Opinie

Een opwindende scène

Schrijfster Julie Phillips is verrukt over de 'uitvinder' van seks in de moderne roman, D.H. Lawrence. Maar hij is al tachtig jaar dood. Nu er nauwelijks taboes meer bestaan, vraagt Phillips zich af: kan erotiek in literatuur nog wel sexy zijn?

D. H. Lawrence staat bekend als de schrijver die seks introduceerde in de moderne Britse roman. Zelfs in de nieuwe, ongekuiste editie van 'Verliefde vrouwen' - in een mooie vertaling van Barbara de Lange - zijn de seksscènes nog steeds eerder omfloerst dan expliciet. Maar door codewoorden als 'verlangen' en 'bevrediging' te gebruiken, evenals ritme en intensiteit, gaf hij zijn beschrijvingen een kracht die voor 1921 ongekend was. In deze scène bedrijven twee minnaars, Ursula Brangwen en de aantrekkelijke, vrijdenkende schoolinspecteur Rupert Birkin, de liefde op een deken in het bos:

"Ze stilde haar verlangen naar hem, ze raakte hem aan, ze ontving het summum van woordloze mededeling in de aanraking, zo donker, zo zacht, zo prachtig stil, een heerlijk geven en weer nemen, een volmaakt aanvaarden en schenken, een mysterie, dat nooit in zijn volle realiteit kan worden gekend, een vitale, sensuele realiteit die nooit kan worden omgezet in de gedachten van het verstand. Haar verlangen werd bevredigd, zijn verlangen werd bevredigd. Want zij was voor hem wat hij was voor haar, de eeuwigdurende heerlijkheid van mystiek, tastbaar, werkelijk anders zijn."

De seks is bijzonder intens omdat de twee geliefden net enorme ruzie hebben gehad, elkaar bekenden dat ze verliefd op elkaar zijn, en zich uiteindelijk aan hun overweldigende hartstocht hebben overgegeven. Wat het extra aanstootgevend maakt is dat zij niet getrouwd zijn.

Maar 'Verliefde vrouwen' prikkelt niet alleen om zinnenprikkelend te zijn. Lawrence wilde een punt maken. Deze roman is zijn modernistisch manifest, zijn aankondiging dat het tijd was om openhartig over seks, liefde en relaties tussen mannen en vrouwen te spreken.

De vier hoofdpersonen, de twintigers Ursula, Birkin, Ursula's zus Gudrun en haar vriend Gerald Crich willen niets minder bereiken dan het herdefiniëren van het instituut huwelijk. Ze hebben hun ouders zien lijden onder ongelukkige verbintenissen. Ze willen een lichamelijke en emotionele band met een ander waarbinnen zij gelijk, onafhankelijk, zelfbewust en vrij kunnen zijn.

Elke godsdienstigheid ontbreekt, maar ze praten wel voortdurend over wat het leven zin geeft. Gerald, eigenaar van een kolenmijn, gelooft dat dat werk is: "Alleen door het productieproces werden de mensen bijeengehouden." Birkins ex, de hooghartige aristocrate Hermione Roddice, gelooft in de wil. "Konden we maar leren onze wil te gebruiken, dan konden we alles aan." Gudrun, kunstenares, verlangt naar een intellectuele kameraad die haar talent begrijpt.

Birkin en Ursula geloven in de liefde - inclusief de fysieke liefde - als bron van de zin van het leven.

Tegelijkertijd worstelen Gerald en Birkin met hun wederzijdse aantrekkingskracht - letterlijk, in een beroemde scène waarin ze naakt worstelen en ten slotte uitgeput in elkaars armen vallen.
De roman eindigt met Ursula die tegen Birkin zegt: "Je kunt geen twee soorten liefde hebben." Birkin pareert: "Dat geloof ik niet."

Voor de generatie van Lawrence, druk bezig zich van het Victoriaanse tijdperk los te maken, was de behoefte om open te zijn over seks groot. Vooral in de jaren net na de gemechaniseerde slachtpartijen van de Eerste Wereldoorlog leek het tonen van tederheid en lichamelijke intimiteit, het openstaan voor het menselijk lichaam en de natuur, een teken van hoop. Maar seks kon ook beangstigend zijn.

Lawrence beschrijft zijn meest openlijk seksuele personages, een groep kunstenaars uit Londen, als 'hysterisch', 'geesteloos', 'boosaardig' en beschikkend over 'een onpeilbare hel van kennis'. Hij vergelijkt seksuele vrijheid met het van een steile heuvel afsleeën: snel, spannend, onbestuurbaar.

Maar door te verklaren dat niet alle ongehuwde seks tot hel en verdoemenis leidde, begon Lawrence de discussie die westerlingen nog steeds sterk in beslag neemt: het eindeloze praten over seks en de plaats die erotiek inneemt in ons leven. En passant schetste hij hoe wij erover zouden kunnen schrijven. In 'Verliefde vrouwen' en een paar jaar later in 'Lady Chatterley's minnaar' (waarin hij voor het eerst expliciet over seks schreef en de woorden 'penis', 'kont', 'kut' en 'neuken' gebruikte, en beschreef hoe het vrouwelijk orgasme werkte) vond hij min of meer de seksscène in de moderne literatuur uit.

Nu het debat vooral gaat over de vraag of we niet te veel over seks praten is het moeilijk je voor te stellen hoe het was toen men het er nog te weinig over had. Lawrence werd geboren in 1885 in Victoriaans Engeland, een plaats en tijd gekenmerkt door een ongeëvenaarde seksuele onderdrukking.

In artistieke kringen begon dat al te veranderen. Lawrence kende lesbiennes en homo's; open huwelijken waren vrij normaal in zijn milieu, zijn Duitse vrouw Frieda von Richthofen liet hem kennismaken met het concept van de vrije liefde. (Zij was een minnares geweest van Otto Gross, de afvallige psychoanalyticus die seks als geneesmiddel voor psychische aandoeningen predikte.)

Zoals de pil in de jaren zestig zou doen, zo hielp de succesvolle behandeling van syfilis om de Roaring Twenties te bevrijden. Maar echtscheiding was nog steeds een schandaal, voorbehoedsmiddelen waren nauwelijks te krijgen en informatie over seks bleef een goed bewaard geheim.

De modernisten ontdekten wat mijn generatie als tiener ontdekte: de overrompelende kracht die uitgaat van het praten, en zelfs het lachen over seks. Op een dag zat Lawrence' tijdgenote Virginia Woolf in de salon met haar zus Vanessa toen hun homoseksuele vriend, de schrijver Lytton Strachey, binnenkwam. Hij wees op een vlek op Vanessa's jurk en vroeg: "Sperma?" De twee zussen proestten het uit, en Woolf herinnerde zich: "Met dat ene woord werden alle barrières van schroom en terughoudendheid geslecht. Een vloedgolf van het heilige vocht leek ons te overweldigen. Vanaf toen waren onze gesprekken doortrokken van seks."

Desondanks lag echte seks voor velen nog buiten bereik. Totdat hij Frieda ontmoette - hij was toen 26 - had hij niet meer dan wat onhandige ervaringen gehad. Hij leed er vreselijk onder dat hij zo lang droogstond. Daarbij hielp het niet erg dat hij biseksueel was en ook zijn gevoelens voor mannen onderdrukte. Terugkijkend zei hij: "Ons is een behoorlijk seksleven afhandig gemaakt. Dat is niemands schuld, het is de schuld van onze tijd."

Zijn belangrijkste uiteenzetting over de helende kracht van seksuele openheid voor een beschadigde maatschappij is 'Lady Chatterley's Lover'. Dat kwam uit in 1928, twee jaar voor zijn dood. Deze roman over de liefde tussen een rijke, eenzame vrouw en de sensuele tuinman van haar echtgenoot, werd in Groot-Brittannië verboden. Het opheffen van dat verbod, ruim dertig jaar later, luidde de seksuele revolutie in. Er zitten maar een goeie tien jaar tussen die rechtszaak in 1960 en de legalisering van abortus in Groot-Brittannië, de opkomst van de homorechtenbeweging, pin-ups in de (Britse) tabloids, 'Turks Fruit', 'Ik Jan Cremer' en Erica Jongs ritsloze nummer.

Lawrence is al tachtig jaar dood en het spraakmakende proces is alweer veertig jaar geleden, maar wij, westerlingen, hebben er nog steeds moeite mee de seksuele openhartigheid die hij voorstond een plaats te geven in ons persoonlijke leven. Van seksadviescolumns, singles nights en de Gay Pride (Parade) in de Amsterdamse grachten tot scheidingsbemiddeling en omgangsregelingen - we hebben nieuwe instituties, etiquette en hele beroepsgroepen uit de grond gestampt om onze nieuwverworven vrijheden te verkennen en te doorgronden. In recente romans zoals Jonathan Franzens 'Vrijheid' en Martin Amis' 'De zwangere weduwe' worden de hoofdpersonen uiteindelijk teleurgesteld en vernederd door hun onvermogen om te gaan met hun seksuele keuzevrijheid.

Lawrence' veelbelovende visioen is voor ons alledaagse realiteit geworden. Heeft daarmee seks in literatuur alle opwindends verloren?

Dat was onlangs de klacht van Elsbeth Etty, toen ze zich in NRC afvroeg of seksscènes een uitstervende literaire kunstvorm waren. De verboden ontmoetingen in Lawrence' werk, 'Lolita', de romans van Roth en Updike uit de jaren zestig zijn nagenoeg verdwenen uit de Engelse en Nederlandse literatuur.

In Groot-Brittannië roept de uitreiking van de 'Bad Sex Award' elk jaar weer de vraag op of schrijvers minder risico durven nemen bij het beschrijven van seks. Etty is van mening dat Britse en Nederlandse schrijvers "bang zijn om hun seksuele fantasieën of frustratie op papier uit te leven, alsof, zoals in de jaren vijftig nog algemeen werd gedacht, het omverschoppen van seksuele taboes ondermijnend zou zijn voor het gezin, de samenleving en uiteindelijk het individu."

Het was natuurlijk ook ondermijnend, dat was geen spookbeeld van een onderdrukte geest. Lawrence wist goed dat hij, door te schrijven over seks voor het huwelijk, een heel kaartenhuis aan het wankelen bracht: van het huwelijk als economisch instituut, van de rechten van echtgenoten en vaders, van sociale hiërarchieën in het algemeen. Met 'Lady Chatterley's minnaar' schokte mijnwerkerszoon Lawrence zijn lezers, niet alleen doordat hij zijn personages de liefde laat bedrijven, maar door hen al beminnend de klassengrenzen te laten overschrijden. Tijdens het proces dat een eind zou maken aan het verbod sprak de aanklager de beroemde woorden: "Zou u willen dat uw vrouw of uw bedienden dit boek lazen?"

Het was het begin van meer dan één omwenteling.
De vraag waar het Elsbeth Etty echt om gaat, is een andere - en een belangwekkende. "Opwindende literatuur over seks", schrijft ze, "gaat vanouds over het doorbreken van seksuele taboes." Wat kan nog de rol van seks in literatuur zijn, nu bijna alles gezegd mag worden, en ook wel zo'n beetje gezegd is? Kan het nog opwindend zijn?

Het lijkt me nogal oppervlakkig om te geloven dat goede literaire seks verboden seks moet zijn. In fictie kan seks om uiteenlopende redenen goed zijn - tegenwoordig is de meest fantasieloze reden wel dat het taboe moet zijn. Neem Lawrence: hij was niet alleen goed omdat hij aanstoot gaf. Hij was vaak een onmogelijk mens - vooringenomen, misantropisch, doodsbang voor vrouwen - maar als schrijver was hij een groot talent met een enorme kracht.

In zijn seksscènes draait alles om ritme. Hij zoekt woorden die klinken zoals seks voelt. Zoals in de volgende, explicietere passage uit 'Lady Chatterley's minnaar': "Al zijn bloedvaten schenen te schroeien van een intens en toch teder verlangen naar haar, naar haar zachtheid, naar de doordringende schoonheid van haar in zijn armen, die overging in zijn bloed. Zachtjes streelde hij de zijige glooiing van haar lendenen en lager en lager tussen haar zachte, warme billen, dichter- en dichterbij komend tot het levendste aan haar. En zij voelde hem als een vlam van begeerte, teder toch, en zij voelde zichzelf smelten in die vlam."

Hij vindt hier niet alleen zijn draai, zogezegd, maar hij wisselt ook subtiel van perspectief. Eerst beschrijft hij wat de man onder zijn hand voelt: de zijdezachte, naakte vrouwenhuid, haar warmte. Maar dan, zodra de man haar 'levendste' plekje nadert, verlaat Lawrence zijn hoofd en gaat het hare binnen, terwijl ze die hand voelt naderen. Wie dringt nu bij wie binnen? Lawrence' subtiele verschuiving van perspectief werkt verleidelijk. Hij verkleint zo de afstand tussen de lezer en de personages en benadrukt hoezeer het genot van de een afhangt van dat van de ander.

Maar de uiteindelijke reden waarom Lawrence je met zijn seksscènes zo in verrukking brengt, is dat er emotioneel zo veel op het spel staat. In 'Lady Chatterley' is dat Constance Chatterley's kinderwens, haar groeiende aversie over haar verlamde man en haar onafhankelijkheidsdrang; Mellors' woede over de klasseverschillen en zijn angst voor vrouwen; de lust en de ondraaglijke eenzaamheid van beide minnaars.

Het zijn die explosieve gevoelens die hun seks maken tot wat ze is. Op zeker moment zegt Mellors tegen Connie dat ze niet van hem hoeft te houden om de liefde met hem te bedrijven, maar dat hij niet in is voor 'harteloos geneuk'.

Nu seks een normaler deel van ons leven uitmaakt, lijkt het alsof er nooit meer zo veel bij op het spel kan staan. In romans komt nogal wat seks voor alsof het niets betekent. Toch kan seks in fictie net zoveel emotie in zich bergen als elke andere gebeurtenis. Daarbij hoeft het niet om liefde te gaan, of om opwinding; het kan, zoals in een vrijscène in Jonathan Lethems recente 'Chronische stad', ook draaien om de spijt en de geschonden trots van een man die voor de laatste keer met zijn vriendin naar bed gaat.

Gevraagd naar het afkalven van seks in de literatuur, zei Martin Amis in The Guardian: "Als je één ding is waar je moeilijk over kunt schrijven, dan is het wel seks, want daar komen scheepsladingen emoties bij kijken." Hij beweert niet dat schrijvers het niet durven; hij bedoelt dat een goeie seksscène het uiterste van het schrijverstalent vergt. Of het nu gaat om het beschrijven van een terloops avontuurtje of van de drieduizendste keer dat de personages seks hebben, het krijgt pas zeggingskracht als de schrijver erin slaagt uit te drukken waarom dat voor hen van belang is.

In de nasleep van de seksuele revolutie zwichten we al snel voor de bezweringsformule dat alle seks goede seks is, en hoe meer seks, hoe beter. Dat kwantiteit, gevoegd bij steeds wat nieuws, volstaat voor goeie seks, in het echt of op papier.

Maar seks is niet een soort kapitalistisch programma van onbegrensde expansie; het wordt niet beter als je er meer van hebt, of naarmate je er moeilijker aan kunt komen. Het fundamentele doel van de seksuele revolutie was, en zou moeten zijn: een gelijkwaardige aanvaarding van - nee, niet van seks, maar van individuele voorkeuren, dus ook als dat monogamie betreft, of gewoon de missionarishouding. Zowel het stellen als het doorbreken van grenzen dient slechts om inzicht te krijgen in de ingewikkelde kanten van je eigen verlangens.

Wat de jonge mensen in Lawrence' boeken zo herkenbaar maakt, zelfs na negentig jaar, is dat ze net als ikzelf en mensen om me heen toen we twintig waren, worstelen met wat ze willen; ze willen zichzelf goed genoeg leren kennen om zelf keuzes te kunnen maken.

Ook nu zijn het jongeren voor wie seks er het meest toe doet, die - in verwarring, bang, teder, geil - bezig zijn de aard en de grenzen van hun eigen seksualiteit te ontdekken. Eigenlijk maakt iedereen op weg naar de volwassenheid zijn of haar eigen seksuele revolutie door. De meesten hebben tegenwoordig als ze eenmaal twintig zijn meer geëxperimenteerd dan de meeste van Lawrence' generatiegenoten gedurende hun hele leven.

Lawrence effende de weg voor de grote seksuele doorbraak van de jaren zestig en zeventig in de literatuur, met Updike, Roth en Jan Wolkers als de Beatles en de Stones van de literaire zelfonthulling. Maar ik vermoed dat het hoogtij van seks in de literatuur meer aan de lezers dan aan de schrijvers toebehoort. De beste erotiek in boeken is die die je ontdekt wanneer je jong bent en gebruikt om vorm te geven aan je eigen verlangens. Wanneer het geschreven is, maakt niet uit. Goede seks in literatuur ontdek je als het ertoe doet.


Julie Phillips is biografe en recensente van deze krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden