Een-op-een-contact zorgt voor kwaliteit in de babygroep

Claudia Boots loopt door kinderdagverblijf Hoera met Noa in de draagzak. Beeld Merlin Daleman

Kinderdagverblijven moeten de kwaliteit verbeteren. Hoera in Maasbree vertaalt dat in persoonlijke zorg en veel contact.

Noa heeft net fruit gegeten. Als pedagogisch medewerker Claudia Boots haar in de draagzak rondsjouwt en over haar rug wrijft, houdt ze haar oogjes nauwelijks open. Bij kinderdagverblijf Hoera is lijfelijk contact belangrijk. Boots gebruikt geen parfum, lacht ze. “Sommige ouders vinden een draagzak al best intiem, moeders willen liever niet dat hun baby aan het eind van de dag naar een ander ruikt.”

Dit jaar is de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) ingegaan. Opvangorganisaties moeten meer kwaliteit bieden: elk kind krijgt een eigen mentor, die de ontwikkeling volgt en contact onderhoudt met de ouders. Elke medewerker wordt gecoacht door een hbo’er. En een belangrijk verschil in de babyopvang is dat elke medewerker vanaf januari 2019 nog maar drie baby’s mag verzorgen, in plaats van vier.

 Intensiever contact

Tijdens een stevige belronde is er geen kinderopvangorganisatie te vinden die deze ‘één op drie-ratio’ al heeft ingevoerd. Lonen zijn de grootste kostenpost. Kindercentrum Hoera in het Limburgse Maasbree heeft de wet al wel aangegrepen voor intensiever contact tussen baby en pedagogisch medewerker. De eerste vier tot zes weken is de baby bij een vaste medewerker. 

Die ‘mentor’ gaat ook op huisbezoek, nog voor de opvang begint. Om werk- en opvanguren af te stemmen, maar ook omdat een baby de eerste maanden thuis al een heel verhaal heeft opgebouwd, zegt manager Marion Oomen. “Hoe gaat het met slapen, wat is haar eetritme, hoe is ze de bevalling doorgekomen.” Dat laatste is niet zweverig, bezweert ze, soms zelfs heel concreet. “Een baby’tje dat met een tangverlossing ter wereld is gekomen, moet je niet zomaar over d’r bolletje aaien.”

De dreumessen zitten niet meer bij de baby’s. Of liever: ze geven zelf aan wanneer ze klaar zijn voor de volgende fase. Oomen: “Als ze gaan lopen, kunnen kindjes voor zichzelf kiezen. Dus de een gaat door met 15 maanden, de ander is er pas bij 20 maanden aan toe.” Baby’s worden niet meer omver gelopen en hoeven de aandacht niet te delen met baldadige types die overal op klimmen.

De babygroep is prikkelarm. Bewegende speeltjes boven wieg en aankleedkussen zijn verwijderd. Het licht is gedimd. Op de grond liggen kussens en kleden, en baby’s. En er is dus dat lijfelijk contact. De kleintjes worden pas in een stoeltje gezet als ze zelfstandig kunnen zitten, zegt Claudia Boots: “Je kunt twee baby’s tegelijk voeden als je ze in een wippertje zet. Wij nemen ze zowel bij het flesje als het fruit op schoot, al duurt het een half uur.”

Hechten

Jonge baby’s kunnen zich hechten aan een beperkt aantal personen. Naast de ouders kan dat ook een crècheleidster zijn, zegt orthopedagoog Harriet Vermeer van de Universiteit Leiden. Maar die moet dan wel vertrouwd zijn en goed de signalen van het kind opvangen.

Vermeer vergeleek internationale onderzoeken naar de kwaliteit van babyopvang. Eén-op-één-contact en interacties met de baby zijn volgens haar naspeuringen de belangrijkste aanwijzingen van kwaliteit. Er zijn geen aanwijzingen voor een ideale groepsgrootte, maar hoe kleiner hoe beter.

Uiteindelijk zit de kwaliteit niet in meer leidsters op een groep, zegt Meta Kierkels van Lindekracht, het bureau dat de babytrainingen voor Hoera verzorgde. Het kinderdagverblijf in Maasbree was de eerste die zich officieel ‘babyspecialist’ mag noemen. Dat betekent dat Kierkels en collega’s erop vertrouwen dat het dagverblijf de nieuwe aanpak blijft volgen, ook als de trainers allang zijn vertrokken.

Inmiddels zijn er meer organisaties die babycursussen aanbieden. Kierkels waarschuwt dat in de nieuwe wet ook een computertraining van twintig minuten volstaat. De cursus van Lindekracht is zes dagen, plus huiswerk. Hechting is het kernwoord. En er wordt babytaal geleerd. “Ik hoor het verschil niet”, bekent manager Oomen. “Maar mijn medewerkers kunnen aan een huiltje horen of een baby honger heeft of wil worden opgetild.”

De belangrijkste eisen uit de wet IKK

• Pedagogisch medewerkers krijgen de zorg over maximaal drie baby’s in plaats van vier.
• De buitenschoolse opvang mag per 1 januari 2019 juist meer kinderen per medewerker opgevangen: 1 op 10 wordt 1 op 12 (vanaf 7 jaar).
• Beroepskrachten in de babyopvang krijgen babytraining.
• Een baby heeft recht op twee vaste, vertrouwde gezichten op de groep.
• Organisaties moeten in het pedagogische beleidsplan vermelden op welke uren er minder personeel wordt ingezet.
• Een kindercentrum moet een hbo’er in dienst hebben die het pedagogisch beleid vormgeeft en beroepskrachten coacht.
• Van alle pedagogisch medewerkers wordt een minimaal taalniveau geëist (niveau 3F).
• Op een opvanglocatie moet altijd een volwassene zijn met een kinder-EHBO certificaat. 

Lees ook:

Meer personeel voor babygroepen maakt opvang onbetaalbaar

Meer personeel bij de opvang van baby's van nul tot één jaar, maakt opvang onbetaalbaar en daarmee buiten steden onbereikbaar, waarschuwt Erik Vlutters, directeur van De Kleine Wereld, kinderopvang & ontwikkeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden