Eén paasdatum voor kerken Oost en West

De auteur is docent liturgiek aan het Oud-katholiek seminarie bij de faculteit godgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht.

Het feit dat het paasfeest, dat in de kerken van het Oosten een nog veel centraler plaats in het geloofsleven inneemt dan in het Westen, vaak op verschillende data wordt gevierd, wordt als een schrijnend teken van verdeeldheid gevoeld. Voor de omringende islamitische cultuur is het ook onbegrijpelijk, dat de christenen niet tot een gemeenschappelijke getuigenis van hun belangrijkste feest in staat blijken.

De oorzaak van de discrepantie ligt in het feit dat de Juliaanse kalender in verschillende orthodoxe kerken op uiteenlopende manieren in gebruik gebleven is. De grote reserves die deze kerken vaak hebben bij de invoering van de adequatere Gregoriaanse kalender berusten in de eerste plaats op zorg om de eenheid, want door pogingen tot kalenderherziening zijn in het verleden al schisma's ontstaan. Toch zijn deze kerken zeker niet onwillig om mee te werken aan een oplossing voor de kwestie van de verschillende paasdata.

Joodse traditie

De nadruk die ook in Aleppo gelegd is op de regel van het concilie van Nicea (325) voor de berekening van de paasdatum, komt niet voort uit onverschilligheid jegens de joodse traditie, zoals in het bericht 'Kerken Oost en West willen één paasfeest' in Trouw van 25 maart 1997 werd verondersteld.

Een complicerende factor is namelijk de discussie over de vraag of het paasfeest niet op een vaste zondag in april gevierd kan worden. Hiermee zouden de christelijke kerken inderdaad tonen geen boodschap aan de joodse wortels van hun eredienst te hebben en bovendien een knieval maken voor in hoofdzaak economisch bepaalde motieven. In Aleppo zijn deze met beslistheid van de hand gewezen. Het uitgangspunt is geweest, dat christenen Pesach niet hebben te annexeren, maar de band tussen Pesach en Pasen wel serieus dienen te nemen. Over deze verbinding kon openlijk worden gesproken en zij is in het eindrapport ook duidelijk vermeld.

Lentenachtsevening

De norm van Nicea is, dat het paasfeest gevierd wordt op de eerste zondag na de eerste volle maan na de lentenachtsevening. Het concilie gaf geen nauwkeurig voorschrift met betrekking tot de berekeningswijze van deze gegevens, maar legde drie belangrijke principes vast:

1. Pasen valt op een zondag, de dag van de verrijzenis, en niet op dezelfde dag als waarop Israël het Pesach viert. Dit is het antwoord dat door het concilie werd gegeven op de toen al geruime tijd voortslepende kwestie van de Quartodecimanen, de mensen van de veertiende dag, die in Klein-Azië en Syrië de kruisiging van Christus herdachten op de 14de van de maand Nisan in de joodse kalender.

2. Ofschoon het duidelijk andere inhouden en dimensies heeft gekregen, is Pasen gerelateerd aan Pesach en daarmee aan de joodse maankalender. De eerste Nisan is in de bijbelse kalenders de dag van de nieuwe maan en de nacht van 14 op 15 Nisan wordt dus, althans in theorie, door de volle maan beschenen. In de tijd van het concilie was echter de joodse kalenderberekening zelf problematisch geworden. Daarom werd als beginsel uitgesproken, dat Pasen moest worden berekend op grond van bijbelse gegevens. De christelijke kerken zijn zelf voor deze berekening verantwoordelijk, wat het principe onverlet laat, dat Pasen geworteld is in Pesach, zoals de christelijke liturgie in die van Israël.

3. Het concilie stelt de verbinding vast tussen twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden voor de berekening van de paasdatum. De ene is gerelateerd aan de maancyclus, zoals hierboven werd duidelijk gemaakt, terwijl de andere uitgaat van de zonnecyclus. De lentenachtsevening, het moment waarop de dag even lang is als de nacht, hangt immers samen met de omloop van de aarde om de zon. Sommige joodse gemeenschappen berekenden Pesach zonder de lentenachtsevening als variabele te beschouwen, zodat het soms tweemaal in één zonnejaar werd gevierd. Op het concilie werd nu een poging gedaan om dit te voorkomen door de principes voor de vaststelling van de paasdatum te verbinden met de normen die in Jezus' dagen voor de berekening van Pesach in acht genomen worden.

Meridiaan van Jeruzalem

De kerken van Oost en West hebben tot op heden aan deze principes van Nicea vastgehouden, maar vooral in de oosterse kerken die aan de Juliaanse kalender gehecht bleven, leidden de berekeningen (want waarneming van de volle maan en de lentenachtsevening komt er al lang niet meer aan te pas) tot afwijkende resultaten.

In 1977 werd bij gelegenheid van een inter-orthodoxe beraadslaging in Chambésy (Zwitserland) voorgesteld, de regel van Nicea te blijven volgen en voor de vaststellinng van de lentenachtsevening en de daarop volgende volle maan geen verouderde tabellen te gebruiken, maar astronomische hulpmiddelen, met als uitgangspunt de meridiaan van Jeruzalem. Dit voorstel werd in Aleppo nader uitgewerkt in de vorm van een aanbeveling aan de kerken, die in grote lijnen hierop neerkomt dat de discussie over het paasfeest op een vaste zondag in april wordt gestaakt en dat de norm van Nicea gehandhaafd blijft, juist omdat deze gebaseerd is op de betrekking tussen Pesach en Pasen.

In 2001 zal het paasfeest, hoe ook berekend, overal op dezelfde datum worden gevierd. Voorgesteld wordt nu om dit begin van het derde millennium ook het begin te laten zijn van een tijd waarin de viering van Pasen op een gemeenschappelijke datum regel wordt in plaats van uitzondering. In dat jaar zal er weer een dergelijke consultatie worden georganiseerd als die in Aleppo, maar nu om reacties vanuit de kerken op de aanbevelingen te evalueren.

Doordat de Gregoriaanse kalender adequater is dan de Juliaanse, die inmiddels dertien dagen achter is op de eerstgenoemde, zullen de gevolgen van deze exactere berekeningen voor de kerken in het Westen minder ingrijpend zijn dan voor die in het Oosten. Pas in 2019 zal het verschil in berekening van de lentenachtsevening en de daarop volgende volle maan op de meridiaan van Jeruzalem ook voor het Westen een andere paasdatum opleveren.

Behoed

Als de keuze gemaakt moet worden tussen Pasen op een willekeurige zondag in april, omdat dat economisch beter uitkomt, of volgens de norm van Nicea, op astronomisch juiste wijze berekend en uitgaand van de voor joden en christenen heilige stad Jeruzalem, is er alle reden om de aanbevelingen van Aleppo ernstig te nemen: de band tussen Pesach en Pasen is in Nicea meer dan zestien eeuwen geleden niet losgemaakt, maar juist bevestigd en daardoor konden de christelijke kerken in deze tijd wel eens voor dienst aan de mammom worden behoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden