Een oudvaderlands motto

In zijn Abel Herzberglezing citeerde Alexander Pechtold met instemming de vorige burgemeester van Londen. In die stad, had Ken Livingstone gezegd, was ’de belangrijkste waarde: live and let live’.

De spreker wist misschien niet dat het Nederlands de moeder is van die uitdrukking. In 1622 verwees een Engelse koopman, Gerard de Malynes, in een boek over handelsrecht naar ’the Dutch proverbe (spreekwoord) leuen ende laeten leuven, to live and let others live’.

Tegenwoordig beluisteren we in leven en laten leven vaak een oproep tot tolerantie. Citaten uit vroeger eeuwen in het ’Woordenboek der Nederlandsche Taal’ wekken de indruk dat de uitdrukking toen anders werd opgevat.

Neem deze passage uit ’Stichtelijke Uren’ van Nicolaas Beets, vermoedelijk bekender als auteur van de ’Camera Obscura’: „Is het niet de plicht des rijken zonder schrielheid of karigheid te leven en te laten leven? Is het niet op deze wijze dat anderen bij zijnen rijkdom voordeel hebben?”

Kennelijk interpreteerde Beets laten leven als een aansporing tot generositeit – of milddadigheid, om in zijn stijl te blijven -- gericht aan het adres van welgestelde landgenoten.

Wekt de uitdrukking in onze tijd veelal tot tolerantie op, er kan ook onverschilligheid en afzijdigheid in doorklinken („ik heb geen behoefte aan contact: leven en laten leven”). Maar die interpretatie doet niet alleen Pechtold geen recht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden