Een ouderwets schaatsfeest in Thialf

Misschien was het de sneeuw buiten. Misschien was het de vroege schemering. Misschien was het de behaaglijke warmte van mijn dikke sokken, of het gejuich op tv, of het enthousiaste getetter van het dweilorkest. Wat het precies was, weet ik niet, maar soezend op de bank dacht ik ineens: hè? Zijn we twintig jaar terug in de tijd?


Zo door mijn oogharen leek Thialf niet verbouwd. Dampend vol publiek zat het, Malle Babbe schalde en de wave spoelde over de tribunes. Enkel de geur van verschaald bier en sigaretjes moet je er tegenwoordig bij bedenken, naar verluidt.


Niet dat ik twintig jaar geleden hele weekenden het schaatsen volgde, hoor. Ik keek af en toe. Eventjes, zoals een goed puber betaamt. Vooral niet te veel interesse tonen - maar wel net genoeg om de roodglanzende dijen van Johan Olav Koss voor eeuwig op het netvlies te hebben.


En dat ene spandoek. 'Rintje, ik wil van jou een kindje', stond erop.


Elke keer nadien, ieder moment dat ik Rintje Ritsma zag of hoorde, rolde de spreuk geluidloos door mijn mond. En nog steeds, als hij naast Dione aanschuift als analist of een oeuvreprijs uit handen van Ard Schenk ontvangt, denk ik, automatisch: Rintje, ik wil van jou een kindje.


Ik herinner me ook niets anders dan dat spandoek. Het toernooi, de context, hoe Rintje het daar deed: ik heb er allemaal geen idee meer van. Of althans, tot dit weekend. Want hoera voor Twitter. Ik schreef er iets over het spandoek, en hoe legendarisch ik de tekst vond. Toen antwoordde een mevrouw ineens: Die was van ons!


Na twintig jaar in het duister tasten weet ik nu het naadje van de kous. Vijfentwintig was ze toen, de spandoekmaakster. Samen met haar twee zusjes was de tekst zo bedacht. Zoveel rijmt er immers niet op Rintje. In de garage, op de zaterdagavond van het EK van 1995, knutselden ze het ding in elkaar. Zwarte lak op een stuk stof. Droogde als een tierelier, maar stinken dat het deed.


In de trein van Grou naar Heerenveen ontdekten ze pas dat ze echt met een joekel van een spandoek onderweg waren. Gierend van het lachen liepen ze naar Thialf. Ze riepen ook wel eens naar Rintje, vanaf de tribune, maar dan keek hij nooit. Eigenlijk wel logisch ook. Dit spandoek zou hij vast wel zien.


En of hij het zag. En niet alleen hij. Het was het grootste feest in de bocht waar de meiden stonden, met hun tekst als kers op de taart. Tegenwoordig zou ze zo'n tekst echt nooit meer op een spandoek zetten, zei de vrouw, maar toen stonden ze daar niet bij stil. Toen hadden ze de dikste lol. Rintje werd Europees kampioen voor Falko Zandstra en Roberto Sighel, hij won alle afstanden op de vijfhonderd na.


Via Facebook heeft ze nog wel eens een bericht aan Rintje gestuurd. Dat ze hoopte dat hij het spandoek niet erg gevonden had. Dat had hij niet, schreef hij terug. Waar het ding gebleven is? Tussen de planken van het oude treinstation van Thialf. Daar hebben de meiden hem tussen geduwd. Het spandoek was zo vies, dat kon echt niet meer mee naar huis.


Vergaan, net als het oude stadion. Toch mooi symbolisch, dacht ik, terwijl ik naar eindelijk weer een ouderwets schaatsfeest in het nieuwe Thialf keek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden