Een optimist die de poëzie van de wiskunde materialiseerde Max Bill 1908 - 1994

ROTTERDAM - Terwijl hij op het punt stond naar zijn woning te Zürich terug te vliegen, overleed vorige week vrijdag in Berlijn de Zwitserse kunstenaar Max Bill, dertien dagen voor zijn 87ste verjaardag.

Hij was architect, beeldhouwer, schilder, ontwerper van gebruiksvoorwerpen, schrijver over bouwkunst en vormgeving, en criticus. In 1968 heeft het Haags Gemeentemuseum een tentoonstelling van zijn werk gehouden. Verder was hij in Nederland voornamelijk bekend bij gelijkgezinde kunstenaars. Sommigen, onder wie bijvoorbeeld Lucien den Arend, hebben waarschijnlijk een voorbeeld aan zijn methodische werk genomen.

Bill was 17 jaar toen hij een eerste prijs won met een ontwerp voor een affiche. Hij trouwde toen hij 23 was en betrok te Zürich een door hemzelf ontworpen atelierwoning. Op zijn 24ste kocht hij bij een bezoek aan Mondriaan in Parijs een van diens werken. Hij was een van de weinige oudleerlingen van het vermaarde Bauhaus te Dessau die zich als belangrijke kunstenaars ontplooiden. De opleidingen van dat Bauhaus zette hij op een aan de tijd aangepaste manier voort, in een door hem ontworpen gebouw te Ulm, waar hij de Hogeschool voor Vormgeving stichtte en leidde.

Sedert de jaren zestig stond hij er op, zijn werk niet abstract - dus afgeleid van iets buiten dat werk - te noemen maar concreet (evenals Theo van Doesburg). Hij streefde naar een ordening die voor hem gelijkstond aan dé waarheid. Daarbij ging hij, vooral voor zijn beelden, steevast uit van eenvoudige meetkundige vormen. Marmer of graniet zette hij net als ijzer naar zijn hand alsof het plooibaar materiaal was. Zo vormde hij onder meer in steen een ring van Möbius (een gedraaid, oneindig lint). In zijn 'Driehoekig vlak in de ruimte' is de driehoek niet dadelijk herkenbaar. Hij drapeerde als het ware de vlakke meetkunde, maar frivool was hij daar nooit mee. Hij materialiseerde de poëzie van de wiskunde.

Sommige beelden doen denken aan de gladde, organoïde plastieken van Hans Arp, maar ze werken minder sensueel. Ook in zijn atelier was Bill een docent die schilderend of beeldhouwend educatieve objecten maakte. Ze kregen titels als 'Vibrerende kleuren op basis van twee pythagorische driehoeken'. Bewegende kunstwerken minachtte hij. De constructies van Tinguely bijvoorbeeld, vond hij kermisvermaak.

In 1964 wierp hij in een toespraak de vraag op, hoe de kunst er rond het jaar 2000 zou uitzien. In de samenleving zag hij een door de komende generatie te overwinnen chaos. Hij meende dat zich een nivellering voltrekt zowel van de door de mens gebouwde omgeving als van inkomens. Die ontwikkeling zou samengaan met een groeiende algemene welstand. De kunst zou het nodige individualisme inbrengen. Hij was dus een ouderwetse modernist: een onverbeterlijke optimist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden