfeest met zijn 1 april-moppen) vraagt ze een 'leuke joodse vrouwtjesara' voor Shlomo. "Zijn droom is een joods nestje."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden