Een oorlog te veel

Burgeroorlogen in Sierra Leone en Liberia hebben West-Afrika een slechte naam bezorgd. In het naburige Ivoorkust was er altijd sprake van een zekere rust en welvaart. Nu is daar de vlam in de pan geslagen. Twee rebellengroepen houden delen van het land bezet. Er zijn regelmatig schermutselingen, maar Franse troepen en West-Afrikaanse diplomaten hebben tot nog toe een totale burgeroorlog kunnen voorkomen. Een reportage uit dit land.

'Bonne route'. De jonge Franse militair knikt en loopt terug naar de school waar hij samen met zo'n vijftig collega's bivakkeert. Uit zijn ogen spreekt bezorgdheid, en vermoeidheid. Maar hij draait dan ook al ruim zes weken wachtdiensten hier in Tiebessou, een provinciestadje aan de hoofdweg tussen de twee grootste steden van het land, Abidjan en Bouake.

Tiebessou is de meest noordelijke plaats die nog in handen is van het regeringsleger. Begin oktober werd hier nog zwaar gevochten toen rebellen vanuit hun bolwerk Bouake probeerden op te rukken naar Abidjan, het centrum van de macht.

Een contingent rebellen was er begin september al even geweest. Als gewone reizigers trokken ze de hoofdstad binnen om daar in de nacht van de negentiende september een poging te doen de regering van president Laurent Gbagbo omver te werpen. De coup mislukte. Maar in het noorden van het land sloeg de opstand wel aan. Het regeringsleger slaagde er niet in Bouake terug te winnen.

Bij de ondertekening van een wapenstilstand, op 17 oktober, werd overeengekomen dat het Franse leger zou toezien op naleving van het bestand door positie te kiezen op strategische punten langs de frontlijn die het land zo ongeveer middendoor deelt. Het voormalige moederland Frankrijk heeft al sinds de onafhankelijkheid in 1960 permanent ruim 600 man in Ivoorkust gelegerd, als onderdeel van een defensie-akkoord.

Zodoende beheerst nu een tank met de Franse driekleur, omgeven door zandzakken, het straatbeeld in Tiebessou. Tekenend voor de verhoudingen is de manier waarop ook een groepje soldaten van het Ivoriaanse regeringsleger hier de wacht houdt. Op klapstoeltjes zitten ze langs de weg, een handjevol ietwat gezette mannen in gevechtstenue, vrolijk babbelend.

,,Het Ivoriaanse leger is een leger van ambtenaren'', zegt een buitenlandse diplomaat. ,,Veel te veel officieren. En van de weinige manschappen die er zijn is de helft ook nog ongeschikt voor gevechtstaken, vanwege ziekten, waaronder aids.''

President Gbagbo lijkt dit ook begrepen te hebben. Hij heeft daarom zo'n 200 Zuid-Afrikaanse en Oost-Europese huurlingen in dienst genomen. En begin december riep hij jongemannen tussen de twintig en dertig op zich aan te melden bij het leger. Drieduizend waren er nodig. Alleen al in Abidjan bestormden zo'n 15000 man de kazerne waar de inschrijving werd gehouden.

Twintig kilometer ten noorden van Tiebessou is de eerste wegversperring van de rebellen gelegen: boomstronken half over de weg. In de berm: twee opstandelingen, onderuit gezakt op tuinstoelen. Een speelt er met zijn pistool, ongeveer zoals een cowboy dat pleegt te doen. Aan zijn voeten ligt een mitrailleur van een type dat veel voorkomt in Afghanistan en in de Balkan. Na eerst verteld te hebben dat hij bereid is te sterven voor de bevrijding van zijn land, zegt hij dat hij zijn militaire training in Israël heeft genoten. Als om dat laatste te ontkrachten, neemt hij een slok palmwijn en gebaart dat het interview wat hem betreft afgelopen is.

Na zeker twintig van dit soort wegversperringen en tien kilometer verder verschijnt Bouake. Hier woonden tot voor kort ruim een half miljoen mensen. Nu heeft het veel weg van een spookstad. Winkels, scholen en kantoren zijn gesloten. Het is in groot contrast met de hoofdstad Abidjan, waar het nog business-as-usual is, compleet met een ochtend- en avondspits. In Bouake is amper verkeer te zien. Af en toe rijdt een Mercedes met uit de ramen stekende geweerlopen voorbij of een pick-up-truck met luchtafweergeschut. Op de portieren staan de letters MPCI, oftewel de Patriottistische Beweging van Ivoorkust.

Die beweging heeft merkwaardig genoeg geen duidelijke leider. Wel een paar woordvoerders. Maar er zijn tekenen dat zij veel meer zijn dan dat. Zo rijdt een van hen, sergeant-chef Cherif Ousmane, rond in een goudkleurige Peugeot van het nieuwste model met als registratienummer MPCI Nr. 01.

Zoals alle auto's van de rebellen, is deze 'gevorderd' van een burger. Verder gedragen zij zich keurig, betalen in winkels en restauranten en plunderen niet. Wie hen financieert is een goed bewaard geheim. Staande naast zijn auto, wil de sportief ogende Ousmane wel even vertellen waarom hij de wapens heeft opgenomen.

,,Ik ben militair en ik vecht voor mijn identiteit'', zegt hij met stemverheffing. ,,Ik vecht omdat ik slachtoffer ben van onrecht. Ik vecht om mijn vrijheid te herwinnen en ik denk dat de meeste Ivorianen zich in mijn strijd kunnen vinden.'' Opmerkelijk is dat de rebellen brede steun vinden onder alle lagen van de bevolking van het Noorden, niet alleen onder de angry young men. Een oudere, grijs bebaarde man in gevechtspak zegt zonder omwegen dat hij ,,het zat is als tweederangs burger te worden behandeld.''

Moussa, een Burkinees, die al tien jaar als huisbediende in Ivoorkust woont en werkt en ruim veertig is, zegt met zachte stem: ,,Van de politiek begrijp ik niks. Alles wat ik wil is geld verdienen voor mijn gezin. Maar de gendarmes komen in mijn huis, nemen ons spaargeld af en slaan ons. En al jaren moeten wij immigranten betalen bij wegcontroles. Daar hebben we genoeg van.''

De eerste president van Ivoorkust, Felix Houphouet-Boigny, zette in de jaren zestig de grenzen van zijn vruchtbare land open voor immigranten uit de droge Sahel. En ze kwamen. Ze maakten van Ivoorkust 's werelds grootste cacaoproducent. Nu is naar schatting een kwart van de 16 miljoen inwoners van het land afkomstig uit Burkina Faso of Mali.

Na het overlijden van Houphouet, in 1993, maakten zowel de voorzitter van het parlement, Henri Konan Bedie, als de eerste minister, Alassane Ouattara, aanspraak op het presidentschap. De eerste was een christen uit het zuiden, de tweede een moslim uit het noorden. Bedie won, maar hij moest wel verkiezingen organiseren in 1995.

Om die te winnen speelde hij de ethnische kaart. Hij introduceerde het begrip 'ivoriteit'. Stemmen was er niet meer bij voor de immigranten en hun nakomelingen. Om president te worden moest men geboren zijn uit zuiver Ivoriaanse ouders. En natuurlijk stond meteen de nationaliteit van Ouattara ter discussie.

Intussen begon in de jaren negentig de vruchtbare bosgrond op te raken, terwijl door overproductie de cacaoprijs bleef zakken. Tweede en derde generatie Burkinezen en Malinezen bleven in de steden hangen, met name in Abidjan. Sociale onthechting en verpaupering leidden tot criminaliteit. Het was olie op het vuur van de vreemdelingenhaat.

In de dagen na de negentiende september zijn honderden militairen en burgers omgekomen. En er zijn politieke moorden gepleegd, zoals die op generaal Robert Gueï. Dat was de man die met de Kerst van 1999 de macht greep in de eerste coup uit de geschiedenis van Ivoorkust. Tien tumultueuze maanden later raakte hij die macht alweer kwijt aan Gbagbo. Maar voor de leden van zijn ethnische groep, de Yacouba uit de westelijke heuvels, was hij toen al hun held. Guei werd daags na de poging tot staatsgreep van de negentiende september, thuis in Abidjan, doodgeschoten door mannen in uniform.

Om dit te wreken kwamen ook de Yacouba eind november in opstand. Niet één maar twee 'bevrijdingsbewegingen', gesteund door nietsontziende Liberiaanse huurlingen, openen dan een tweede, westelijk front. Het regeringsleger slaagt er nauwelijks in hun opmars tot staan te brengen.

En hoe staat het er nu voor? Ivoorkust is de economische motor van West-Afrika. De regio lijkt dat te beseffen. West-Afrikaanse diplomaten zijn twee maanden geleden begonnen, uiterst moeizaam verlopende onderhandelingen tussen rebellen en regering, in de Togolese hoofdstad Lome, gaande te houden. En West-Afrikaanse troepen, met name uit Senegal en Ghana, maken zich op om de Fransen bij te staan bij de handhaving van het staakt-het-vuren.

Hoopgevend is dat Parijs onlangs liet weten dat een burgeroorlog in Ivoorkust er een te veel zou zijn. Het aantal Franse militairen ter plaatse wordt daarom opgevoerd tot 2500 man en hun mandaat uitgebreid. Voortaan wordt gericht geschoten op ieder ,,die de stabiliteit in gevaar brengt''.

Kort voor Kerstmis bleek dat het de Fransen menens is. Aan het westelijk front schoten zij zes oprukkende rebellen dood, kennelijk effectief. Want kort na dit incident vroegen ook de westelijke rebellen om een wapenstilstand. Misschien komt het allemaal nog goed met Ivoorkust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden