Een opera met muziek als bijzaak

Romeo Castellucci heeft van 'Orphée et Eurydice' een opera gemaakt die de toeschouwer niet meer loslaat. Prominent aanwezig is Els, een Vlaamse moeder van 27 jaar die in een pseudocoma ligt.

PETER VAN DER LINT

Het komt hard aan. Keihard. In het Brusselse operahuis de Munt weet het premièrepubliek, nadat de toneellichten gedoofd zijn en alles zwart wordt, even niet wat te doen. Klappen? Kan dat wel? De stilte is pijnlijk, haast even pijnlijk als het schrijnende slotbeeld van Romeo Castellucci's enscenering van 'Orphée et Eurydice'. Kun je dit eigenlijk nog wel een enscenering van Glucks opera noemen? Feit is dat de voorstelling je bijblijft, dat je er 's ochtends weer mee opstaat. En is dat niet wat kunst met je moet doen, je laten nadenken over het leven en al de problematiek die dat met zich meebrengt?

Castellucci, die eerder in Brussel een enigmatische productie van Wagners 'Parsifal' regisseerde, staat er om bekend dat hij zijn publiek bij de kladden, bij de lurven grijpt. Dat dat de ene keer beter lukt dan de andere is voor hem waarschijnlijk bijzaak. Het gaat om het doen, het steeds maar weer proberen om kunst te maken die ertoe doet. Voor 'Orphée et Eurydice' concentreerde hij zich op Orpheus' geliefde, die door een slangenbeet in het schimmenrijk terecht is gekomen. Haar toestand - niet levend, niet dood - vertaalde Castellucci naar die van Els.

undefined

Kamer 416

Els, een Vlaamse moeder van 27 jaar, ligt op kamer 416 van het revalidatieziekenhuis Inkendaal in Vlezenbeek, op 14 kilometer afstand van Brussel. Al anderhalf jaar verkeert Els in een pseudocoma, ook wel locked-in-syndroom genoemd. Al haar zintuigen zijn intact, maar ze is volledig verlamd en kan niet spreken. Met toestemming van Els en haar familie is zij onderdeel van de voorstelling in de Brusselse opera via een audio- en een videoverbinding. Door een koptelefoon hoort ze live de voorstelling die wij in de Muntschouwburg meemaken. En wij zien haar op een levensgroot videoscherm met haar ogen reagerend op wat ze hoort. Achter het videoscherm - een niet-plek, een limbus - licht sopraan Sabine Devieilhe op die als Eurydice haar Orphée toezingt, die vóór het scherm staat. Eurydice is Els, Els wordt Eurydice. Orpheus bezingt een universeel lijden dat de wereld achter, vóór en op het videoscherm verbindt.

Het is een even ontroerend als ongemakkelijk beeld. Castellucci bouwt het langzaam op. Op het zwarte voordoek worden vanaf de ouverture van de opera teksten geprojecteerd. Teksten over Els, wie ze is, wat ze gedaan heeft, waar ze van houdt, hoeveel kinderen ze heeft, hoe ze in haar coma belandde. Het is heel veel tekst met schijnbaar futiele feitjes, maar juist daardoor wordt Els een gewone vrouw, komt ze heel dichtbij. We weten al veel over haar vooraleer ze in beeld komt.

Vanaf het moment dat Orpheus in de onderwereld terechtkomt, is er onder die teksten op het doek een diffuse film te zien. In onscherpe beelden volgen we de reis naar het revalidatieziekenhuis buiten Brussel. We komen in het park aan als de muziek van de Elyzeese velden klinkt, daar waar in de opera de gelukzalige geesten verwijlen. We dwalen mee door de gangen van het complex en naderen het bed waarin Els ligt. De kamer wordt verkend, haar bed, haar hand, familiekiekjes aan de muur. Het beeld blijft onscherp, maar stelt even scherp op een klokje op het nachtkastje. Het is bij haar precies even laat als bij ons in de zaal.

undefined

Confronterend

En dan blijft de camera boven het gezicht van Els hangen. Ze heeft een koptelefoon op. Heel langzaam wordt scherp gesteld. Je wilt het niet en je wilt het wel. De spanning is voelbaar, van de muziek krijg je haast niets meer mee. Daar is ze, in prachtig zwartwit. Een mooi gezicht waarin de ogen heen en weer schieten. Heel lang blijft Els niet zichtbaar, maar zelfs één seconde was al genoeg geweest om haar nooit meer te vergeten. Het is behoorlijk confronterend.

Castellucci zegt zelf in het programmaboek: 'Deze 'Orphée et Eurydice' richt zich tot de toeschouwer. Alles wat er gevoeld wordt, ervaren wordt, gezien wordt, behoort de toeschouwer toe, simpelweg omdat coma bestaat, als een conditie van het mens-zijn. De manier waarop we deze opera hier opvoeren, brengt een beeld met zich mee dat moeilijk te aanvaarden is, maar dat tegelijk moeilijk genegeerd kan worden. Het kijken zelf wordt hier verschrikkelijk problematisch.'

Als toeschouwer ervaar je het precies zo. In die wondere wereld van suggestie en betovering, van mooie muziek, overrompelende stemmen en smachtende smart wordt een beeld binnengesmokkeld uit de echte, keiharde wereld daarbuiten. Onontkoombaar. De hersenen gaan meteen aan het werk om uit te vogelen of dat beeld zich wel laat verenigen met de opera die je hoort. Natuurlijk snap je meteen het verband tussen Els en Eurydice, maar in de opera is er een happy end, krijgen de geliefden elkaar terug. Hoe zit dat dan met Els? Beslisten de schikgodinnen niet anders over haar? Waar is háár happy end?

Castellucci laat Orpheus zijn beroemde aria 'J'ai perdu mon Eurydice' in het pikkedonker zingen. Vanuit het zwarte niets komt de klacht, prachtig gezongen door Stéphanie d'Oustrac. Je vraagt je meteen af of de zangeres bij Els op bezoek is geweest. Dat kan toch bijna niet anders?

De muziek is in deze voorstelling haast bijzaak, hoe mooi d'Oustrac en Devieilhe ook zingen. Dirigent Hervé Niquet gebruikt de door Berlioz bewerkte partituur. Het Symfonieorkest en koor van de Munt zijn op deze avond nog niet goed ingespeeld. Het klinkt rommelig, onaf. De balans in de bak is met veel te luide trompetten verre van goed. Tempi zijn snel, gejaagd en gevoelloos.

Aan het slot toont Castellucci ons achter het videoscherm een prachtig Arcadië, inclusief Griekse zuilen en een watertje waarin de naakte Eurydice dartelt. Orpheus staat erbij en kijkt er naar, maar kan niet door het doek heen stappen. Nu is híj afgezonderd, kan Eurydice's wereld niet binnen wandelen. Langzaam verschijnt op het eind Els weer in beeld. Als in de Munt het slotakkoord klinkt, neemt iemand haar de koptelefoon van het hoofd. Orpheus' zang heeft Els niet uit haar onderwereld kunnen halen. Een hand strijkt door Els' haar. Het beeld gaat weer op onscherp, zoomt uit en wordt langzaam zwart. Stilte.

In De Munt klapt men na die aanvankelijke ongemakkelijke stilte uiteindelijk hard en langdurig. Als koor, solisten, dirigent en regisseur hun buigingen hebben gemaakt, verschijnen achter hen op het zwarte doek drie letters: Els. Op de bühne draait iedereen zich om en wijst met de handen omhoog naar haar naam. Wij klappen door, samen met de artiesten, maar waarvoor eigenlijk? Voor Els' moed, voor haar lot? Of klappen we de onrust weg die bezit van ons neemt? De onrust dat een gelukkig leven een abrupte wending kan nemen.

Op de weg terug van Brussel naar Amsterdam verdwijnt Glucks muziek steeds meer naar de achtergrond. Maar Els blijft. Die nacht ook, de volgende morgen nog steeds. Els ligt daar nog, precies zoals wij haar achterlieten. En ze verheugt zich op het bezoek van haar kinderen, dit weekend. Vanavond krijgt ze de koptelefoon weer op.

'Orphée et Eurydice' is in Brussel nog acht keer te zien t/m 2 juli. www.demunt.be

undefined

Locked-in-syndroom

Kleine verticale oogbewegingen of knipperen met een ooglid, meer kunnen ze niet: mensen met het locked-in-syndroom zijn in de meest letterlijke zin opgesloten in hun lichaam. Ze zijn bij bewustzijn, hun geest functioneert normaal. Ze kunnen horen, zien, ruiken, voelen en proeven. Maar van buitenaf lijken ze bijna in coma te liggen. Daarom wordt ook wel gesproken van pseudocoma. In de Nederlandse verpleeghuizen verblijven slechts enkele patiënten met dit syndroom.

Het locked-in-syndroom kan ontstaan door een bloedpropje in de hersenstam, waarna de hersenen geen signalen meer naar het ruggemerg kunnen sturen. Andere mogelijke oorzaken zijn hersenbloeding, een hoge dwarslaesie, tumoren, spier- of zenuwziekten. Een echte behandeling is er niet. Toch treedt na verloop van tijd vaak wel enige verbetering op, hoe marginaal ook, waardoor patiënten met behulp van slimme computertechnologie wat beter kunnen communiceren.

Het locked-in-syndroom klinkt als een nachtmerrie. De Britse Tony Nicklinson vond dat ook: hij werd in 2012 wereldnieuws omdat hij via de rechter euthanasie wilde afdwingen. Toch zijn lang niet alle mensen met het syndroom ongelukkig, bleek uit universitair onderzoek: veel patiënten slagen er toch in om zich aan hun nieuwe situatie aan te passen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden