Een 'oude' spijkerbroek maakt heel erg ziek

Arbeiders die spijkerbroeken zandstralen in Turkse kledingfabrieken vallen bijna allemaal ten prooi aan een agressieve, dodelijke longziekte. Een deel van de ateliers is met dit dodelijke werk gestopt, maar andere gaan nog steeds door, zegt de Turkse longonderzoeker professor Metin Akgün.

Een nieuwe spijkerbroek moet er liefst niet al te nieuw uitzien. Sterker nog, hij moet versleten ogen als hij over de toonbank gaat. Die gedragen 'look' kan er in de fabriek worden opgespoten met behulp van een hogedrukspuit gevuld met zand. Het is al jaren bekend dat de arbeider die dat werk vaak zonder goede ademhalingsbescherming doet silicose, oftewel stoflongen kan oplopen. Een groep Turkse en Amerikaanse onderzoekers publiceert deze maand in het wetenschappelijk tijdschrift Chest hoe dodelijk die ziekte feitelijk is.

De onderzoekers bekeken in 2007 een groep van 145 arbeiders. Van hen had 55 procent op dat moment al silicose. Vier jaar later onderzochten zij zoveel mogelijk van deze arbeiders opnieuw. Van de oorspronkelijke groep konden zij nog 83 mensen traceren. Van hen bleek 6 procent inmiddels overleden op een gemiddelde leeftijd van slechts 24 jaar oud. Van de rest was het aantal silicosepatiënten gestegen van 55 naar 96 procent.

De dodelijke ziekte lijkt daarmee onvermijdelijk voor mensen die zijn blootgesteld aan de hoge dosis fijne zandkorreltjes waarmee de spijkerbroeken 'oud' worden gemaakt, zo concluderen de onderzoekers in Chest. Saillant detail: in het onderzoek werd geen relatie gevonden tussen de duur van blootstelling aan het stof en het optreden van silicose. "Of de jongeren nu lang of kort in de fabriek hadden gewerkt, er leek hoe dan ook geen ontkomen aan de stoflongen als zij aan een hoge dosis kwarts waren blootgesteld", zegt de eerste auteur van het artikel, de Turkse longonderzoeker professor Metin Akgün van de Ataturk Universiteit in Erzurum, Turkije.

"De eerste gevallen van silicose die wij in ons ziekenhuis zagen, in 2004, verbaasden ons. Verschillende patiënten werden naar ons doorverwezen met tuberculose-achtige klachten. Niemand dacht op dat moment aan silicose omdat deze patiënten uit de textielindustrie kwamen, en bijvoorbeeld niet uit de mijn. Totdat wij hoorden wat deze mensen daadwerkelijk deden in de textielfabriek: het zandstralen van jeans om ze oud te laten lijken. Het zandstralen blijkt een erg populaire manier om de jeans er modieus oud uit te laten zien, veel beter dan wanneer je dat met bijvoorbeeld chemicaliën doet. Geleidelijk kwamen we er achter dat we met de patiënten die wij zagen slechts een klein topje van de ijsberg te pakken hadden: er liepen duizenden mensen met silicose rond. Pas vanaf 2007 werd dit probleem algemeen erkend en kwam er ook aandacht in de media."

Nederlandse bouw

In een onderzoek uit 1998 onder Nederlandse bouwvakkers die potentieel aan kwartsstof werden blootgesteld, bijvoorbeeld door het slijpen van steen in de bouw of het zandstralen van gevels, had op de röntgenfoto 3 procent tekenen van silicose. "Dat is ooit wel anders geweest", zegt de Nederlandse toxicoloog professor Paul Borm, lector aan de Zuyd Hogeschool in Heerlen. "Met name in de kolenmijnen in Europa werden mijnwerkers vroeger blootsgesteld aan stof waarin ook kwarts zat. In deze beroepsgroep zagen we vroeger een vergelijkbare, maar mildere vorm van stoflongen: anthracosilicose."

Blootstelling aan kwarts kan ook uit onverwachte hoek komen, vertelt Borm. "Collega's in Leuven vonden eind jaren negentig een paar vergelijkbare gevallen van silicose als uit het Turkse onderzoek. Deze mensen bleken te werken in de frisdrankindustrie. De blootstelling bij deze jongens bleek veroorzaakt door het regelmatig verwisselen van filters waarmee frisdrank werd gezuiverd van ongerechtigheden. Bij het openen van die filters kon makkelijk een wolk zuiver silicastof ontsnappen. Vervangen van het filtermateriaal door klei loste de problemen op, maar wel nadat deze twee jonge mensen door het inademen van silica onherstelbare longschade hadden opgelopen."

Stofzuiger

In Nederland lopen waarschijnlijk nog veel mensen met silicose rond zonder het te weten. Dat is in ieder geval de verwachting van dr. Evelyn Tjoe-Nij. Zij is arbeidshygiënist en epidemioloog bij Arbouw, het bedrijfstakinstituut dat zich bezighoudt met het verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de bouw. "De arbeidsinspectie in Nederland controleert sinds drie jaar systematisch op de arbeidsomstandigheden ten aanzien van blootstelling aan kwartsstof. Het is al sinds 2000 verplicht om stofvrij te werken, maar er is nog steeds gesteggel over de techniek. Voor sommige klussen zijn wel goede alternatieven voor handen, zoals zandstralen van gevels met middelen die maximaal 1 procent kwarts bevatten, het gebruik van water om stof te vangen en het gebruik van goede stofzuigers. Maar als er bij wijze van spreken dakpannen op het dak moeten worden geslepen of gezaagd, dan vindt men het op de werkvloer niet erg praktisch om een stofzuiger mee te nemen het dak op. Er zijn dus nog steeds klussen waarbij mensen op de werkvloer, ook in Nederland, worden blootgesteld aan te hoge concentraties kwartsstof."

Nederland loopt bij het gebruik van stofzuigers en andere techniek voor het beschermen van werknemers nog voorop in Europa, stelt Tjoe-Nij. "Maar bij de registratie van stoflongen als beroepsziekte lopen we juist achter. Dat komt omdat het in ons land voor je uitkering niet veel uitmaakt of je arbeidsongeschikt bent geworden door een beroepsziekte of niet. Hooguit voor een claim naar de werkgever is het van belang om te weten of je ziek bent geworden door het werk. De huisarts zal een bepaalde aandoening ook niet altijd makkelijk kunnen koppelen aan het werk. De overheid erkent dat de registratie van beroepsziekten beter moet, om te zorgen dat er meer aan preventie wordt gedaan." Betere registratie is er bijvoorbeeld in België of Duitsland, waar een eventuele uitkering gekoppeld is aan het bewijs van een beroepsziekte, zoals bij silicose.

"Maar", zo benadrukt toxicoloog Borm, "voor de jongeren uit Turkije zou zelfs dat te laat zijn. Hooguit zou het voor hun nabestaanden nog een gang naar gerechtigheid betekenen. Het is al heel lang bekend dat blootstelling aan kwartsstof deze ziekte kan veroorzaken. Maar men wil dat nog niet overal begrijpen of omzetten in beschermende maatregelen."

'Topje van de ijsberg'

Silicose, in de volksmond ook wel bekend als stoflongen, is een van de oudste erkende beroepsziekten. Het wordt veroorzaakt door minuscule stofdeeltjes waarin kwarts, oftewel kristallijn silica, zit, stofdeeltjes die zich vastzetten in de longen. De ziekte is daarmee sterk vergelijkbaar met de beruchte asbestose. De cellen die normaal gesproken bacteriën of andere vreemde deeltjes in het lijf opruimen, de macrofagen, kunnen niets met deze onoplosbare deeltjes. Ze nemen ze wel op, maar ze kunnen ze niet afvoeren. In plaats daarvan pakt het lichaam de volgevreten macrofagen in een soort littekenweefsel in. Die bolletjes bindweefsel zijn op een longfoto zichtbaar als kleine witte vlekjes die samen over de gehele long het beeld van een silicose bepalen (of in het geval van asbestdeeltjes, als asbestose). Bindweefsel is niet in staat om zuurstof door te laten en beperkt daardoor de longcapaciteit, waardoor een patiënt kortademig zal worden. Het hart van mensen met stoflongen moet ook harder werken om voldoende zuurstof door het lichaam te pompen. Daardoor hebben patiënten een toegenomen risico op hartfalen. Daarnaast hebben mensen met silicose een groot risico op de chronische longziekte COPD en zijn ze ook meer vatbaar voor longinfecties en tuberculose. Uiteindelijk is er een groot risico dat de bindweefselvorming overgaat in longkanker. Tegen silicose bestaat geen behandeling.

Stoflongen

Ook de actiegroep Schone Kleren Campagne heeft het probleem van stoflongen in de spijkerbroekenindustrie al geruime tijd op de korrel. In 2011 konden zij bijvoorbeeld de spijkerbroekenmerken WE en G-star zover krijgen dat zij geen gezandstraalde spijkerbroeken meer verkopen. "Maar daarmee is het probleem nog steeds niet uitgebannen", zegt woordvoerder Niki Janssen van de Schone Kleren Campagne. "Er zijn nog heel veel kleine merken die broeken betrekken bij ongecontroleerde producenten. Er is weinig grootschalig onderzoek gedaan naar silicose bij arbeiders in de kledingindustrie. Uit een inventarisatie in Turkije in 2013 bleek dat er toen 1200 geregistreerde gevallen van silicose waren onder textielarbeiders. De verwachting is dat dit slechts het topje is van de ijsberg."

Professor Akgun beaamt dat het probleem nog allerminst is uitgebannen in Turkije. "Officieel heeft de regering na de alarmerende berichten het zandstralen in de ban gedaan. Maar de realiteit is dat het nog steeds gebeurt in kleine ateliers. Voor een ander deel hebben de denimfabriekjes zich gewoon naar het buitenland verplaatst, onder andere naar Roemenië, Azerbeidzjan en Georgië, en ook naar Afrika en Azië." Akgun wil zich niet wagen aan het noemen van namen van merken die nog gebruik maken van deze omstreden productiemethoden. "Het is vooral erg onduidelijk waar deze jeans terecht komen. In deze sector werken ook de grote merken met aannemers en onderaannemers die weer met andere onderaannemertjes werken. Op die manier is het volstrekt onduidelijk waar de kleding vandaan komt of waar het terecht komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden