Een oude drol en een plukje vacht in een blikje

naturalis gaat op de schop. In 2018 moet er een nieuw museum staan in Leiden. Maar wat moet er worden tentoongesteld uit een collectie van veertig miljoen objecten? Trouw volgt de conservatoren en tentoonstellingsmakers bij hun keuzes. Aflevering 3: de mammoet moet

Het ruikt naar muskus, stal en rotting, maar toch is het lang niet vies, vindt tentoonstellingsmaker Matthijs Vegter. In het stukje mammoetvacht dat Naturalis in mei dit jaar aankocht, is de ijstijd nog te ruiken. De hand vol donkerbruine ruige krullen die nu in een vitrine van Naturalis ligt, is onderdeel geweest van de vacht van de wolharige mammoet. Gek genoeg is de mammoetdrol die het museum op hetzelfde moment aanschafte juist geheel geurloos.

De twee objecten kocht Naturalis van het Ice Age Museum in Moskou. Naturalis heeft de grootste collectie mammoetbotten ter wereld, maar toch was deze aankoop nodig. Want de mammoet wordt een van de hoofdrolspelers in het nieuwe museum, hij krijgt een hele eigen zaal.

Ruikbaar

Het is de bedoeling dat het nieuwe museum nog meer de context waarin de mammoet leefde gaat tonen. Nu liggen de drol en het stuk huid en haar nog in een afgesloten vitrine, maar in het nieuwe museum moet het stukje vacht ruikbaar tentoongesteld worden voor de bezoekers. Daarnaast kan de vacht ook weer vertellen hoe de dieren er van de buitenkant uitzagen. Aan de hand van de grotere stukken huid en completere ijsmummies in Siberië kunnen wetenschappers bijvoorbeeld veel zeggen over hoe de huidlagen in elkaar zitten, hoe er een vetbult - een voorraadje voor in magere tijden - in de nek is gevormd en dat zelfs babymammoetjes al zo'n vetbult hadden. De drol herbergt weer informatie over de planten uit die tijd. "Dichterbij een echte mammoet kun je niet komen", vindt Vegter.

Voor welk bedrag haarpluk en drol zijn aangekocht wil het museum niet zeggen, wél dat Naturalis de reis en het verblijf betaalde van de directeur en van een wetenschapper van het Ice Age Museum. Zij reisden toen de deal eenmaal rond was met de drol en met het haar in een blikje in hun handbagage naar Nederland om gezamenlijk met wetenschappers van Naturalis de echtheid te controleren.

Maar waarom die tour? Wie zoekt op de term mammoth hair op eBay, krijgt een keur aan haarplukken aangeboden. Het is niet duur: 40 dollar voor een gram. "Via eBay kopen had ook gekund, er is zeker een levendige mammoetmarkt, maar het is een circuit waar je je als museum niet in kunt begeven," zegt Vegter. "Je hebt geen idee wat je koopt of waar het vandaan komt."

Bij dit stuk haar en bij deze drol weet Naturalis dat wel: ze komen beide uit de permafrost in Siberië en zijn gevonden door rendierherders.

De pluk haar moet ook Remie Bakker gaan helpen. Bakker is van huis uit beeldhouwer, maar heeft al sinds 1993 het bedrijf Manimal Works. Hij heeft zich gespecialiseerd in het nabouwen van dieren uit de oertijd. Hij is door Naturalis gevraagd om de mammoet die nu al in het museum staat, op ware grootte na te bouwen, maar dan met huid en haar - zo dicht mogelijk bij hoe de wolharige mammoet er in de prehistorie moet hebben uitgezien. Het imposante skelet, samengesteld uit botten van verschillende skeletten van de wolharige mammoet, moet precies gelijken. Het idee voor de nieuwe mammoetzaal is om een speciaal halfspiegelend glas tussen model en skelet te plaatsen. Zo kan je tegelijk het skelet én het model zien.

Voor Bakker is het geen eenvoudige klus. Een mannetjesmammoet is wel het maximum qua grootte, maar het is niet zijn eerste. Hij maakte eerder al vier aandoenlijke kalfjes, een vrouwtje en een mannetjesmammoet na. "Deze opdracht heeft als extra moeilijkheid dat het model precies gelijk moet zijn aan het skelet van Naturalis."

Apart

Het skelet van Naturalis is al eerder gescand. Op basis daarvan maakt Bakker een vorm waar de botten uitgefreesd worden. Die gaan weer op een metalen frame. Met schuim modelleert hij vervolgens de spier- en vetmassa over de botten. Hij schildert het dier. Maar de vacht, dat is een verhaal apart volgens Bakker.

"Maak je een mammoet, dan kun je kiezen of je een echte vacht wilt gebruiken of een kunstvacht. Ik kies voor dat laatste. Je hebt musea die de huid van de muskusos gebruiken (een grote os die in het arctische gebied voorkomt, red.). Maar dan zou je zes dieren moeten doden, want zoveel heb je nodig voor een volwassen mannetje. Ik vind het onzin dat voor de huid van een model van een uitgestorven dier, andere dieren zouden moeten sterven. Bovendien verkleurt het en verschilt het vaak van dikte."

Bij de kunstvacht kan Bakker precies zeggen wat hij wil. "Het zijn een soort behangrollen." Hij knipt de vacht dan zelf in model.

Om de modelmammoet uiteindelijk bij Naturalis te krijgen is voor Vegter nog even een logistiek geworstel. Want twee mammoeten tegelijk - het skelet en het model - kan zelfs Naturalis met zijn hoge toren maar moeilijk huisvesten.

Precies een half jaar voor de zaal af moet zijn, begint Bakker aan de klus, zodat het model nergens in het depot hoeft. Daar is het te groot voor.

De grootste collectie

Nederland is een mammoetland. Of liever gezegd: heeft een zee vol mammoetbotten. Tot de Noordzee zo'n tienduizend jaar geleden onderliep, was het een uitgestrekte steppe waar de mammoet, en ook andere prehistorische dieren als reuzenherten en grottenberen prima gedijden. Doordat de steppe, eenmaal onder water, een constante temperatuur had, zijn hun fossielen goed bewaard gebleven.

Vissersschepen, met name de ouderwetse kotters die de bodem omwoelen om platvis te vangen, hadden regelmatig grote fossielen in hun netten en nog steeds worden er botten opgevist. Vroeger gingen medewerkers van Naturalis eens in de twee weken de havens langs om de botten van vissers te kopen. Dat heeft wel één nadeel: de botten zijn ongelooflijk zout waardoor ze makkelijk uit elkaar vallen op het droge. Zelfs zes weken spoelen in zoet water haalt niet al het zout eruit. De botten bij elkaar te houden vereist veel plak- en restauratiewerk.

Ook in de Nederlandse rivieren is de afgelopen decennia veel mammoetmateriaal naar boven gebaggerd, onder andere een bijna gave schedel. Dit botmateriaal heeft dit probleem niet.

Het gevolg: in de collectietoren staan schappen vol met kiezen, schedels, slagtanden en andere botten. Elk bot van het dier heeft het museum vaak meerdere malen in de collectie, van mannetjes, vrouwtjes, jonge en oude dieren. Zo bezit het museum zo'n 250 onderkaken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden